Schema: vanuit noden en verlangens groeien naar Gods droom

Schema

Klik op het woordje schema en denk mee in mijn zoeken naar het waarom van een eindigheid met tekorten, met zonde, met alles er op en er aan als een uitnodiging tot het vinden van Gods droom.

Advertenties

brief aan God 2a

Aanvulling: brief aan God – symbolen en rituelen (2)

Dit wil niet zeggen dat we daarom alles moeten loslaten, integendeel: Wat ons verbindt verbindt! Die rituelen die ons historisch verbinden met Gods boodschap en Zijn nabijheid raken het leven. Wel moeten we er ons van bewust zijn dat God immers altijd ons tegemoet komt en dat we ons tegelijk de vraag moeten blijven stellen wat de kern is van een sacrament. En dat is dat God nabij is! Hij kan ons echter beter bereiken als wij met hulp van de vele getuigenissen doorheen de tijd- want dat is de bijbel – en de hedendaagse herkenningen – dat is die boodschap vandaag beluisteren en beleven – en die historische handelingen die ons meenemen in een hedendaags beleven en vertalen ons openstellen voor het mysterie van Zijn liefde.

Maar opnieuw: als dit ons denken en handelen niet raakt vieren we niet! Als het ons niet aanzet tot zelf ook meer nabij te zijn en God in ons leven toe te laten mist elke viering zijn kans. Geen magie! En geen overtollig bepalen wat moet en niet mag! Wees echt in je beleven en vieren en wees tegelijk trouw aan wat je helpt, en aan wat historisch je verbindt om je beter open te stellen voor Gods nabijheid.

 

En aanvullend misschien confronterend:

Jezus is niet gekomen om zichzelf centraal te zetten maar wel om de liefde van God, Zijn Vader, bekend te maken en ons op te roepen om te worden zoals God ons heeft geschapen: ten volle mens naar Zijn beeld en gelijkenis. Uiteindelijk roept God zo heel de schepping! Spreek dus over God, spreek met God, leef doorheen en met God, wees je naaste nabij en herken er een kind van God in, dank, bid, getuig, beleef, deel, wordt Mens, gemeenschap en liefdesantwoord op Zijn liefde. En daarin gaat Jezus ons voor, daarin is Hij onze redder!

voorlopige conclusie bij het schrijven aan mijn dochters 4

4 Zo kom ik tot een samenspel van drie basis verlangens (zonder dat is er geen menswaardig leven) en drie secundaire verlangens. Alle zes zijn ze er op gericht om de schepping te vervolmaken. Alle zes houden door de vrijheid die God ons gunt ook gevaren in. Het verkeerd invullen van die verlangens zorgt voor veel lijden en verdrukking.

God kan niet anders dan die verlangens in ons met de nodige vrijheid toe te vertrouwen. Zonder vrijheid is er immers geen liefde en kan men niet spreken van de ander die nu kan in relatie treden.

Als we spreken dat ieder mens wil uniek zijn en nood heeft aan identiteit dan is dit geen zevende verlangen maar komt dat tot uiting door een samenspel van de zes. Mijn liefhebben is uniek, zo ook mijn geliefd zijn, mijn steeds willen opstaan en mijn zoeken naar zinvolheid. Doorheen de vele ervaringen en mijn levensweg ervaar ik mijn leven dan ook als uniek en mag ik genieten van mijn anders zijn in samenspel met Gods schepping.

Ik geef nog even een opsomming van die verlangens:

De basisverlangens zijn:

  • mogen leven en voorzien zijn in de basisbehoeftes
  • geliefd en gewild zijn
  • mogen liefhebben

Zonder deze is er geen menswaardig bestaan.

De secundaire verlangens en even belangrijk zijn:

  • het mogen genieten
  • het nuttig zijn of een zinvol leven kennen
  • het mogen weten en kennen

Deze zes verlangens zijn ons gegeven om in vrijheid te kunnen  meewerken aan het Rijk Gods.

Vrijheid betekent ook dat we die verlangens ook verkeerd kunnen invullen en dan komen we bij heb-, heers- en eerzucht.

voorlopige conclusie bij het schrijven aan mijn dochters 2 en 3

2 willen verwezenlijken

Wat de mens nog wil is iets maken en iets ervan maken. Het heeft niet enkel met creativiteit te maken maar daarnaast ook met het zoeken naar zinvolheid van het leven. Ieder mens wil een steen verleggen om, wil zich belangrijk voelen, wil een doel hebben in het leven. Dit is er op gericht om mee te scheppen en te werken aan een betere wereld. Zo worden we medeschepper, naar het beeld van God.

Scheppen heeft ook iets van doorgeven en zorg dragen. Ieder mens wil in die zin de gekregen liefde en het gekregen leven gunnen aan anderen. Het maken moet in die zin altijd zoeken anderen iets te gunnen: het leven, de liefde, de gerechtigheid of het genieten van die schepping.

Zo is je leven zinvol maken steeds een getuigenis en een ijver ten gunste van de ander.

God heeft onze handen nodig en daarom gaf Hij ons de creativiteit om er iets van te maken.

De schoonste zinvolheid is dan ook gratuit net zoals Gods liefde gratuit is.

Maken kan natuurlijk ook stuk maken worden en dit als één van de zuchten van de mens de bovenhand krijgen.

 

3 willen weten

Willen kennen en kunnen, willen begrijpen is ons ook ingebakken. Het is een uitnodiging om de schepping te begrijpen. Het is een gave uit liefde van Gods wege dat wij mogen kennen. Zo mogen we ook op het spoor komen van in kennis zijn, van de mysteries van het leven ontdekken en verliefd te worden op de schoonheid van het samenspel en op die God die dit alles tot stand heeft gebracht.

voorlopige conclusie bij het schrijven aan mijn dochters 1

Van de drie verlangens die God in ons gelegd heeft zal God ons één vraag stellen:

Hij zal niet vragen of we geleefd hebben in een zeker comfort, Hij zal niet vragen of we geliefd waren, wel of we hebben lief gehad. Onze liefde wordt de maatstaf van ons mens-zijn.

Heb je Mij liefgehad? Heb je je naaste liefgehad? Heb je Mijn schepping liefgehad?

En hoe heeft dit zich geuit? Zijn er daden van je liefhebben?

 

1 het mogen genieten

Ik ben op mijn zoektocht nog iets op het spoor gekomen:

Naast de drie verlangens leeft er ook iets in elk van ons dat we graag genieten. Genieten is het goede op ons laten afkomen. Het is een goede gewoonte die ons aanzet om tegelijk in verwondering en in dankbaarheid te staan.

In verwondering voor al het goede en het wonderbaarlijke van het bestaan is en spoor om te komen tot willen leren kennen en tot loven. Naast de verlangens die aanzetten tot zorgen voor en weten dat er voor je gezorgd wordt is er dat ander spoor tot liefhebben. Liefhebben is immers meer dan zorg dragen, het is ook in verwondering staan en lof uitbrengen. Het moment van liefkozen is geen moment van zorg dragen voor elkaar maar een tot uiting brengen van de verwondering voor elkaar en elkaar loven. Zo is er ook een liefkozen die verder gaat dan van mens tot mens, het is in ontmoeting komen met de Schepper. Hem loven en bovenal verwonderd zijn om Zijn alles dragende liefde.

Genieten heeft zo alles van thuis komen en dat gaat verder dan zorgen voor een huis. Het is geborgen zijn in elkaars verwondering. Genieten leidt ons zo tot stilte, tot vrede. Door het mogen in verwondering komen kunnen we de diepe vrede binnentreden van contemplatie, van in verwondering aankijken en oratie, lofzang en diepe dankbaarheid.

Genieten kan echter door een mis invullen van één van onze verlangens tot iets gruwelijks worden. De schoonheid van de liefde kan stuk gemaakt worden door een enorme honger naar genieten en zie maar hoe honger naar macht, hebzucht en eerzucht een verwrongen lelijk genieten met zich kan meebrengen.

Overmatig genieten is verkeerd als het gepaard gaat met hebzucht, eerzucht en hebzucht. Als het vanuit een nederige, eenvoudige houding, genietend van kleine dingen is kan het niet overmatig worden en wordt het een feest van het leven vierend met respect voor ieder en alles.

Dit willen genieten is ons gegeven want God wil niets anders dan dat wij gelukkig worden en van daaruit ook dankbaar in het leven staan.

Zo zie je maar opnieuw hoe God in ons de mogelijkheden heeft gelegd om volkomen gelukkig te zijn en hoe Hij ons de vrijheid gunt om er door te groeien in schoonheid en hoe de mens dit helemaal kan verkeerd begrijpen en invullen.

 

Aan ons wordt dus voordurend de vraag gesteld om volop mens te zijn, om lief te hebben en in die liefde niet enkel op te komen voor alles wat weerloos is maar tegelijk ook zo lief te hebben dat we altijd tot verwondering en adoratie komen. Dit alles tot lof en dank aan onze medemens, aan de schepping en aan God.

tweede brief aan mijn dochters, inleiding

Tweede brief aan mijn dochters

 

Ik heb in mijn vorige brief een aantal geloofszaken niet aan bod gebracht.  Deze brief is dus een aanvulling op de vorige. Intussen schrijf ik ook een brief getiteld “aan God” waarin ik mijn worstelen verwoord. Ook deze mag je lezen, waarom niet, maar die kan meer omstreden zijn. Ik vind het nochtans nodig om voor mezelf een aantal standpunten weer te geven en doe dit in de hoop dat die de waarheid mogen benaderen. Vandaar de titel “aan God”, ze zijn hopend geschreven bevestiging te krijgen in mijn geweten en overtuigingen.

De leidraad is heel eenvoudig van deze brief. Zonder aan te veel hersenkronkels en geleerdheid te doen sta ik stil bij Vader, Zoon, Geest, Kerk, vragen rond oordeel en het woordje amen.

 

tweede brief aan mijn dochters, 1

De Vader:

  1. God, Schepper?

God is niet enkel schepper aan het begin maar schept nog hele dagen mee.

 

Hij werkt natuurlijk ook op wat wij noemen de natuurlijke weg, gezien Hij deze ook geschapen heeft. God zien we te vaak aan het werk als diegene die het ongewone doet. Maar als God leven heeft mogelijk gemaakt, ruimte en tijd kans heeft gegeven, een gegeven heeft gemaakt dan is dit ook te herkennen in alles. Zoek dus God niet als verklaring voor wat bestaat en evenmin als verklaring wat ongewoon is. Ik heb een sterk geloof aan de kennis die kan opgedaan worden doorheen wetenschappen. Ik vind net dat wetenschap mijn geloof versterkt heeft. In het normale zie ik Gods wil doorschemeren en tegelijk het verzet wat stuk maakt.

 

Daarnaast herschept, vergeeft, geeft ons steeds opnieuw nieuwe kansen om van het leven iets wonderbaars te maken. Zijn geest werkt op vele manieren in het denken van mensen, in het bewust worden van de schoonheid die mag groeien. Met schoonheid bedoel ik het pogen in harmonie te streven naar meer respect, medeleven, rechtvaardigheid, liefde en zorg. Vroeger zouden we niet geraakt worden door het leed ver weg, we konden het niet weten. Maar meer nog: we zouden ook niet willen opkomen tegen het leed van ver weg. Meer en meer ervaren we ook hoe ecologie belangrijker wordt in ons leven, en niet enkel vanuit een nood van vervuiling maar tegelijk met een ervaren van leven dat meer en meer evenwaardiger wordt en niet langer gezien wordt als minderwaardiger, enkel decor voor ons bestaan. Daarin zie ik Gods Geest aan het werk.

tweede brief aan mijn dochters, 2a

Almachtig?

Almachtig in de liefde.

Het lijkt misschien gemakkelijk om de almacht van God af te doen als almachtig in liefde. Daarmee lijkt het alsof we de problemen die we hebben met het zien van groot lijden uit de weg willen gaan. Dit is echter geen waar. De liefde die ook vrij laat is achter alles sterker dan de dwang die de eigenheid van een ander geen kansen geeft. In het tweede geval zal er steeds een ontvoogdingsstrijd zijn die groter is en waarmee men het opgedrongene zal afzweren. Met andere woorden: zolang zal die machtig zijn tot er ontvoogding komt en die geen macht meer zal hebben. Met liefde is het anders de verbondenheid zal hoe dan ook wel ergens nog leven. Met tijd wint de liefde, misschien wel heel anders dan verwacht en het is ook een geleidelijk proces. Almacht kan niet in slaafsheid. Zo kennen we een God die betrokken is. Hij daalt neer om nabij te zijn. Hij sterft mee in het lijden. Het kruis, een marteltuig is teken geworden van leven…

 

Almachtig in wording

Dit heb ik al vaak beschreven. Zijn almacht zal groeien. Een vraag voor ons blijft wel: Waarom laat Hij dit zolang duren? Tot liefde in alles en allen is? Tot die nieuwe hemel en die nieuwe aarde? Ik kan het ook niet plaatsen. Ik ken God zo goed niet. Ik kan alleen maar denken dat Hij ook zoveel gegeven heeft dat Hij ook onmachtig geworden is. Ketter ik nu, ik weet het…

 

tweede brief aan mijn dochters, 2b

Het gebed verhoort?

En dan kom ik bij de werking van het gebed. Heeft het zin om te vragen als Hij het al weet? Heeft het zin om te bidden als ik opmerk dat vaak het gebed niet oplevert wat mensen vragen. Er blijven ziektes, ongelukken, er is de dood, er is de doodsstrijd, er is bedrog, onrecht…

Ik vermoed dat God in Zijn grote plan zo schept dat alles een richting uitgaat, dat zeker.

Ik geloof niet dat God regen kan geven aan de ene buur die er om vraagt en aan zijn buur ander weer kan geven. Ik gebruik niet het woordje wil maar kan. Anders zou ik met een wrede god te maken hebben die sadistisch lang wacht om in te grijpen.

Ik geloof wel sterk dat God zowel met zijn hele schepping, en dat gaat zelfs ruimer dan met “zijn volk”, denk hierbij zelfs “de mensheid” en niet alleen maar zijn gelovigen, in relatie treedt als met een enkeling. We vergeten in deze tijd maar al te vlug dat God met heel zijn schepping op weg is, dat God met heel de mensheid op weg is, met heel zijn gelovige kerk op weg is. We zijn zo bewust geworden van ons eigen “ikje” dat we “wij” te weinig erkennen. We hebben met andere woorden ook elkaar nodig om in relatie te gaan met God. (dit door getuigenissen, door bemoediging, door samen te vieren en te bidden, door elkaar te dragen en samen te zijn)

Daarnaast is Hij uitnodigend naar elk van ons. Ik bid dagelijks op vele verschillende manieren. Het is vooral een in het leven staan bewust van Zijn aanwezigheid en nabijheid. Voor alles kan ik bij Hem terecht, Hij is de enige die me kent, beter dan ikzelf. Bij Hem ben ik ten volle gekend en bemind. Ik mag Hem alles voorleggen en ben er van overtuigd dat hoe dan ook Hij nabij zal zijn. Ik ben daardoor niet gespaard van moeilijkheden maar ik kan er wel anders door mee omgaan. Hij stuurt me, bevraagt me, geeft me moed, schopt mijn geweten en schenkt me vrede in mijn onvrede.

En dat is veel meer dan enkel maar verhoort worden om één iets te bekomen. Ziekte, zwakte en lijden horen evenveel bij het sterfelijke leven als gezondheid, sterkte en volop leven.

tweede brief aan mijn dochters, 3

De Zoon:

  1. de historische Jezus.

Van die historische Jezus weten we weinig en toch genoeg om te beseffen dat Hij zoveel mensen heeft beroerd in zijn tijd tot op vandaag. De getuigenissen vinden we in de evangeliën en wel zo beschreven vanuit mensen die gelovig naar Hem opzagen. In die getuigenissen zien we verschillende versies van gebeurtenissen en ook vaak met symbolische taal. Jezus was een jood en in zijn denken een kind van zijn tijd, maar met een visionaire geest. Hij verstond meer dan wie ook wie God is. Zijn grootste verdienste en eigenheid is volgens mij Zijn relatie met God, zijn Vader. Zo hecht dat in zijn spreken en handelen God aan het werk is.

We weten dat Jezus gestorven is aan het kruis en dat korte tijd er op vele mensen getuigden en geloofden dat Hij verrezen is. Dit is ook de kern van het geloof, de eerste dingen die opgeschreven werden over Hem.

Hij is ook kind geweest en groeide en wijsheid. Hij kende dus ook een leerproces, ook in zijn geloven en in het leven staan…

Hij spreekt in vele zaken niet anders dan de vorige profeten,  ook Hij is streng voor onrecht. “Je zult gestraft worden voor wat je niet gedaan hebt aan de minste (dus nog niet eens misdaan hebt)! En in het oude testament is er ook al een grote oproep tot vergeving (dat aan de regeling rond schulden) en tot oproep tot alle volkeren en niet enkel het eigen volk. Dat Jezus als eerste tot ieder spreekt (ook buiten het eigen volk)  en dat bij Hem vergeving en mildheid een nooit eerder geziene attitude is, een nieuwe verkondiging kan enkel maar gezegd worden door mensen die niet eens het oude testament gelezen hebben en ook geen kennis hebben van oosterse godsdiensten en filosofieën. De eigenheid is meen ik echt zijn relatie met God, die zichtbaar werd in alles wat Hij zei en deed.

tweede brief aan mijn dochters, 4a

  1. Jezus, de Messias.

Gelaat van God.

Ik heb dit eigenlijk al besproken maar wil het hier nog eens verduidelijken: Het eigene van Jezus Christus is dat Hij ten volle God laat zien, laat kennen. Daarin is Hij voor mij zeker een redder: Hij laat ons God kennen als Iemand die zo nabij is dat je Hem Vader mag noemen. Meer nog dat je God aan het werk ziet, bezig hoort als je naar Jezus kijkt en luistert. Zelfs vandaag bij het lezen van die getuigenissen van het evangelie kom je God op het spoor en dit vooral in het Jezus volgen in woord en daad. En heeft Hij eens een moment waarin je plots schrikt dan verbetert Hij zich vlug. Lees hierbij de passage als een vreemde vrouw Hem om hulp vraagt en Hij eerst antwoordt dat het brood niet voor de honden is. Onmiddellijk na de rare reactie merk je op hoe Hij haar bevestigt in haar geloof. Wil je God kennen lees dan het Jezusverhaal…

 

Blijde Boodschap.

Hij brengt niet alleen een goed verhaal, troostende woorden maar richt de mens ook weer op. Daarin zie ik ook Jezus als de komende, als de redder. Hij is de Messias voor de blinde, voor de lamme, voor de zondaar… Dit op zich zijn de kleine verrijzenissen die Hij mogelijk maakt. Zo is ook het geloof dat Hij leeft ook voor veel mensen vandaag een blijde boodschap. Het brengt de mens over alle pijn en moeilijkheden heen in een hoop en vertrouwen dat de dood, het kwaad nooit het laatste woord heeft.

tweede brief aan mijn dochters, 4b

Bevrijding.

Of zeg maar verrijzenis, oprijzen uit de ellende. Zelfs in het ondergaan van het kruis, zelfs in het roepen om hulp blijft het vertrouwen. Ook al leven vandaag mensen nog verder in ellende, ze gaan in hun geloof er niet aan ten onder. Er is een innerlijke bevrijding die machtiger is dan alle kwaad. Het gaat om een fundamentele bevrijding, een weten dat je er nooit alleen voor staat, dat niemand je uiteindelijk kan die relatie, dat vertrouwen ontnemen.

 

Let op met de offergedachte.

Jezus heeft zich niet opgeofferd opdat God vergeving zou schenken. In Jezus schenkt God vergeving. Maar God schonk al vergeving, nieuwe kansen, maar vele mensen zagen het niet of hielden er geen rekening mee. God had geen offer nodig, toen niet en vandaag niet. Mocht God dit wel nodig hebben dan hebben we te maken met een god die bloed nodig heeft of anders niet luistert: dit is een wrede god en zeker niet bijbels. De wereld heeft het nodig om tot inzicht te komen. Het zijn de mensen die zo wreed zijn. God is één en al gave, zo ook was en is Jezus. Als we dus samen komen om eucharistie te vieren dan is het vieren dat God in ons leven is, meer nog dat ons leven gedragen wordt in Hem. God komt niet in ons leven, Hij draagt ons leven. Eucharistie vieren is niet Hem aanwezig brengen, want Hij is er. Het is vooral een gedachtenismaal. “Doe dit om Mij te gedenken”. En tegelijk ons openstellen voor zijn genadevolle nabijheid. Het is dus meer dan een gebeurtenis gedenken maar vieren dat die genade ook ons vandaag overkomt. Dit vieren we in het beluisteren van zijn woord, in het gedenken en in het vandaag samen één zijn in Zijn naam.

tweede brief aan mijn dochters, 5a

Hierna:

  1. Leven na de dood?

Nadenken over leven na de dood.

Wat is de mens? Hij is naast het lichamelijke nog veel meer. Het eerste wat je steeds zegt als je je moet voorstellen is je naam en je relaties, je woonplaats en bezigheden. De relaties zijn dus heel belangrijk. Ik ben man van, vader van, ik zit in deze groep… Naast de relaties zijn er de interesses. Die hangen af van je fysieke toestand. Ik zal nooit een marathon lopen en het interesseert me ook niet. Die interesses zijn vooral gegroeid vanuit je fysiek, je relaties en wat op je afkomt, met andere woorden: de gebeurtenissen. Wat je meegemaakt hebt heeft je mee gevormd. Daarnaast is er je karakter en hoe je tegen het leven aankijkt. Deze zijn ook gevormd door het milieu, met andere woorden: je relaties, en door een stuk erfelijkheid bepaald. Veel draait dus rond de relaties en hoe je zelf iets verwerkt hebt.

Wel als we nu nadenken over leven na de dood dan zien we alvast dat het lichaam vergaat. Als je denkt over reïncarnatie dan zou ik niet weten wat er overblijft om in een volgend leven te overleven. Je milieu, je relaties zijn anders, je lichamelijkheid ook, wat je te verwerken krijgt (de gebeurtenissen) ook. En er is niets te leren van iets wat er helemaal niet meer is. Ik ben dus duidelijk: logisch kan reïncarnatie niet. Het is enkel een verlangen om weer te mogen leven. Maar wie dan? Jij?

Als ik denk over leven na de lichamelijke dood, dicht bij God, dan blijft alvast het verleden (de gebeurtenissen), de relaties en hoe je geweest bent. Je lichaam dat er niet meer is heeft toch bijgedragen tot wie je geworden bent, met de keuzes die je gemaakt hebt, dus ook je lichamelijkheid blijft voor een stuk omdat het over jou gaat. Alles kan dus blijven met uitzondering van het lichaam… Ten minste als er leven mogelijk is zonder het lichamelijke. En ook al is iemand gestorven, mijn ouders bijvoorbeeld, zij blijven mijn ouders. En ik herken ze in mijn dagelijks bezig zijn door de genen die ik draag en meer nog: de relatie die er geweest is en eigenlijk ook een beetje blijft bestaan. Geloven in leven na de dood blijft een vertrouwen en kan hier alvast niet bewezen worden. Maar het lijkt me wat aannemelijker dicht bij God te mogen zijn dan weer verschijnen in een ander lichaam zonder meer. Dan is het de vraag natuurlijk wat dicht bij God betekent, maar dit is uiteraard ook een geloofskwestie.

tweede brief aan mijn dochters, 5b

Overigens Gods bestaan hangt niet samen met al dan niet leven na de dood. Het christelijke geloof wel, maar bij de joden bijvoorbeeld waren er twee strekkingen. Beiden geloofden wel in God. Ik lig er niet van wakker en probleem alvast in dit leven te leven zoals God het me ingeeft. Wat hierna komt zie ik als een tweede enorm cadeau. Ik geloof maar mijn geloof is niet een angstvallig hopen dat ik zal blijven bestaan. In God geloven is geen vastgrijpen aan mezelf. Het is een mogen ervaren van zoveel en een open verwachten en vertrouwen. Ja, ik geloof, maar zelfs al zou er niets meer zijn hierna, dan nog ken ik een liefdevolle nabije God. En ja, ik geloof, twijfel niet aan mijn geloof. In mijn bidden gedenk ik ook mijn ouders. En ik geloof dat ze dicht bij God zijn, dus ben ik ook dicht bij hen in mijn bidden.

tweede brief aan mijn dochters, 5c

Een liefde zoveel groter dat niets haar kan breken.

Als liefde onbaatzuchtig is dan kun je ook zo liefhebben en geloven in de liefde zonder dat je rekent op meer. Als je gevoel voor rechtvaardigheid zo groot is, naast het verlangen naar uiteindelijke rechtvaardigheid dat blijft, doet het er uiteindelijk niet toe wat het resultaat is, je blijft ijveren voor die rechtvaardigheid. Dat is zelfgave die groter is dan het verlangen beloont te worden. En met liefde dat het gevoel van rechtvaardigheid nog overstijgt is het zeker zo. Die liefde kan zich niet verloochenen of zij is die liefde niet langer. Zo is Gods liefde, zo mag ook de onze zijn. Dan blijft het verlangen dat eens alles en allen in liefde zouden zijn, maar jouw keuze hangt niet af van het feit of dit wel zo zal zijn. En al geef je dan je inzet, je tijd, desnoods je leven: die liefde blijft rechtstaan ook als er niets meer zou zijn. Het is een geloven en hopen, verlangen en verwachten, maar niet een berekende liefde. Ook als er niets meer zou zijn: dan nog zal die liefde een teken van eeuwigheid zijn.

Ik hoop natuurlijk dat er meer is…

En die liefde zal uiteindelijk zegevieren. In de geschiedenis hebben we vele voorbeelden van mensen die verkettert werden en soms lang na hun heengaan en eer worden hersteld. En daarnaast heb je waar mensen voor hebben geijverd en desnoods zich volledig gegeven dat later we dankbaar mogen zijn voor hun liefde voor de waarheid en het opkomen voor de rechtelozen. We dragen de vruchten van hun liefde en ijveren voor een meer humane samenleving.

En denk je dat God die liefde verloren laat gaan?

 

tweede brief aan mijn dochters, 6

Oordeel

Straffe uitspraken.

Ook Jezus doet straffe uitspraken die ons aanzetten tot duidelijke keuzes. “En daar zal geween zijn en tandengeknars.” Maar dit kan niet anders, want zou God onverschillig kunnen blijven voor de ellende die omwille van egoïsme en slechter nog onverschilligheid en zelfs sadisme aan mensen en aan zijn schepping wordt aangedaan? Zou God dan niet beter zijn? Zou het God niet kunnen schelen? Er moet dus een oordeel komen om recht te zetten.

 

Rechtvaardig.

Het gaat om uiteindelijk rechtvaardigheid. “Wat je aan de minste der mijnen hebt gedaan dat heb je aan mij gedaan.” Dit kun je lezen in positieve en berispende zin tegelijk en beide zijn nodig. Het gaat erom om recht aan te doen. Om te herstellen en te bevestigen. En daarvoor is ook het oordeel nodig. Hoe dat dan is dat weet ik niet. Nee, we gaan niet mee in de spelletjes om te belonen wie te weinig heeft gekregen en het dan maar later te krijgen, maar ergens komt dat gevoel van eerlijkheid toch naar boven. Ik geloof dat de mens die eerlijk leeft en liefheeft ook in grote moeilijkheden nu al leeft vanuit ten minste die genade dat hij mag ervaren in zijn recht bij God te staan. En dat het oordeel in die zin ook nu al in ons leven van tel is. En toch is er voor die mensen rechtzetting nodig.

 

 

Barmhartig

Naast het gevoel van rechtvaardigheid is er ook de liefde. En wie is er vaak arm aan liefde en heeft die naast zijn slachtoffers meer dan nodig? Diegene die arm is aan liefde! Diegene die in de fout gaat. “Zieken hebben een dokter nodig.” Hoever reikt dan die barmhartigheid? Hoe groot is die liefde dat het ook kansen geeft aan de onrechtvaardige, echter niet aan de onrechtvaardigheid? Hoezeer nodig liefde uit om boetvaardig en vol rouw te zijn om te komen tot nieuw leven? Dat is het grote mysterie: Wie is die God dat Hij zelfs omkijkt naar wie tegen Zijn liefde in handelt? Daar kunnen wij niet bij en toch geloof ik dat God zo is.

 

Een oordeel over de levenden

Want wie echt onheus geleefd heeft: heeft het gehad. En hun leven is al een oordeel over henzelf. God wil niet dat iemand zijn liefde niet ontvangt, maar wie weigert kan Hij niet dwingen. Het onrecht komt op hun eigen hoofd terecht. En toch hoop ik dat tijd mensen doet inzien. Is dit niet voor sommigen een tussentijd?

tweede brief aan mijn dochters, 7

De Geest:

  1. De Geest in mij.

In ieder mens is er een geweten. En dat heeft te maken met de normen en waarden die iemand heeft. En toch: je kunt plots zo ontroerd worden en gedreven om te helpen of in te grijpen. En op een ander moment kun je zo ineens tot inkeer komen alsof je een schop onder je kont gekregen hebt. Ik ben er van overtuigd dat het God is die aan het werk is. En die God is zo aan het werk dat op een gegeven moment ieder redelijk mens niet anders kan dan toegeven aan een bepaalde waarheid. Het worden zo verworven inzichten. God die zo aan het werk is noemen we zijn Geest. Die inspireert en zet ons aan tot meer menselijkheid. Dat gebeurt in ieder mens, in de mate dat die zich openstelt voor een groeien in menselijkheid. Dat gebeurt tegelijk ook in samenlevingen. Gods Geest heeft open geesten nodig, noem ze maar profeten die anderen aanzetten om de waarheid te zien.

Je kunt niet alles uitleggen als een tweespalt tussen graag hebben en normen naleven. Er is voor mij meer: het gaat meer dan om waarden. Anders zouden we zou niet geraakt worden en tot bekering kunnen komen.

Gods Geest spreekt in mij en in ieder mens. Als je luistert kan je niet anders dan Hem aan het woord laten. Ik hoef dan niet sterk te zijn, Hij is sterk voor mij. En net in mijn zwakheid, in mijn klein menselijkheid en mijn beperktheid en in het beseffen er van komt Zijn echtheid aan het woord. Het kan niet van mij komen, zo edel en goed ben ik niet. Ik mag me op Hem vertrouwen. Dit doe je door in relatie te gaan dag in dag uit. Dat is de kern van het geloof: ook je kleinheid aan Hem toe vertrouwen en gewoon jezelf mogen zijn met Hem dicht bij je. Laat Gods Geest maar getuigen, ik getuig mee…

tweede brief aan mijn dochters, 8

Met open ogen, oren en hart.

De vrijheid van denken van de mens kan ervoor zorgen dat de mens niet toelaat of net kiest tegen. Daarom vraag ik jullie om open in het leven te staan. Om je te laten raken door het verdriet van anderen maar tegelijk ook door de tekens van hoop die op je af komen. Als je enkel open staat voor de miserie ga je er zelf met tijd aan ten onder. Als je enkel het kwaad ziet eveneens… Durf te ademen in de natuur, pik de goede boodschap, hoe klein ook, op. Laat je begeesteren door de hoop, de liefde en het geloof.

Open staan om in te zien wat tekort schiet en op je appèl laten doen. Laat je oproepen om nabij te zijn, om iets te doen aan wat onaf is. Wordt nooit gevoelloos, maar wees tegelijk sterk om er niet aan ten onder te gaan. Wie een dikke huid heeft laat zich niet meer raken en kent de liefde niet. En hoe kun je nu sterk genoeg staan om je te laten raken en nabij te kunnen zijn: net door je tegelijk te laten raken door hoop, liefde en geloof.

Hopen is geloven dat uiteindelijk het goed wint. Daarvoor moet je je antennes laten scherpen om tekenen van hoop ook in pijn en ellende te blijven zien. Je mag niet opgeven omdat je meer bent, omdat je gewenst en geliefd bent.

Liefde is het leven. Maar liefde moet je ruimer durven zien door een relatie tussen twee mensen. Liefde is altijd open op anderen, zelfs op onbekenden. Het is naastenliefde. Liefde is ook een vorm van dankbaarheid. Liefde doet je groeien in het besef dat je alles ontvangen hebt en zorgen mag. Liefde is je laten raken in je kwetsbaarheid en de kwetsbaarheid van de andere ervaren. Daarom mag je met open ogen en hart liefhebben. Je kwetsbaar opstellen omdat je weet dat je geliefd bent. Kijk uit om lief te hebben. Die ene bloem langs de weg kan je doen groeien in het liefhebben van heel de schepping: zo machtig is de liefde. Zo heeft God lief: Hij maakt zich kwetsbaar en aanvaard onze kwetsbaarheid. Zijn liefde voor jou is even groot voor heel zijn schepping en zijn liefde voor alles even groot voor het kleinste. Dat is het wonder. Laat je dus verwonderen!

Geloven begint met te weten dat je in jezelf mag geloven omdat iemand in jou gelooft. Omdat Iemand in jou gelooft mag je groeien in geloof en ook in Hem geloven.

tweede brief aan mijn dochters, 9 en 10

De Kerk:

  1. Als één volk in relatie.

Het is een beetje verloren gegaan door het individuele denken maar uiteindelijk zijn  we niet enkel persoonlijk geroepen als mens, maar ook als gemeenschap. Je kunt niet enkel met God in relatie gaan, tegelijk wordt je ook uitgenodigd om naar anderen toe te gaan. Zo zijn we slechts een deel van een groter geheel, van een samenleving. En zo mogen we ook als gelovige in een grotere verbondenheid leven met vele andere gelovigen, zo worden we één volk. Geen volk tegen andere, maar een gemeenschap waarin geloof meer gebeurt. Daar wordt samen gebeden, daar wordt lief en leed gedeeld. Daarom zijn er zoveel sociale acties en groepen vanuit het geloof ontstaan. Samen beleven we het geloof en de liefde, als dit niet zo is dan is er geen echte gemeenschap. Elk met zijn of haar eigen talenten vullen elkaar aan.

 

  1. Nood aan gelijken.

We hebben ook nood aan gelijkgezinden. Een gelovige heeft ook nood aan een medegelovige om net dat geloof te kunnen delen met elkaar. Je kunnen spiegelen in voorbeelden en in mensen mee op weg is heel belangrijk. Eveneens belangrijk is het om te kunnen samen bidden, samen delen, samen spreken over. Hoe moeilijk is het om over je diepste te spreken. Wanneer doe je dit nog eens? Zo heb ik naast mama gelijkgezinden om ook over geloof en over het leven te kunnen samen delen. Zo heb ik ook nood om samen te bidden, dit naast het gebed alleen. Maar moest het altijd alleen zijn dan zou dit ook opdrogen of verwateren. (Twee beelden voor het zelfde en toch zo verschillend). Ook de sociale inzet moet kunnen met anderen. En het samen vieren en aan tafel gaan is ook heel belangrijk.

tweede brief aan mijn dochters,11

Belijdenis:

  1. Overtuigd en vertrouwend.

Amen betekent: “Het is zo”. Dit zeg ik volmondig. Maar hopelijk heb je in mijn schrijven mogen ervaren dat geloven ook nadenken en zien inhoudt. We hebben alle mogelijkheden gekregen om dichter bij God, het leven en de naaste te komen. Mysteries zullen blijven. Maar het grootste mysterie is het leven zelf dat wij zomaar ontvangen hebben. Op de genade die aan ons gegeven is en de opdracht om die genade in ons en ieder te laten zijn werk doen zeg ik volmondig: Amen. Ik ben er door geraakt, er van overtuigd en geef er volledig mijn vertrouwen aan met mijn hart, met mijn verstand, met mijn gedreven zijn, met alles.

Amen.

 

brief aan God, inleiding

Brief aan God

 

Goede God,

Ik wil aan Jou mijn hart luchten over de gang van zaken in het geloof.

Ik doe dit met schroom, maar poog toch te komen tot inzicht en duidelijkheid.

 

Wij zijn allemaal door Jou gezonden, gezonden te leven, gezonden om Jouw schepping mee te brengen tot Jouw heil, gezonden om van Je te getuigen en naar Jouw dromen te leven.

Alle profeten zijn er door Jou toe bewogen om de waarheid te brengen voor de ogen van de mensen.

Jezus heb Jij tot ons gezonden om waarheid onder ons te laten wonen, maar ben Jij niet altijd dezelfde gebleven? Daarom durf ik om enkele stellingen uit te werken. Het is aan Jou om mij te bevestigen of te verbeteren, het is aan Jou om mij tot betere inzichten te brengen, wetend dat al mijn inzichten slechts beperkt zijn.

 

Ik heb geprobeerd om mijn dochters mijn inzichten mee te geven, ik heb echter over tal van zaken nog niet geschreven en zal dit bij deze ook doen. Het zijn gedachten die me ook bezig houden maar delicater zijn en zeker op onbegrip onthaald kunnen worden. Ben ik mis, help me dan.

brief aan God, deel 1

Elk zijn eigen weg?

In ieder mens zit een verlangen naar het goede. Dat is juist, zolang die mens niet bezoedeld is door eigen zuchten en blind geworden is. In heel wat godsdiensten zitten er goede gedachten en eerbied voor het leven en God. Dat is ook juist, zolang een mens niet zit in een positie van onderhandelen of afsmeken, zolang er geen magie of vermeende macht van controle er van doen is.

Zo kan ik stellen dat overal in het leven er uitnodigingen zijn om Jou echt te leren kennen, alsook om Jouw weg te vinden om een goed leven op te bouwen samen met anderen. Maar niet elke gedachte komt van Jou. Veelal is die ook gevoed door eigen verlangens en fantasie.

Elke grote godsdienst van vandaag is dus een zoektocht naar Jou en naar het echte leven. Toch ben ik het meest gecharmeerd door het christendom. Daar is in een lange geschiedenis van mensen (het hele joodse verhaal), van vele mensen die denken, ontmoeten en beleven een man opgestaan waarin we God ten volle kunnen leren kennen. Die Jezus boeit me al het hele leven: niet alleen zijn denken maar vooral ook zijn levenswijze en zijn getuigenis van God.

Kun je dus komen tot die manier van leven die God droomt op vele manieren: Ja. Maar in het volgen van Jezus kom je toch tot een heel eigen relatie met de medemensen, met de schepping en met God.

Het is dus belangrijk om steeds bruggen te slaan naar andersgelovigen omdat ook zij, net als ons pogen om te leven naar Gods verlangen. Laten we alvast meer werk maken van oecumene, want ieder of je nu katholiek, orthodox of protestant bent: Je wil een volgeling zijn van diezelfde Christus. In het zoeken wat ons bindt zouden we waarschijnlijk meer ontdekken dat Hij ons dichter brengt bij God en bij het Leven. Daarnaast is de dialoog met andere godsdiensten in het zoeken naar het meer samen mens zijn ook heel belangrijk.

De grote vraag is echter steeds: in hoeverre is het beeld dat ik me vorm vervormd door een eigen staan in het leven. Dit doet me zeggen: niet mijn weg maar die van Jou mag mij gegeven zijn.

brief aan God, deel 2a

Rituelen en symbolen:

In rituelen en met symbolen wil men iets brengen wat zomaar niet te vatten is. Het is dan ook heel belangrijk om zowel rituelen als symbolen te gebruiken in het leven. Ze zijn een uiting en herkenning, meer nog een aanwezig brengen voor de geest van een diepere werkelijkheid. Het zijn in mijn geloof echter geen God aanwezig brengen want die God is er immers altijd. Het is wel een zich openstellen voor die diepere werkelijkheid.

 

Symbolen en rituelen moeten steeds met eerbied voor wat er gebeurt of gebeurd is gebracht worden. Anders zijn het zomaar uitingen zonder meer en worden ze niet meer dan gewoontes. Zo ben ik er van overtuigd dat sterke rituelen en symbolen niet zomaar vervangen kunnen worden omdat ze een historisch begin kennen en wat toen gebeurde weer dichter bij ons brengen. Zo is het brood breken niet enkel een diepmenselijk gebaar maar ook verbonden met wat gebeurde op het laatste avondmaal. Je kan brood dus niet vervangen door iets anders. Mij valt het echter op dat bepaalde handelingen wel vaak gebruikt worden en haast het alleenrecht hebben opgeëist en andere slechts één maal per jaar gedaan worden. Denk hierbij aan de voetwassing…

 

Als symbolen en rituelen hun betekenis verliezen – wat gelukkig nooit zal gebeuren met het brood breken – dan moeten ze geduid worden. Het kan echter ook dat symbolen zo een nieuwe lading van betekenissen krijgen dat wat het eertijds opriep aan waarde verliest. Dan is het belangrijk om niet de eerste betekenissen los te laten, maar misschien als de duiding niet langer aanslaat en duiding niet langer volstaat te zoeken naar nieuwe symbolen of rituelen. We mogen echter niet te vlug tot zoiets over gaan omdat we hoe dan ook verlies kunnen lijden aan betekenis.

brief aan God, deel 2b

Toch is het toegestaan om steeds te zoeken naar nieuwe symbolen en rituelen om ter sprake te brengen wat te dierbaar is om te verliezen. Ik pleit dus tegelijk voor respect voor bestaande symbolen en rituelen en voor creativiteit, wetende dat bepaalde nooit vervangen kunnen worden. Waar een mens niet creatief kan omgaan met zijn verwoording en beeldvorming, wel met respect (daarmee bedoel ik: niet je eigen god creëren, geen projectie van eigen verlangens) om dichter te kunnen komen bij het mysterie: daar sterft de zoekende ziel en verstart het denken.

 

God laat zich niet vangen. Denk niet dat je God aanwezig brengt bij een ritueel. Dat is magie en daar geloof ik niet in. Hoe zouden we macht kunnen hebben over iets of iemand die ons te boven gaat? God wil steeds bij ons zijn, Hij is aanwezig: Het is aan ons om ons open te stellen voor Hem en dat kan door meditatie, schriftlezing, aandacht voor kleine tekenen, symboolgebruik, rituelen, vieringen, gebeden, ontmoeting… Mensen denken maar al te vlug dat Jij te koop bent. “Ik heb zoveel gebeden, zoveel kaarsjes ontstoken en toch..” Dit zijn begrijpbare uitspraken, maar hebben iets van afkopen. Alsof God niet wil helpen als we niet genoeg zagen…

 

Een sacrament is geen speciaal gebeuren met symbolen, woorden en rituelen waarin God naar ons toekomt. Nee, het zijn die speciale momenten die we zelf inbouwen in ons leven waarin we opener staan voor Gods nabijheid. Met het doopsel wordt geen enkel kind kind van God, want dat zijn ze al. Maar de ouders geven hierbij de wens dat God het kind mag inspireren en dat doet God dan ook ten volle. En zo is het met elk sacrament. God is steeds bij ons, maar wij moeten ons openen om Hem in ons leven meer toe te laten. En dat is niet enkel zo bij de gekende sacramenten. Het is bijvoorbeeld ook een zalig moment als je de andere toelaat je te inspireren. Het is een ontroerend moment als je Gods nabijheid voelt in wat voor anderen een gewoon moment zou zijn.

 

brief aan God, deel 2c

Rituelen mogen nooit los staan van het leven. Als rituelen los komen van de werkelijkheid, als ze niet meer herkenbaar zijn dan verliezen ze ook hun waarde en dit op twee manieren:

De herkenbaarheid van het ritueel: Dopen met water, heeft altijd ook een verwijzing naar wassen. Water staat ook voor leven. Bij een kinderdoop is water verwijzend naar leven aan betekenis sterker geworden dan wassen. Bij een doopsel van een volwassene (zoals in de eerste tijden) hadden vergeving een belangrijkere betekenis. Water en leven zijn duidelijk, ook voor een klein kind… Maar het wordt vandaag moeilijker om te spreken over vergeving bij een onschuldig kind…

De noodzakelijke vertaling in het dagelijks leven: Als je niet deelt in het dagelijks leven, dan wordt het moeilijk om echt eucharistie te vieren.

 

God werkt ook doorheen zijn schepping en de mensen. Het is niet juist dat God enkel werkzaam is doorheen rituelen. Hij is altijd werkzaam, maar krijgt voor de mens in rituelen door de bijzondere aandacht van die mens meer kans om die mens te raken. Maar God raakt evenzeer op andere momenten, zolang de mens maar bereid is om zich te laten raken, en dan nog: je kunt door ervaringen plots een schudding krijgen.

 

brief aan God, deel 3

Waarom zouden wij zegen weigeren?

Zegenen is Gods zegen vragen over en geloven dat God ook in dit gebaar zijn zegen geeft. In een huisgezin wordt er hopelijk hier en daar nog gezegend “God zegene en beware je”. Er mogen dieren en wagens gezegend worden maar dan zouden we opeens weigerachtig staan tegenover bepaalde mensen die ook eerlijk Gods zegen vragen. Dat kan toch niet? Waarom zouden we weigeren om mensen die een andere of een tweede relatie hebben en het beste voor hebben te weigeren om die relatie te zegenen? Waarom zouden we zelfs ongedoopte mensen weigeren om een zegen te geven in moeilijke momenten?

En waarom houden we nog steeds angstvallig lijsten bij en moeten we die lijsten raadplegen om andere sacramenten te kunnen toedienen? En het wordt nog ingewikkelder: en bij de eerste communie nu al begint de rondvraag. Alsof Jezus eerst lijsten en handtekeningen zou nagekeken hebben. Wel ben ik voorstander van geloofsgesprekken. Die moeten zeker gebeuren, en niet in de eerste plaats om geloof na te gaan, maar vooral om samen op weg te gaan. Geloof is wel vereist! Waarom zou je anders om zegen vragen? Meedoen met de rest is eigenlijk geen reden!

Mensen die hoopten dat Jezus hen zou helpen werden geholpen. Is die evangelische uitstraling niet genoeg? Ook niet joden, dus voor die bevolking ongelovigen, kregen Jezus’ zegen! Als ze maar vertrouwden en eerlijk de vraag stelden! Als er maar een oprechte vraag komt gekoppeld aan vertrouwen!

brief aan God, deel 4

Opgeschreven woorden als getuigenissen.

De Bijbel staat vol geloofsverhalen. Dit betekent niet dat ze geen waar zijn, maar dat de schrijver verwoord heeft wat hij gelovig ervaren heeft. De werkelijkheid is een gekleurde, namelijk een gelovige, en daarom niet minder waar, maar net meer. De Bijbel heeft echter niet enkel de bedoeling om weer te geven wat er gebeurd is, letterlijk als een verslag, maar wel wat het teweeg gebracht heeft in het leven van die gelovige mensen.

Ook vandaag leggen mensen getuigenis af en dit is hoogst belangrijk.

 

We moeten de teksten dus zien vanuit een bril van het leven uit die tijd en met zicht op het doel van het neerschrijven van die tekst. Maar we hebben die teksten meer dan nodig. Ze plaatsen ons in een werkelijkheid, ver weg van zweven en fantaseren. In de rauwheid van een aantal passages merken we net op dat ze ervaren zijn. Naast het lezen van de hele schrift in ook de getuigenis over Jezus heel belangrijk. We moeten er geregeld bij stilstaan om terug te kunnen keren naar de kern. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat een zuster, diaken of priester niet meer dan eens de Bijbel gelezen heeft. Waar hebben zij het dan over?

 

Los van de teksten wordt er teveel gefantaseerd en heb je ook automatisch verkeerde beelden die opgehangen worden en (erger nog) worden er uitspraken gedaan die helemaal tegen het evangelie ingaan. Het is ook steeds gevaarlijk om één uitspraak te gebruiken uit de schrift en het geheel los te laten. De Bijbel werd op die manier al veel misbruikt.

 

brief aan God, deel 5

Volksgeloof

Ik versta de nood aan veel vormen van volksgeloof. Ze zijn vaak een houvast. Maar ze brengen ons weleens verder weg van de kern. Ik ben een voorstander van het gebed, maar vaak wordt dat herleid tot een afsmeken. Oude godsdiensten hebben vaak een uitweg gevonden in een aanpassing van het geloof aan de oude gebruiken. En op zich: waarom niet! Maar ik ben vaak bang voor mensen die menen niet verhoord te worden en daardoor geloof kwijt geraken, meer nog verbitterd geraken…

Ik ben ook bang voor een ander godsbeeld dat er mee gepaard gaat: Alsof God enkel luistert als je het genoeg zegt…

 

Aan de andere kant moet ik ook durven zeggen dat in het eenvoudige volksgebed vaak ook echt gebeden (daarmee bedoel ik: in een relatie getreden wordt met God) wordt. En vele geleerden of kenners er iets aan te leren hebben. Met een eenvoudig vertrouwen en een dankbaarheid staan vele eenvoudige mensen verder dan andere die er “meer” over weten.

brief aan God, deel 6

Groeien in menselijkheid ook in de constituties en niet enkel in de uitspraken.

Ik ben heel blij met de nieuwe wind die soms waait. Je laten raken door het evangelie is belangrijk, en vooral door de Geest van het evangelie. Het is echter zo dat inderdaad het evangelie beleefd moet worden in woorden en daden.

Ik hoop dan ook dat een aantal niet christelijke wetten in de kerk veranderd worden. Jezus kwam niet om uit te sluiten maar net om te bevrijden en uit te nodigen. Ik denk hierbij aan hoe gepoogd wordt om evangelisch om te gaan met echtgescheidenen en gelijklievenden en daarnaast nog altijd die uitsluiting officieel is.

Nu Maria van Magdala eindelijk gevierd kan worden als apostel wordt het ook tijd om de vrouw in de kerk gelijke rechten te geven. Laat ons niet langer verschuilen achter wat dan ook voor redenen! Ten andere als de kerk gezien wordt als de bruid, dan is de voorganger nog altijd niet de bruidegom, maar wel de voorganger om in relatie te treden met de bruidegom…

brief aan God, deel 7

Symbolische taal vraagt soms veel uitleg en is ook vaak mis begrepen.

Symbolische taal is mooi en is een verrijking voor ons geloof maar soms zorgt het ook voor nodeloze twisten. Denk hierbij aan engelen. Het zijn boodschappers. En of dit nu fysieke personen zijn of niet: de boodschap is alvast aangekomen. God heeft zeker mensen aangezet tot, rechtstreeks of via, dit is niet belangrijk…

Leg de vier verhalen van het lege graf maar eens naast elkaar en neem eens alles letterlijk. Je zult het jezelf moeilijker maken dan nodig. In symbolische taal wordt meer verteld dan wat fysiek gebeurde, het geeft tegelijk aan hoe je het beleefde en verwerkte. Wat zouden we verder geraken als we met zijn allen meer de Bijbel zouden lezen en inzien dat taal meer zegt dan feiten. Soms hangen we ons zo vast aan details dat we de kern verliezen.

Denk ook aan de discussie rond de maagdelijkheid van Maria en de problemen die het meebrengt voor veel mensen om dit al dan niet te geloven. Het belangrijkste wat er mee gezegd wil zijn is dat het kind speciaal is. Het gaat in de eerste plaats om Jezus.

brief aan God, deel 8

Weg van wetteksten naar geloofsgetuigenissen.

Samen zeggen we nog wekelijks de geloofsbelijdenis op. OK, het verbindt de gelovigen met één tekst. Maar wat we opzeggen is vooral om “dwaalwegen” te vermijden. Het is als het ware een wettekst met een aantal zinnen waarin bepaalde woorden het mij alvast moeilijk maken, als ik niet de achtergrond zou inzien, om die te zeggen.

Waarom zouden we niet meer komen tot echte getuigenissen? Waarom moet die haast wettisch samengestelde tekst de enig zaligmakende zijn? OK, die twee…

We hebben meer nood aan getuigenissen dan aan verworvenheden gebundeld ter verdediging van ketterijen.

Zo is het ook met vele andere echte wetteksten. Ze zijn gegrond op basis van het evangelie maar hebben tegelijk ook hun oorsprong in de geest van die tijd. Denk hierbij aan de angst van alles wat met seksualiteit te maken heeft. Spreek ik hier nu over een verleden? Ik hoop het…

Moeten er concrete standpunten ingenomen worden? Natuurlijk! Evangelie heeft ook met het dagelijkse leven te maken maar zijn levensgetuigenissen niet belangrijker om mensen aan te zetten tot evangelisch leven?

Ik kies in mijn leven heel concreet voor mensen en waarden vanuit mijn geloof hopelijk geworteld in het evangelie en zet ook anderen daartoe aan maar doe dit niet door nieuwe geboden op te stellen maar wel door mijn manier van leven, mijn getuigenis en mijn duidelijke standpunten bekend te maken, echter niet als wetten…

brief aan God, deel 9

Groeien naar een samen op weg in verscheidenheid.

Ik hoop dat met het verzamelen van parochies in grotere entiteiten niet alles een eenheidsworst wordt en creativiteit en eigenheid niet langer zullen kunnen. Ik geloof ook niet in grotere gebieden maken, wel in daar inzetten waar er levende gemeenschappen zijn en waar die ook kunnen groeien. Ze moeten groeien daar waar geleefd wordt, bij concrete werkingen van solidariteit of biddende gemeenschappen en niet op kunstmatige plaatsen. Het eigene van een concrete werking van solidariteit of biddende gemeenschap is net het zelf mogen uitgroeien tot wie ze zijn. Het vraagt om creativiteit en zelfs experiment want daar waar niet geleefd wordt, daar kan men niet anders en zichzelf zijn. In alle tijden hebben mensen gezocht met eerbied voor de kern van het geloof om een eigentijdse vertaling en beleving te geven aan het evangelie en het geloof. Zie gewoon al de verschillende stijlen van de kerkgebouwen. Maar dat eigen mogen zijn gaat veel verder: er mag zelfs gemist worden en er uit geleerd worden.

Het is ook goed om in verschillende gemeenschappen te snoepen van hun eigenheid en de nodige bagage mee naar huis te nemen om in de eigen gemeenschap geloof te doen. Ik ga bijvoorbeeld jaarlijks naar een trappistenklooster, ik zou er niet willen blijven, maar heb er meer dan deugd aan.

Ik denk dat gelovige gemeenschappen moeten iets eigens hebben om te kunnen blijven bestaan. Laat ons dus niet voor de haalbaarheid op verschillende plaatsen dezelfde liturgie vieren als plaatselijk mensen niet de kans hebben om zich erin te herkennen. Zo is het niet enkel met de liturgie maar ook met de samenlevingsvormen en nog veel meer. Een klooster, een arkgemeenschap, een jongerenwerking, een werking gebouwd rond de zorg voor kansarmoede, een home hebben allemaal andere samenlevingsvormen en verdienen ook een aangepaste manier van geloofsbeleving. Die gemeenschappen kunnen elkaar aanzetten tot meer echtheid in het zoeken om God toe te laten, of beter gezegd: om jezelf meer open te stellen voor die God die er altijd is.

brief aan God, deel 10 a

Angst is een slechte raadgever.

Terug dringen is wat ik vaak ervaar en dat is nooit goed. Wat wel moet is terug gaan naar de kern maar dat is iets heel anders dan in verdediging gaan. Terugdringen is net het tegenovergestelde van wat moet gebeuren. We moeten naar de wereld. Ik zie vaak hoe kleiner geworden gemeenschappen, parochies zich angstvallig vasthouden aan wat eens succes had. Ze sluiten zich meer en meer op in eigen gelijk en zijn gedoemd om als gemeenschap te verdwijnen. We moeten in de maatschappij samen werken met alle actoren die achter het zelfde staan op bepaalde punten. Gaat het om het beschermen van de jeugd of gaat het om het tegenaan van vereenzaming, gaat het om opkomen tegen kansarmoede of beschermen van de natuur, altijd hebben we medestanders en kunnen we vanuit ons eigen christen zijn mee ijveren voor de goede zaak. Daar zullen we getuigenis afleggen en niet in ons eigen kleine kringetje waar elk initiatief van onszelf moet uitgaan.

 

Terugkeren naar vroeger is iets wat ik ook vaak bemerk. Ook dat is geen weg. Als we willen terugkeren naar vroeger: dan moeten we nog verder terug: niet naar de jaren van de late negentiende eeuw tot vóór het tweede Vaticaans concilie, niet naar de middeleeuwen, maar naar de tijd dat de eerste christenen poogden om een gemeenschap te vormen. Laten we ons ontdoen van ballasten en terug zoeken naar authentiek in het leven staan als gelovige. Die eerste christenen leefden in een voor hen vreemde samenleving en ze poogden een eigen interpretatie van op weg met Jezus in hun eigen leven op te bouwen.

 

Verstrengen is verstrengelen. Met verstrengen bedoel ik alles meer in vaste vormen gieten. Dat is veelal uit angst om te verliezen. En daardoor verliezen ze. Juist: Met vastere vormen komt men tot verbondenheid en universaliteit. Maar is dit de verbondenheid die we verlangen? Zonder plaats voor een zoeken komt er met tijd altijd een verstarring. En die vaste vormen zijn toch ook ooit bedacht? En vele ervan zeker niet door Jezus. Door te verstrengen in de keuze van teksten, van rituelen, van lichaamshoudingen verliezen we het spontane en met tijd het echte: de blijde boodschap die in ons mag waar worden. Dit bedoel ik met verstrengelen. Ik pleit niet voor er zomaar los op in te gaan, wel om de kern niet te verliezen door allerlei ballast en regeltjes.

brief aan God, deel 10b

Weg lachen is nog zoiets dat vaak uit angst gedaan wordt. Willen we a.u.b. de mensen serieus nemen en niet zomaar vragen onbeantwoord laten. De mensen zijn niet dom en wij moeten niet beslissen om het voor hen simpel te houden. Laatst werd er op een vraag over Maria van Magdala in één zin geantwoord dat de vele interpretaties enkel maar ontstaan zijn uit fantasie en het schrijven van een roman. Er kwam geen duiding en kadering en het is nochtans niet moeilijk om dit te doen. En de mensen zouden niet op hun honger blijven zitten en een antwoord krijgen waar ze weg mee kunnen. Lach niet zomaar weg, duidt het dan zien de mensen dat er inderdaad veel interpretatie is uit weinige bronnen. Maar dan kunnen ze weer verder en krijgen niet de indruk dat ze of te dom zijn of dom gehouden worden.

En durven we ook zeggen dat wij het niet weten of dat we enkel maar een eigen getuigenis kunnen afleggen die niet onfeilbaar is?

 

Angst zie ik ook in het zeker goed afbakenen van eigen taken. Alsof iemand zijn eigenheid zal verliezen als ook een ander daarin kan helpen. Als taken je eigenheid uitmaken dan is het armoe troef. Nog zo een angst is het meer en meer definiëren van voorwaarden om deel van de groep te mogen zijn. Alles wordt nu meer en meer uitgeschreven en aan regeltjes onderworpen. Daarvoor moet je dit gevolgd hebben en dit mag wel en dat niet in het weekend… Jezus ging rond en bracht de Blijde Boodschap, zomaar. Ik heb geen nood om meer te mogen. Ik ben vooral blij om mens te mogen zijn samen met anderen. Ik zie dan ook weinig andere voorwaarden dan te geloven en mee op weg te willen gaan. Maken we het onszelf niet vaak te moeilijk? En getuigen we daarmee of brengen we net een getuigenis van het tegendeel? Ik pleit hier niet om je niet te laten vormen? Want hoe kun je groeien in geloof zonder je er te laten door vormen?

brief aan God, deel 11 en 12

  1. Haarden van eigenbelang.

We zijn ook zo vol van ons eigen gelijk. Dit brengt mee dat we soms overbeschermen en een ander niet toelaten op ons domein. Het is altijd al een tijd geweest van samenwerken en je laten bevragen en dit is ook zeker zo vandaag. Structuren plaatselijk zitten soms zo vast omdat enkelen niet verder kijken. “Het is mijn terrein, mijn kerk, mijn verantwoordelijkheid…” “Ik trek me dat aan, ik ben daar voorzitter van…”

Het heeft niet alleen iets positiefs van verantwoordelijkheid en behartiging maar ook verhindert het om Gods Geest te laten waaien. Waarom is het zo moeilijk om op en te trekken? Is de persoonlijkheid van iemand zo verweven met zijn taken? Dat is toch jammer. Ooit komt de tijd dat die toch moet loslaten. En wat is die mens dan nog als die zich zo vereenzelvigt met zijn verantwoordelijkheden? We zijn toch allen meer dan dat!

Vernieuwing – en Gods Geest roept ons voortdurend op om creatief, bevrijdend, blijde boodschap mogen ontvangend en delend ons te laten raken – is noodzakelijk opdat God zijn werk in ons kan verrichten. Bevragen is geen aanvallen maar aanzetten en zoeken naar echtheid.

De donkere kant van dat eigenbelang zijn zeker de postjesverdeling en het verdelen van de gelden. Verworven rechten zijn niet altijd correct! Er zijn regels van fatsoen.

Vooreerst de postjesverdeling: Men kan niet zomaar zorgen dat man- of vrouwlief binnen geraakt. Je kan toch niet tegelijk eindverantwoordelijke zijn en zorgen dat je iemand die zorgt voor het gezamenlijk inkomen voorkeur krijgt om er te werken! Meer nog: zelfs in het vrijwilligerswerk kun je niet op voorhand het zo regelen dat een ander er niet meer bij kan! En dat gebeurt allemaal!

En dan de voorrechten van het gebruik van gebouwen en inkomens: Ik denk dat we er beter aan doen om alles eerlijk op tafel te leggen en in gezamenlijk overleg met ieder die er verantwoordelijkheid draagt gaat zoeken wat de beste, meest eerlijke en humane manier is van gebouwen en gelden. Als we dit niet doen zullen anderen dit voor ons beslissen en met minder overleg!

 

  1. Verkondiging moet ook in daden.

Dit denk ik is heel duidelijk en hoeft geen uitweiding! Andere verkondiging is show zonder vaste grond.

brief aan God, deel 13

Weg van macht en rijkdom.

Het vraagt veel moed om te durven aan de kant van de onmacht te staan. We moeten blijven opkomen voor wie het nodig heeft, in die zin moeten we al onze krachten gebruiken opdat zij het beter hebben of gehoord worden. Daarvoor is er de kans in tal van bewegingen, eigen of werkend in pluralistische, zoals er zijn de vele raden en goede initiatieven die niet alleen of niet vanuit de kerk gegroeid zijn. Onmacht betekent dus niet er niets aan doen.

Maar als ik het heb over weg van macht dan bedoel ik weg van die zelfverzekerdheid met eigen privileges. We denken nog te veel dat de maatschappij enkel naar ons moet luisteren. Die macht die er eigenlijk al niet meer is wordt toch nog in stand gehouden door het denken dat we moeten kost wat kost vasthouden aan alle verworvenheden. En dat laatste gaat veel verder dan we denken: ik zie het niet enkel aan het vasthouden aan gebouwen en een eigen statuut voor het inkomen, ik merk het zelfs in de manier waarop wij lijsten aanleggen en verenigingen blijven claimen die al lang ontvoogd zijn maar die we wel nog altijd mogen appelleren. We denken ook te vaak dat wij eigen bewegingen moeten op gang zetten om ons te bewijzen. Laat ons samenwerken a.u.b. ! Een eigen beweging kan natuurlijk maar steeds in samenspel in het geheel.

Dat we nu eens blij zijn bijvoorbeeld dat er initiatieven zijn vanuit de gemeente om ouderen te bezoeken en we niet enkel kijken naar het verlies van eigen mogelijkheden… Ga mee met hen op bezoek en getuig van je eigenheid!

Macht is er ook in het proberen op de leggen van levenswijzen en ethiek. Leg niet op maar getuig en volhard in het voorleven. Wees wel een roepstem, desnoods in de woestijn!

Gezag begint met ontzag en gezag groeit waar je ontzag kan laten groeien. Hou meer voor ogen dan in handen. Kom wel met alles wat je hebt op voor de minste. Maar dit ook kan pas door de minste zelf aan het woord te laten en jezelf uit respect en liefde voor hen niet erboven te zetten. Het is een meegaan en desnoods met alles wat je hebt schermen niet enkel voor hen maar samen met hen.

We moeten ook weg van de rijkdom. Je kan niet rijk zijn als er nog armoede is! Macht en rijkdom zijn net tegenargumenten van het evangelie. Verwijzen met ontzag en delen zijn christelijke waarden.

brief aan God, deel 14

Weg van eigen gelijk.

God spreekt door alles en dus niet exclusief door ons. Je kunt ook tot God komen zonder ons want wij zijn slechts instrumenten die niet het alleenrecht hebben. Aan God is dit gegeven en Hij deelt het met ieder. We kunnen veel leren van anderen. Dat neemt niet weg dat we zeker iets te zeggen hebben, vertaal te getuigen. Het zou een grote stap zijn, en die gebeurt al, om eerst te luisteren naar elkaar.

In de geschiedenis zijn tradities uit elkaar gevallen en diegene die zich afsplitste van de grote kerk heeft steeds ergens gelijk gehad. Durven daar echt naar luisteren en allen erkennen dat we slechts onaf op weg zijn als christen is een grote stap naar Oecumene. Daarnaast is het durven terug gaan naar de grondteksten, de schrift, een heel goed hulpmiddel. Als je consequent durft luisteren dan moet je toegeven dat je niet altijd gelijk hebt.

Daarnaast, als je gelooft dat God in alles werkzaam is, dan moet je ook de maatschappij serieus durven te nemen. Als je enkel maar de weerbarstigheid ziet tegen Gods woord (en dat is er en evengoed in ons) dan verloochen je dat God ook aan het werk is aan ieder. Hiermee heb ik niet gezegd dat we niet een belangrijke stem moeten hebben, wel in het tegendeel. Wie zich laat raken zal waarschijnlijk meer Gods stem mogen herkennen…

brief aan God deel 15

De weg van de eenvoud en de hartelijkheid.

Dat is de weg die we moeten gaan. We zijn slechts klein in het geheel. Wat we zijn hebben we vooral gekregen, we hebben slechts een klein deeltje aan onszelf gewerkt, en dan nog met de mogelijkheden die ons gegeven zijn. Dat maakt me nederig. Laten we daarom maar eenvoudig zijn. Gewoon nabij zijn, gewoon medemens zijn, gewoon kind zijn van Gods schepping, kind van God. En laten we dit vooral doen vanuit een generositeit, een hartelijkheid. Hartelijkheid en leven hebben we ontvangen, die mogen we ook delen en doorgeven.

Een eenvoudige hartelijke kerk is de toekomst. Eenvoud is niet simpel in de betekenis van dom maar gewoon open en eerlijk. Een weg waarin ook de minste voelt dat die meetelt en ook mee kan bouwen aan een gemeenschap. Je bent pas wijs als je moeilijke dingen eenvoudig kunt uitleggen, als je verbanden ziet en ze ook kunt duiden. Je bent pas echt wijs als je zo poogt te leven en je inzichten en geloof in daden kunt omzetten. Eenvoud is ook leren ontvangen en dit in hartelijkheid en dank. We moeten stralen als we leven vanuit het licht. De hartelijkheid moet een uitnodiging zijn om mee op weg te gaan. We moeten een uitnodiging worden. Slechts in hartelijkheid en generositeit getuig je van Gods oproep te leven.

brief aan God deel 16

De weg van harmonie.

Opkomen voor harmonie betekent in de eerste plaats respect hebben en opkomen voor wat kreunt onder ons gedrag.

De natuur heeft het zwaar te verduren. We zijn met onze consumptiewereld onze aarde aan het verpesten. We verbruiken te veel. De plaatsen voor de dieren en de planten verminderen. Zoveel soorten verdwijnen als we niet vlug iets doen. De opwarming is een feit. We moeten anders gaan leven: minder verbruiken en met minder tevreden zijn.

Op weg naar harmonie betekent ook onze plaats kennen. We dachten ooit dat de zon rond ons draaide, dat onze aarde het centrum was van het heelal, daarna waren we er van overtuigd dat de ene mens meer was dan een andere, nog altijd denken vele mensen dat we de enigen zijn die kunnen liefhebben, voelen en denken. We moeten nog een hele weg gaan om in te zien dat we slechts een deel zijn van de hele schepping waarin vele dieren ook ons liefde kunnen leren, waarin zelfs planten ons harmonie kunnen leren. Harmonie is dus zeker ook met respect omgaan met dier en plant.

Harmonie is respect hebben voor het leven, opkomen voor de zwakste. Harmonie is bewust omgaan met de ecologie en streven naar een sociale samenleving zonder onrecht. Harmonie is opkomen tegen onrecht, tegen armoede, tegen geweld, tegen honger, tegen uitsluiting… Geen mens is minder dan een ander! Harmonie is zorg dragen voor onze kinderen, voor onze ouderen, voor de zieken, voor de eenzamen, voor de arme, voor het leven.

In een harmonie mogen we verschillend zijn en zo elkaar aanvullen.

Brief aan God, deel 17

De weg van dankbaarheid en Godlof.

Alles gekregen, zo een cadeau verdient dankbaarheid. Ook in tegenslagen positief naar het leven kijken, in verwondering om kleine dingen is een kunst. We worden geroepen om te leven, en dat is een antwoord geven aan Zijn eerste woord. Het schoonste antwoord is verwonderd, dankbaar in het leven staan. Dat is ook de beste getuigenis. Dankbaar zijn.

En wie mogen we danken: de mensen die ons op weg geholpen hebben, alles dat ons geschonken is, God. God loven is dan ook Hem danken. Zo wil ik dankend in het leven staan. Zo moge mijn levenspsalm worden: één dankgebed. En alles wat ik wil doen wil ik aan Hem opdragen: A.M.D.G., tot meerdere lof aan God.

 

 

Ik weet dat ik vaak hard ben in mijn oordelen in deze brief en heb niet eens de bedoeling om af te breken. Help me, mocht ik deze brief publiceren, om mensen aan het denken te zetten en niet allereerst in verdediging te gaan. Maar help me vooral dat ik Jou toelaat in mijn denken en mijn liefhebben. Help me in mijn pogen oprecht te zijn en zet me op andere gedachten mochten ze verkeerd zijn.

brief aan mijn dochters inleiding

Brief aan mijn dochters

 

Je weet dat ik redelijk nuchter ben en toch maakt geloof een heel deel van mijn leven uit.

Ik wil jullie mijn ervaringen en overtuigingen meegeven. Doe er mee wat je wilt. Het is graag aan jullie gegeven.

God kun je niet bewijzen, geen God kun je ook niet bewijzen.

Maar ik weet voor mezelf dat er zoveel verwijst naar een God dat die er wel moet zijn.

 

  • Ik kan zaken zien die me helpen bij het inzien en me zo laten kennen.

(Als God er is, dan mag ik ook in zijn schepping verwijzingen vinden)

Dit zien is in het leven en in al zijn facetten, zo ook in de geschiedenis en de natuur.

 

  • Ik weet dat mijn zien soms ook een dwalen is.

 

  • Ik kan ook vermoeden vanuit getuigenissen die ik wel kritisch wil beluisteren.

 

  • Ik weet dat ik vele dingen nooit kan kennen en dan mag ik hopen en vertrouwen.

Hoe zou ik ook kunnen kennen wat mij te boven gaat?

 

  • Als mijn hopen en vertrouwen ook werkelijk terecht is dan weet ik zeker dat een aantal zaken logisch zo zijn en niet anders kunnen.

 

Met andere woorden ik ben er zeker van en weet dat veel mij ontgaat.

Het is een rotsvast geloven met veel onzekerheden.

Die onzekerheden maken mij niet onrustig, maar zijn net zaken die mij in verwondering brengen.

 

 

 

Mag ik starten met een rare uitspraak?

Ik weet dat deze uitspraak kan verontwaardiging meebrengen bij mensen die het zwaar hebben, groot verdriet of pijn kennen, en toch doe ik ze in volle overtuiging, met veel respect en schroom voor wie er moeite mee heeft:

 

Onze wereld is zo gevormd dat het leven zo ideaal mogelijk kan zijn.

Wij zijn zo gevormd dat we echt in liefde zouden kunnen leven.

brief aan mijn dochters 1

  1. Een plaats om te leven

 

Natuurwetten en uitzonderingen:

Verstaanbaarheid zorgt dat we veel niet weten en toch ons veilig kunnen voelen. Moesten we leven in een omgeving waar niets begrijpbaar is, dan zouden we ons nergens thuis kunnen voelen. Tegelijk zet het ons aan om nog meer te begrijpen en te zoeken naar het hoe en waarom.

Als er geen reden is om te bestaan, is het ook niet logisch dat heel veel beantwoordt aan een soort wetten die we nog steeds ontdekken.

Verstaanbaarheid geeft veiligheid en een thuis. Het doet je goed voelen en geeft je een vertrouwen dat heel belangrijk is in het leven.

 

Ideale omstandigheden:

Alles was nodig in de vorming van het heelal en de aarde om leven mogelijk te maken. Andere omstandigheden zouden dit leven onmogelijk maken. Korstvorming en water zijn naast vele andere noodzakelijke stappen. Het leven is ontstaan bij vulkaanuitstotingen onder water. Chemie dat leven wordt is op zich een prachtige evolutie.

Wij hebben tijd en ruimte en gravitatiewetten nodig om hier en nu iets te kunnen betekenen in het leven.

Al deze gegevens die zo een geheel vormen is een enorm geschenk en zetten aan om hier en nu te leven. We hebben veel gekregen, binnen onze mogelijkheden.

 

Evenwicht dat leven geeft:

Ik zie harmonie en evenwicht in de natuur. En alles dat inspeelt op alles. Steeds zoekt de natuur een evenwicht dat veelal groei in het leven mogelijk maakt. In het ontstaan en de evolutie zien we dat aanpassingen kunnen doen groeien.

Groeien is nodig om zin te vinden in het leven. Want groeien is zoeken… Dit betekent niet dat waar geen groei meer is het leven niet zinvol is. Heel zeker niet want dit is een gevaarlijke gedachte die wel eens de kop opsteekt! Ik bedoel daarmee dat het je echt confronteren en je bezinnen, zoekend naar echte harmonie groeien is en dit net meerwaarde en meer zin kan bijbrengen.

 

Meestal gelukt:

Vele mensen hebben kleine gebreken, maar over het algemeen zijn het gezonde mensen. Het verwondert me dat zo iets complexs meestal goed verloopt. En als er mankementjes zijn dan verhinderen die in vele gevallen niet om als volwaardig mens door het leven te kunnen gaan. Hindernissen kunnen je zelfs de ogen openen in het leven.

 

De combinatie van de sterkste die overleeft en de zorg voor de zwakke:

Dat is de enige combinatie die er voor zorgt dat de soort overleeft. De sterkste genen worden in de natuur het meest door gegeven en dat is goed voor het nageslacht. En tegelijk wordt er zorg gedragen voor zowel de jongen als de ouderen in de gemeenschap. Dit maakt dat het leven ook niet enkel overleeft maar ook mooi is.

 

brief aan mijn dochters 2a

2 Ingebakken liefde en rechtvaardigheid

 

Ik  heb het sterke aanvoelen dat alles wat ingebakken is in de natuur bedoeld is. Een andere wereld zou niet aanzetten tot liefde en rechtvaardigheid. Daarin zie ik Gods schepping.

 

verscheidenheid leidt tot identiteit:

Er is een enorme verscheidenheid die je niet kunt uitleggen met welke wetenschap dan ook. Zo verscheiden dat zelfs ieder mens uniek is. Daardoor kun je verliefd worden op die en niet op die. Die verscheidenheid zet dus aan tot een relatie, en wel tot unieke relaties waarin liefde kan groeien. Door die verscheidenheid is ook dit uniek dier, deze unieke plant, deze unieke mens iets of iemand waar je je kan aan hechten?

 

Het verlangen naar een groep:

Geen mens is gemaakt om alleen te zijn. Zelfs eenzaten hebben anderen nodig om te overleven. Dit verlangen dat in ons ingebakken is zet opnieuw aan tot zorg voor elkaar en tot het opbouwen van een gemeenschap. In die gemeenschap is er een groeiende vraag naar rechtvaardigheid.

 

Communicatie tot liefde in de dieren- en plantenwereld:

Zelfs in de plantenwereld communiceren ze door contact met de wortels of door het afscheiden van stoffen of door kleurveranderingen.

Ook in de dierenwereld ontdekken we prachtige vormen van communicatie en zorg voor elkaar. Een dier zorgt soms voor een ander soort dier dat hulpeloos zou zijn.

Die communicatie zet aan meer dan om te overleven. Er gaat een harmonie van uit van elkaar helpen om samen te overleven, en meer nog: er is zelfs een opkomen voor elkaar dat het eigen belang overstijgt…

brief aan mijn dochters 2b

Zorgen doet liefhebben:

Stel je een wereld voor waar kwetsbaarheid er niet was. Dat we geen zorg moesten dragen voor de kinderen en geen hulp zouden nodig hebben in het leven en zeker ook bij het ouder worden.

Zonder kwetsbaarheid is er geen zorg voor elkaar en zouden we in een uiterst egoïstische wereld leven. De verleiding bestaat natuurlijk altijd om geen zorg te verstrekken en de ander te laten strikken, dit kan door onze vrije keuze.

De vrijheid van keuze doet kiezen, voorkeur hebben:

In een wereld zonder vrijheid zou ook geen liefde kunnen groeien. Het nadeel is dat mensen ook andere keuzes kunnen maken als ze de vrijheid hebben. Een grens is de gemeenschap die bepaalt wat over de grens is. We hebben ook allen een geweten dat groter is als we de liefde hebben mogen ervaren. Dat geweten is niet enkel individueel maar ook groeiend in een gemeenschap. Wat vroeger gewoon is kan soms niet meer vandaag. Denk aan slavendom en de manier waarop vroeger werd gestraft.

Vrijheid in keuze laat ook toe die ene  mens zo graag te zien dat je je leven er mee wilt delen en samen iets wilt opbouwen. Dat is het beeld volgens mij dat God voor ogen heeft: liefde die zo mag groeien tot unieke verbondenheid.

Liefde die meer doet dan zelfzorg:

En dat is wat me nog het meest verwonderd: Je zou kunnen stellen dat zorgen voor elkaar eigenlijk ook zorgen is voor jezelf als je het niet meer zelf kan zelfbehoud is. Maar de zorg gaat veel verder dan dat: Er zijn ook mensen die zichzelf stuk werken voor een ander. Er zijn mensen die zich opgeven voor een ander. Een moeder die vast om haar kinderen nog iets te kunnen geven. Een mens die dag in dag uit ten dienste staat en zelf kromgebogen gaat. Een idealist die zijn leven en werk geeft voor een ander. Denk maar aan pater Damiaan, aan Maarten Luther King, aan priester Kolbe, denk maar aan Jezus. Waar komt die liefde vandaan om jezelf weg te cijferen? Een liefde die groter is dan alles anders? Wie zet hen daartoe aan? Of zijn ze niet goed snik? Wat brengt hen dat op? Ik zie er Gods liefde in die zo groot is dat Hij zelfs toelaat om niet meer gekend te zijn.

Ook in de dierenwereld zie je genegenheid die meer is dan zelfzorg: Een kat die zorgt voor eendjes, hond en kat die samen spelen…

brief aan mijn dochters 2c

Rechtvaardigheidsgevoel:

Hoe komt het dat een mens kan opkomen voor een ander die hij zelfs niet kent? Vanwaar dat medeleven? Je kijkt naar de televisie en je wordt kwaad of triest door het onrecht dat je ziet. Je kan er zelfs over piekeren en je slaap laten…

Zeg me niet dat dit zomaar een toevallige evolutie is.

Jij hebt er geen voor- noch nadeel bij dat je geraakt bent door onrecht dat heel ver weg niet aan jou gebeurt.

Schoonheid als opstap naar verwondering en liefde:

Schoonheid ervaren doet zorg dragen en koesteren. Als je verwonderd kunt zijn om een bloem dan wil je of die bloem verzorgen of (tegengesteld) meenemen om aan een ander te geven of je huis mee op te vrolijken. In ieder geval raakt die schoonheid je.

Het ervaren van een evenwicht kan je raken in zijn schoonheid. Dan heb je er nog meer respect voor. Dan kun je je klein voelen en in die schoonheid geraakt worden tot verwondering. Schoonheid brengt je bij idealen.

Tederheid en empathie, meer dan talenten:

Van waar komt dat gevoel als je in de plaats van een ander, zonder zelf die situatie meegemaakt te hebben, je kwaad of triest kunt voelen?

De mens is zo geschapen zodat hij beter zorg kan dragen voor de groep. Door zich te kunnen voorstellen zelf in die situatie terecht te kunnen komen zal hij/zij geneigd zijn om zorg te dragen voor die mensen. Moest het zich voordoen dat hijzelf of zijzelf getroffen wordt dan heeft die ook een vangnet. Zo brengt empathie een goede motivatie om voor de groep te zorgen.

En dan zet het nog meer aan dan enkel het zorg dragen voor het geheel: Het doet je zo ook rekening houden met die ene andere. Empathie verbindt je ook met het lot van die ene mens en wordt zo een oproep om die ene te helpen als teken dat je door die ene mens te helpen een stukje de wereld redt.

 

brief aan mijn dochters 2d

Een geweten met gedachten die je uitdagen:

Je denken kan je aanzetten tot heldendaden. Tot zelfs met gevaar van eigen veiligheid of verlies van eigen evenwicht. Zoals een moeder het eten kan opsparen voor haar kind, zo kan een mens heel ver gaan in zijn inzet of genegenheid voor een ander. De ander is het immers waard. Aan de ene kant kun je in principe niet meer slapen tot je alles gedaan hebt om de ellende die een ander ervaart weg te nemen en gelukkig kun je toch nog altijd slapen om krachten op te doen voor de volgende dag. Het geweten zet je aan tot en is ook gerust als je vandaag alles gedaan hebt wat in je mogelijkheden ligt.

 

Gevoel van schuld en tekortkomingen:

Stel je voor een leven waarin je geen schuld of tekortkomingen zou ervaren. Op het eerste zicht zalig tot je dieper gaat nadenken. Iemand die geen schuld en tekortkomingen ervaart is een mens die niet in staat is zich in te leven en dus niet in staat om lief te hebben. Ik heb het hier niet over die mensen die beperkt zijn en minder in staat om zich in te leven en zich ook schuldig te voelen, wel over die wel over die mogelijkheden beschikken en dit alles aan hun laars lappen. Zo iemand is een heel gevaarlijk mens, vooral voor de ander maar ook voor zichzelf. Het is iemand die enkel zichzelf ziet en een overdreven groot beeld heeft van zichzelf. Aanvaarden van schuld en tekort is dus op zich goed. Let wel: als dit niet je leven gaat beheersen en je daardoor met een minderwaardigheidsgevoel moet rondlopen of met je zelf zo overhoop ligt.

 

Groei in de mensengeschiedenis:

Iets heel eigenaardigs is dat we zo evolueren dat we steeds meer een gevoel krijgen van wat waardig is. Vele erge vormen van mensonwaardigheid bestaan nog maar zijn door een heel aantal mensen niet meer aanvaard. Denk maar aan slavernij, aan mishandeling, dierenleed en ga zo maar verder. Wat 50 jaar geleden nog normaal was zien wij nu ook als fout handelen. Denk aan bepaalde straffen, aan het uitsluiten omwille van het anders zijn, en zo verder.

brief aan mijn dochters 3a

3 Pijn en fout

 

Als er geen dood is, is er geen nieuw:

Er is pas nieuw als er ook oud is. Er is pas plaats voor nieuw als het andere plaats maakt.

Hoe pijnlijk ook neerleggen en afgeven is uit handen geven. Dat houdt vertrouwen in. Als we niet hoeven te vertrouwen en wij alle zekerheden in pacht hebben groeien we niet naar elkaar en niet naar het leven.

Eindigheid brengt ook een zoeken naar zin met zich mee. Het kan een pijnlijke ervaring zijn, je kan er ook opstandig door worden. Het kan ook een vastklampen worden, maar brengt tegelijk ook hopen met zich mee.

Wat zou het een hel zijn als er geen dood zou zijn en zo ook geen hoop op beter.

Wat zou het een hel zijn als we niet meer zouden kunnen verwonderd worden door nieuw leven en we zo ook niet aangespoord zouden zijn zorg te dragen voor het broze, zowel het broze bij het levensbegin als het einde.

Dood wekt ook in ons het verlangen naar een eeuwig leven. Zelf kunnen wij daar niet voor zorgen, we kunnen wel het leven zinvoller, beter draagbaar en langer maken. Het verlangen moeten we dan ook uit handen geven en ervaren zelf niet alles in handen te hebben. We hebben veel in handen, gelukkig, maar gelukkig ook niet alles: dat zou ons onmenselijk maken.

 

Geen nood, geen aanzet tot zorg voor elkaar:

Wij hebben jaren nodig van zorg voor aleer we volwassen worden. Spijtig genoeg zijn er ook ziektes en mankementen die deze zorg ook blijvend nodig maken. Maar net het zorg moeten dragen richt ons op de ander. De ander wordt een vraag om onze hulp. Die zet ons aan om het mooiste in ons naar buiten te brengen, namelijk: meeleven en meedragen.

En het ervaren van eigen grenzen kan ons opnieuw overtuigd maken dat zorg en liefde voor elkaar broodnodig is. In onze kwetsbaarheid worden we aan elkaar gegeven. Daar kan liefde zijn waar mensen in kwetsbaarheid elkaar graag zien.

brief aan mijn dochters 3b

Ziek zijn is niet goed!

Maar in mijn beperkt zijn heeft het mijn ogen geopend voor de kern van ons bestaan. Aan de kant staan door mijn gezondheid deed me zien dat er nog aan de kant stonden omdat ze niet meetelden. Ik wil hier niet mee zeggen dat ziekte een leerschool is, voor mij is dat alvast zo geweest. Ziekte kan echter zo onwezenlijk zijn dat we vragen hebben: Waarom? Er is geen andere waarom dan te aanvaarden dat we kwetsbaar zijn. En er is ook niemand die wil dat we ziek zijn…

 

Natuur

De wereld was onbewoonbaar, een vuurbol die langzaam aan de voorwaarden voldeed om leven te kunnen dragen. De grootste natuurgevaren zijn tegelijk ook de grootste levensbrengers geweest…

Vulkanen en aardbevingen zijn het gevolg van aardkorsten die zich vormen, en net de vorming van ze heeft leven op aard mogelijk gemaakt.

Vulkanen zijn trouwens ook samen met water de eerste dragers van leven geweest.

De natuur is op zich niet slecht. Het is in die natuur dat het leven geboren is. Natuur geweld zal er altijd zijn en spijtig genoeg zullen er ook altijd slachtoffers zijn.

Maar natuurgeweld afdoen als slecht is oneerlijk.

 

Minder die aanzet tot meer, uitnodiging:

Gelukkig kunnen wij mensen ons kwaad maken en er voor gaan als we zien dat iets minder is. Alle sociale inzet is gegroeid vanuit een ervaren van tekort.

 

brief aan mijn dochters 3c

zuchten

Als er geen verlangen moest zijn: dan was er ook geen hoop op beter. We zijn in staat om verkeerde dingen te verlangen: dat noem ik zuchten. Maar moest er geen verlangen zijn dan was er ook geen evolutie en geen groei. Die zuchten zijn compensaties omdat men de verlangens niet  kan invullen of die goede verlangens verkeerd begrijpt of aanvoelt. Ze kunnen de mens zo volledig de verkeerde weg doen inslaan.

 

God heeft in ons drie verlangens gelegd, de andere zijn allemaal ondergeschikt.

Deze drie verlangens zijn: graag gezien te worden, mogen graag zien en te mogen volop leven. Die drie zetten er ons toe aan om te zoeken naar geluk en uiteindelijk naar harmonie. Maar verlangens brengen verantwoordelijkheid met zich mee. En verantwoordelijkheid krijgen betekent mogen meetellen, iemand mogen zijn. Het is dus een liefde die ons het gunt in vrijheid te kiezen om iemand te zijn. Dat houdt het risico ook in dat iemand niet kiest om zo te leven. Dat is immers het risico van de liefde.

We zijn geen marionetten en ons wordt die vrijheid gegund om zelfs slecht te doen, om de harmonie en het leven tegen te werken. En dan is pas liefde: tegelijk in ons een verlangen wekken naar harmonie en vrede én toch de vrijheid gunnen om zelfs de andere weg in te slaan.

 

Geen vrijheid om in de fout te gaan betekent ook geen vrijheid om iemand te mogen zijn.

Als er echt liefde is moet er ook vertrouwen en vrijheid zijn. Het is erger als je “om het goede te doen” steeds wordt opgeëist en jouw mening niet meetelt dan dat je vertrouwen krijgt en ook de mogelijkheid om in de fout te gaan. Daarmee bedoel ik dat een moeten “goed doen” zonder de vrijheid te mogen kiezen om lief te hebben, om nabij te zijn verstikkend is en een keurslijf dat met tijd averechts werkt.

Liefde is machtig maar ook zo broos en moet soms ook laten gaan, moet in zich de vrijheid gunnen om in de fout te gaan of niet te kiezen voor die liefde.