Schema om de psalmen te bidden in 15 dagen

Begin op de eerste dag van de maand, zo zul je tweemaandelijks alle psalmen gelezen hebben. De 31 van een maand kun je als rustdag zien of de 15e dag herhalen.

    ochtend avond
    psalm aantal verzen psalm aantal verzen
Dag 1 Boek 1 1 tot 7 78 8 tot 14 76
Dag 2   15 tot 18 82 19 tot 24 87
Dag 3   25 tot 30 81 31 tot 34 81
Dag 4   35 tot 37 81 38 tot 41 68
           
Dag 5 Boek 2 42 tot 47 84 48 tot 51 80
Dag 6   52 tot 58 89 59 tot 64 77
Dag 7   65 tot 68 78 69 tot 72 86
           
Dag 8 Boek 3 73 tot 77 96 78 tot 79 85
Dag 9   80 tot 85 91 86 tot 89 96
           
Dag 10 Boek 4 90 tot 94 77 95 tot 101 68
Dag 11   102 tot 104 86 105 tot 106 93
           
Dag 12 Boek 5 107 tot 110 95 111 tot 118 105
Dag 13   119, 1-88 88 119, 89-176 88
Dag 14   120 tot 131 77 132 tot 137 81
Dag 15   138 tot 144 91 145 tot 150 80

 

Advertenties

psalm 132 voor mij

1 Lied voor het opgaan.

Breng in herinnering, Nabije, David al zijn neergedrukt zijn.

2 Dat hij beloofd heeft aan Nabije!

Hij deed een belofte aan de Drager van Jacob:

3 “Vóór ik binnen kom in de tent van mijn huis,

vóór ik zal opgaan op de sponde van mijn bed,

4 vóór ik slaap gun aan mijn ogen,

aan mijn oogleden rust

5 zal ik een plaats vinden voor Nabije,

een thuis voor de Sterke van Jacob.”

 

6 Zie: we hoorden over haar in Efrata,

we vonden haar in de velden van Jaär.

7 Laten we binnengaan in Zijn thuis.

Laten we ons buigen voor het krukje van Zijn voeten.

8 Sta op, Nabije, naar Jouw rustplaats,

Jij en de inzamelplaats (ark) van Je kracht.

9 Jouw priesters mogen zich kleden met oprechtheid

en Je begenadigde getrouwen mogen uitbarsten in vreugde.

10 Omwille van David, Jouw dienaar,

keer niet weg van het gezicht van Je gezalfde.

 

11 Nabije heeft beloofd aan David waarachtig,

Hij zal er niet van afwijken:

“Een vrucht van je buik zal Ik aanstellen op de troon van je!

12 Als je zonen onderhouden

Mijn verbintenis en Mijn tekenen die Ik hen leer

dan zullen ook hun kinderen voor altijd zitten op jouw troon.”

13 Want Nabije verkoos Sion,

in haar keek Hij er naar uit een thuis te hebben voor zichzelf.

14 “Dat is mijn rustplaats voor altijd.

Ik zal hier wonen want Ik keek naar haar uit.

15 Haar voedsel zal Ik voorspoedig zegenen.

Haar kansarmen zal ik overladen met brood.

16 En haar priesters zal Ik bekleden met heling

en haar begenadigde getrouwen vreugde verheffend zullen ze uitbarsten in vreugde.

17 Daar zal Ik doen groeien een hoorn van David,

maakte Ik een lamp op voor Mijn gezalfde.

18 Zijn tegenstanders zal ik kleden met schaamte

maar op hem zal een kroon schitteren.”

psalm 142 voor mij

1 Diepe gedachte van David bij zijn verblijf in de grot,

een zich richten naar verheven.

2 Mijn stem tot Nabije roept uit,

mijn stem tot Nabije om barmhartigheid.

3 Ik ledig voor Zijn gezicht mijn jammeren.

Mijn nood voor Zijn gezicht deel ik mee.

4 Bij het afzwakken in mij mijn innerlijke,

Jij, Jij kent mijn levensweg!

Op de weg die ik ga verborgen ze een val voor me.

5 Kijk naar rechts en zie: er is voor mij geen attentie!

Verdwijnt de toevlucht voor mij:

er is geen interesse naar mijn innerlijke.

6 Ik aanroep Je, Nabije.

Ik zeg Je : Jij mijn toevlucht,

mijn deel in het land van de levenden!

7 Verhoor mijn roepen want ik hang erg neer.

Bevrijd me van mijn achtervolgers

want ze zijn te sterk voor mij.

8 Laat uitgaan uit de opsluiting mijn innerlijke

om te dankzeggen wie Je bent.

Mij zullen omringen die rechtvaardigheid nastreven

wanneer Jij me beloont.

psalm 23 voor mij

1 Een psalm van David.

Nabije is hoeder, niet(s) ontbeer ik.

2 In weiden van vers gras laat Hij mij neerliggen,

aan wateren van rust begeleidt Hij me.

3 Mijn innerlijke brengt Hij terug.

Hij begeleidt me in de omwalling van gerechtigheid

omwille van wie Hij is.

4 Ook al zou ik gaan doorheen een nauwe kloof,

ik zal niet bang zijn voor het onrecht

want Jij bent bij me.

Jouw herdersstok en Jouw steun, ze beuren me op.

5 Jij zal opmaken voor mijn gezicht een tafel

recht tegenover mijn klemzetters.

Jij zalfde in met olie mijn hoofd.

Mijn beker is overvloedig vol.

6 Inderdaad goedheid en liefdevolle nabijheid achtervolgen me

alle dagen van mijn leven

en ik zal wonen in het huis van Nabije

tot in lengte van dagen.

psalm 122 voor mij

1 Lied voor het opgaan van David.

Ik werd zo vol van blijheid met hen die me zeiden:

“Naar het huis van Nabije zullen we opgaan!”

2 Onze voeten stonden

in Jouw poorten, Jeruzalem!

3 Jeruzalem, gebouwd als stad,

in zich samen, een eenheid,

4 waarheen opgaan de familietakken,

de familietakken van Nabije,

een getuigenis van en voor Israël

van dankzegging voor wie Nabije ten volle is,

5 want daar staan de gestoelten van de leer,

de gestoelten van het huis van David.

6 Vraag om het welzijn van Jeruzalem,

voorspoed mag er zijn voor wie jou liefhebben.

7 Moge er welzijn zijn in, tussen jouw muren,

voorspoed in jouw vestingen

8 omwille van mijn verwanten en mijn vrienden

laat ik toch zeggen: Welzijn in jou!

9 Omwille van het huis van Nabije, onze Drager

zal ik zoeken het goede voor jou.

psalm 112 voor mij

(1) – 1 – Roem Nabije!

Vol zegen de mens die ontzag heeft voor de Nabije.

– 2 – In Zijn leer vindt hij grote voldoening.

(2) – 3 – Sterk zullen zijn nakomelingen zijn op de aarde,

– 4 – de generatie die in het recht staan zal vol zegen zijn.

(3) – 5 – Meer dan genoeg en rijkdom zal in zijn huis zijn

– 6 – en Zijn gerechtigheid staat voor altijd!

(4) – 7 – Er gaat licht op in de duisternis voor de oprechten

– 8 – vol genade, barmhartig en rechtvaardig.

(5) – 9 – Een goed mens is die barmhartig is en uitleent.

– 10 – Hij houdt zijn woorden en daden conform de leer

(6) – 20 – ja, voor altijd zal hij niet wankelen

– 30 – tot een gedenkteken voor altijd zal de oprechte zijn.

(7) – 40 – Voor slecht nieuws moet hij niet bang zijn,

– 50 – honkvast is zijn hart, bevestigd in Nabije.

(8) – 60 – Met een gesteund hart moet hij niet bang zijn

– 70 – als hij zijn klemzetters beziet.

(9) – 80 – Hij deelt, hij geeft aan de kansarme,

– 90 – zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd,

– 100 – zijn hoorn zal geheven zijn met waardigheid.

(10) – 200 – De stukmaker zal zien en gekrenkt zijn,

– 300- zijn tanden zullen knarsen en hij smelt weg.

– 400 – De gretige honger van de stukmakers zal vergaan.

psalm 102 voor mij

1 Een zich richten naar, van een nederige

toen hij niet verder kon en

hij voor het gezicht van Nabije zijn gejammer ledigde.

 

2 Nabije, aanhoor mijn richten naar verheven

en mijn vragen om hulp zal bij Je aankomen.

3 Verberg Je gezicht niet voor me

op een dag van beklemming voor me.

Spits Je oor naar mij op de dag dat ik aanroep:

“Haast Je, beantwoordt mij!”

4 Want vervliegen mijn dagen in rook

en mijn gestel is als een stookplaats verbrandt.

5 Verdord als het gras en opgedroogd mijn hart

zodat ik vergeet mijn brood te eten.

6 Vanwege mijn jammerende stem

ben ik vel over benen.

7 Ik lijk op een vogel in de woestijn,

ik ben als een uil van de ruïnes.

8 Ik waak en ben als een eenzame mus op een dak.

9 De dag door lachen mijn tegenstrevers om mij,

die mij zo hard bespotten vervloeken me.

10 Want stof als brood eer ik

en mijn drinken is met mijn tranen vermengd.

11 Vanwege Jouw verbolgen zijn en Je woede

greep Je me vast en wierp Je me neer!

12 Mijn dagen zijn als schaduwen uitgerekt

en ik verdroogd als het gras.

13 Maar Jij, Nabije, Jij zetelt voor altijd

en Je gedachtenis van generatie op generatie.

 

14 Jij, Jij zult opstaan

en Je zal Je barmhartigheid tonen over Sion,

want het is tijd om genadevol te zijn

want is gekomen de verwachte tijd.

15 Want ze zijn de dienaars goed bevallen, haar stenen

en over haar stof zijn zij genadevol.

16 En ontzag zullen ze tonen de volkeren voor wie Je bent, Nabije

en alle leiders van de aarde voor Je waardigheid.

17 Wanneer Nabije heeft heropgebouwd: Sion

en Hij zich getoond heeft in Zijn waardigheid.

18 Hij heeft zich gericht tot het richten van de beschaamde

en Hij heeft dit richten niet geminacht.

19 Zal worden neergeschreven voor een volgende generatie

en een gemeenschap die nog geboren moet worden zal Nabije roemen.

20 Wanneer Hij heeft overzien,

Nabije, vanuit wat ons te boven gaat keek Hij naar het aardse

21 om te horen het gejammer van de gevangene,

om te bevrijden de kinderen van de dood

22 om te getuigen in Sion wie Nabije werkelijk is

en Hem te dankzeggen in Jeruzalem,

23 wanneer de gemeenschappen zich verzamelen

en de leiders om te dienen Nabije.

 

24 Hij drukte onderweg mijn kracht neer

en sneed in mijn dagen.

25 Ik vraag, mijn Drager,

verwijder mij niet in het midden van mijn dagen,

Generaties op generaties zijn Jouw jaren.

26 Eens gaf Je vastheid aan de aarde

en schepten Je handen wat ons te boven gaat.

27 Zij, ze zullen verdwijnen

maar Jij, Jij zal staande blijven

en zij allen zullen slijten als een kleed,

als een kledingstuk zul Je hen inruilen zodat ze verdwijnen

28 maar Jij blijft dezelfde

en Je jaren komen niet tot een einde.

 

29 De kinderen van Je dienaren zullen wonen

en hun kinderen zullen voor Je gezicht standvastig zijn.

psalm 92 voor mij

1 Een psalm, een lied voor de dag van de sabbat.

2 Goed is het Nabije te danken

en om te zingen voor wie Je bent, Overste.

3 Om te getuigen in de ochtend van Je liefdevolle nabijheid

en Je trouw in de nachten.

4 Op de tiensnarige citer en op de lier

met een zinspelend lied op de harp.

5 Want Jij maakt me blij, Nabije, met je scheppen.

Om het scheppen van Je handen barst ik uit in vreugde.

6 Hoe groots is Je scheppen, Nabije,

zo diep Je gedachten.

7 Een impulsief mens kent niet,

een dwaas beseft dit niet.

8 Indien stukmakers floreren als kruid

en bewerkers van onrecht bloeien

is het om verdelgd te worden voor altijd.

9 Maar Jij bent hoog verheven voor altijd, Nabije.

10 Want zie: Je tegenstrevers, Nabije,

Je tegenstrevers verdwijnen zullen afgescheiden worden,

alle bewerkers van onrecht.

11 Jij hebt verheven als van een buffel mijn hoorn,

ik ben overgoten met de zuiverste olie.

12 En mijn oog zal bezien mijn klemhouders.

Die opstaan tegen mij met slechte bedoelingen:

Hen horen zullen mijn oren!

13 Die rechtvaardigheid nastreeft zal open bloeien als een palmboom.

Als een ceder op de Libanon zal hij groeien.

14 Geplant in het huis van Nabije,

in de voortuinen van onze Drager zullen zij bloeien.

15 Nog zullen ze vrucht dragen in hun oud zijn,

krachtig en frisgroen zullen ze zijn.

16 Om te getuigen dat Nabije oprecht is,

mijn vaste grond, in Hem geen onrecht!

wat psalmen met je doen

Ambrosius geeft aan in zijn preek over psalm 1 dat je alles terugvind in de psalmen:

geschiedenislessen, Gods verbond, profetie, terechtwijzing, ethiek.

Ik wil er enkele aan toevoegen: herkenning van je eigen situatie, empathie met de mens in zo een situatie, in relatie treden met God, verbondenheid met ieder die ook deze psalmen bidt, verbondenheid met een verdrukt volk, een bijzondere kijk op wie de Messias is, je eigen gevoelens optillen en mee eindigen in lofprijzing, kijk op de mensheid, verbondenheid met de schepping, ondersteuning in je eigen bidden en verwoorden, leren spelen met fijnzinnigheid in teksten, tot bezinning komen, op de grond blijven en tegelijk in relatie treden, je eigen leren zien ook met je mindere kanten,

psychologie, filosofie, mystiek, theologie, loskomen van vaste liturgie en gedachten en tegelijk sterker je verbonden weten met soms dezelfde liturgie en gedachten…

leven…

 

psalmsprokkelinkskes bij psalm 1

Ambrosius (eind 4e eeuw) stond stil bij het woord “zalig” in zijn preek over psalm 1. Daarin maakte hij een tegenstelling tussen zalig genieten en genieten weg van God.

En inderdaad het woordje “zalig” zeggen we wel eens als we genieten.

Genieten vanuit een hemelse ervaring is heel anders dan genieten ten koste van.

Ik ben zo vrij om twee nieuwe woorden te maken afgeleid van genieten:

omnieten en vernieten.

Omnieten: genieten van het kleine, van iets van niets en tegelijk genieten om wille van het gratuite ons gegund. Dat omnieten brengt ons dichter bij het mysterie van het leven en dichter bij God.

Vernieten: zo genieten dat alles objecten worden, dat alles ontdaan wordt van waardigheid om ten dienste te staan aan eigen genot.

 

“Zalig genieten voor de mens” heeft niets te maken met vernieten maar brengt ons via omnieten dichter bij God.

psademen met psalm 19

Ook al heb ik nu wat last met mijn adem. Ik moet me vandaag kalm houden: dan nog deed het me deugd iemand te zien zitten in het zonnetje. De eenvoud en de schoonheid blijven zien is mij gegund. Hoeveel mensen herleven als ze de zon zien? Ik ben daar niet zo aan onderhevig: ook regen en winter kan evenveel deugd doen. Alles is uiteindelijk gegeven om er in te mogen leven.

Wat me recht houdt als ik het fysiek wat moeilijker heb is mijn geloof in de goedheid en de dankbaarheid om alle kansen. Ik heb er in mijn denken geen moeite mee als het wat minder gaat want ook dit is een deel van het leven. Het minder kunnen heeft me al dikwijls voor keuzes doen staan en heeft me tot nu toe veelal geholpen om anders in het leven te staan. Het heeft me ook geholpen om het schema dat je elders terugvindt op de blog overtuigt te maken. Gods geschenk van het leven is machtig. Daarover mediteren zet me steeds opnieuw weer op weg om naar zijn boodschap te zoeken en er te proberen naar te leven.

psademen met psalm 14

Mag ik zeggen dat in de vele gebrokenheid die ik mag zien ik tegelijk ook veel schoonheid mag ervaren? Soms zie ik uitzichtloze situaties waarin de mensen blijkbaar ook niet in staat zijn om  structuur in hun leven in te bouwen en er zo uit te geraken. Het is vaak onkunde maar dit is geen onwil.

Daarnaast zie ik vele mensen die hun eigen leven opgebouwd hebben afgesloten en veelal gevoelloos voor de miserie elders in de wereld, maar ook in die mensen ervaar ik goeds.

Veel minder goeds is er omwille van onkunde en onmacht, niet zo vaak omwille van onwil. En toch: als je rond je heen kijkt en in het leven staat zie je toch veel kansen die niet benut worden om van dit leven iets meer gelijkend te maken op de hemel. Zo kun je komen tot de gedachte in psalm 14:

Ieder zit op een dwaalspoor…

beeldvormen vanuit psalm 8,2-3

Merisme – synecdoche – apostrof – metonymia

 

Mijn mond zingt van Jouw glorie.

Ik ben jouw kijkend kind.

Dag en nacht gonst het leven mij een lied in.

Dag lied, laat mij jou zingen!

 

Winter en zomer, iedere tij,

getuigen dat Jij schept en herschept.

Dag kleine vogel, dag grote boom,

dag mens naast mij, dag leven.

 

Mijn mond kan niets anders dan zingen van God,

mijn ogen lopen vol met Zijn beelden vol genade.

 

Zing dan met me mee,

wees als een kind

met open armen

spelend voor Zijn gelaat.

 

bedding vanuit psalm 8,4

Al te vaak kijken we naar het heelal en alles wat leeft

vanuit de bril hoe het in elkaar zit.

En dat is goed.

Hoe meer we Jouw schepping leren kennen en begrijpen

hoe beter we er mee kunnen omgaan.

Maar tegelijk zijn we zo blind voor de zin van dit bestaan.

Zo vaak ontvalt het ons te kijken naar Jouw liefde

die dit alles schept en samenhoudt.

Open onze ogen om “Jouw vingers” te ontdekken…

vasten 2 A

naar psalm 33,4-5.18-20.22

Gen.12,1-4a       2 Tim.1,8b-10    Mt. 17,1-9

 

Zijn woord brengt leven,

Hij zendt ons op weg, brengt toekomst.

Zijn woord heeft moed,

Hij zegt ons: “Sta op, wees niet bang!”

 

Hij toont ons wie Hij werkelijk is:

Zijn gelaat schijnt,

Hij brengt ons Mozes en Elia,

Zijn verbond en Zijn oproep,

‘recht doen aan’ heeft Hij lief.

 

Het is God die ons leven geeft.

Doorheen Jezus

bracht Hij ons terug tot geloof,

toonde Hij ten volle Zijn genade.

 

Hij laat ons op weg zijn niet eindigen,

Hij komt Zijn belofte na.

De Mensenzoon is verrezen.

 

Daarom mogen wij op Hem bouwen,

ook al laten we ons land, onze stam, ons volk achter.

Hij zendt ons weer verder

–  geen drie tenten –

en blijft bij ons op onze levensweg.

 

Mogen wij daarvan leven:

Belofte en toekomst.

Zendt ons met Jouw zegen

weer op pad.

vasten bedacht vanuit psalm 1

Vasten is weten dat God je gelukkig wil zien.

Dat zul je zijn als je zoekt om goede wegen te gaan.

Zo mag je vasten een zoeken zijn:

om te letten op je stappen dat je niemand kwetst,

maar net solidair te zijn met je naaste;

om niet te blijven staan in je schuld

maar vergeving te vragen en ommekeer te maken;

om je niet te nestelen in roddels en je beter te voelen dan de andere

maar je mond te bewaken en woorden van leven te brengen.

 

Vasten is een tijd om opnieuw te genieten van Zijn woord,

van tijd te maken voor gebed en bezinning.

Zo zul je mogen groeien als mens,

Gods bron van liefde zal in je opwellen

en je zult vruchten dragen.

 

Vasten is een waarschuwing om niet ongelukkig te worden

door het te vaak zoeken van eigen profijt en genot.

Vasten is terug gemeenschap vormen rond de Heer.

Met zorg zal Hij je helpen

om weer mens te worden naar Zijn beeld.

Zo mag je op weg gaan, met Hem vergezeld

en geluk vinden.

Een zalige vasten gewenst!

psalm mij in 2,1

Waarom die halsstarrigheid?

Waarom dat verweer?

Jij doet net open bloeien!

Waarom in mij die afstand?

Hoezeer Jij me ook bemint…

Kunnen wij, mensen, het niet aan?

Jouw overweldigende nabijheid?

Jouw liefde?

Kan ik het niet aan?

Ik die Je zoeken blijf?

Jij die op mijn pad mij blijft uitnodigen,

bescherm me tegen mijn eigen drang

om me los te wrikken

in die gedachte

dat ik het beter kan.

in gebed met psalm 9,15

Jouw zingen, niet enkel in de tempel,

maar zeker ook onder de poorten van de stad.

Daar waar armen zijn, daar waar het leven hard kan zijn.

Net daar wil ik van Je getuigen

door in de andere mens Jou te ontmoeten.

Daar, in die poorten ,

wil ik die andere dan ook meenemen,

meenemen naar die tempel,

mogelijks een gebouw,

maar zeker ons hart,

om in gebed met Je verbonden te zijn.

in gebed met psalm 9,5

Jij staat aan mijn kant

niet tegenover die andere kant,

maar vooral naast me,

op weg met me.

Ook al ga ik even een verdwaalde weg,

dan nog ben je aan mijn zijde.

 

Zo wil ik ook aan Jouw kant staan,

Jouw wegen gaan.

Jij reikt me Je hand,

het is aan mij om die vast te nemen.

 

Hoe goed zou het zijn

dat we samen, Jij en ik in een gemeenschap van mensen,

hand in hand zouden gaan

als een nooit loslatende liefde…

in gebed met psalm 9,3

Ik wil Jouw naam bezingen,

Jouw blijvend opkomen voor de kleinen,

Jouw consequente keuze voor nabijheid en gerechtigheid.

Ik wil Jouw naam schrijven

met mooie letters

in mijn levensboek,

als iemand die verliefd is

en namen kerft

die nooit vergeten raken.

Zo mag ik Jouw naam kerven

in mijn bestaan:

een zonder Jou ga ik niet verder.

brief aan God 2a

Aanvulling: brief aan God – symbolen en rituelen (2)

Dit wil niet zeggen dat we daarom alles moeten loslaten, integendeel: Wat ons verbindt verbindt! Die rituelen die ons historisch verbinden met Gods boodschap en Zijn nabijheid raken het leven. Wel moeten we er ons van bewust zijn dat God immers altijd ons tegemoet komt en dat we ons tegelijk de vraag moeten blijven stellen wat de kern is van een sacrament. En dat is dat God nabij is! Hij kan ons echter beter bereiken als wij met hulp van de vele getuigenissen doorheen de tijd- want dat is de bijbel – en de hedendaagse herkenningen – dat is die boodschap vandaag beluisteren en beleven – en die historische handelingen die ons meenemen in een hedendaags beleven en vertalen ons openstellen voor het mysterie van Zijn liefde.

Maar opnieuw: als dit ons denken en handelen niet raakt vieren we niet! Als het ons niet aanzet tot zelf ook meer nabij te zijn en God in ons leven toe te laten mist elke viering zijn kans. Geen magie! En geen overtollig bepalen wat moet en niet mag! Wees echt in je beleven en vieren en wees tegelijk trouw aan wat je helpt, en aan wat historisch je verbindt om je beter open te stellen voor Gods nabijheid.

 

En aanvullend misschien confronterend:

Jezus is niet gekomen om zichzelf centraal te zetten maar wel om de liefde van God, Zijn Vader, bekend te maken en ons op te roepen om te worden zoals God ons heeft geschapen: ten volle mens naar Zijn beeld en gelijkenis. Uiteindelijk roept God zo heel de schepping! Spreek dus over God, spreek met God, leef doorheen en met God, wees je naaste nabij en herken er een kind van God in, dank, bid, getuig, beleef, deel, wordt Mens, gemeenschap en liefdesantwoord op Zijn liefde. En daarin gaat Jezus ons voor, daarin is Hij onze redder!

huppelend gebed samen met psalm 8,6

Als ik bij dit vers stilsta

dan denk ik aan een welkom in Hawaï,

steeds te zien op tv.

Je krijgt dan een krans van bloemen

en een kus.

Jouw welkom is zoveel grootser:

Ik kreeg een krans van kansen en mogelijkheden,

ik ben omringd.

Ik kreeg en krijg iedere dag opnieuw

een kus van het leven,

een adem om terug te geven

aan wie ik omringen mag.

 

Die gedachte doet me vieren,

even losser op de golven van het leven dansen

uit blijdschap dat Jij meer bent dan mijn Hawaï!

schouderklopje door psalm 8,2

Jouw werk is overal te zien.

Jij bent overal.

Ook in mijn dagdagelijkse,

ook als ik het moeilijk heb.

 

Als ik dit bepeins

dan kan ik weer verder.

Als ik stil kan staan bij kwetterende vogels in een boom

dan zijn mijn ongemakken weg.

Als iemand thuis komt dan ben ik niet langer ziek.

 

Ja, Jouw werk is overal te zien

ook in mijn kracht en optimisme,

in mijn omgaan met beperkingen.

Och, die beperkingen zijn vaak ook kansen

om Jou te zoeken en te vinden.

Ja, Jij bent er overal

en dat doet me zingend door het leven gaan.

tastend spreken met psalm 8,7

Alles aan onze voeten neergelegd.

In beheer gegeven,

en volle vertrouwen.

 

Wat zullen we er mee doen?

Er op dansen om ons leven te vieren

ten koste van wat onder ons ligt?

Of oprapen en koesteren?

 

Jij bouwt op onze handen.

Want zullen die handen doen?

Grijpen, verdelen, aannemen, aaien,

verzorgen?

Of beginnen ze met open handen dank te zeggen?

En eindigen ze de dag met weer in handen op te dragen?

 

Beheren is niet enkel er werk van maken,

het is met eerbied ook tijd maken

om dat grote vertrouwen te gedenken.