borstkloppend bij psalm 8,6

Ik een god?

Nee toch!

Tot ik denk over mijn gewoontes

en wat ik normaal vind.

Het is waar:

God heeft ons haast een god gemaakt!

Als we daarmee begrijpen

dat we ons god voelen

in ons omgaan met de natuur,

met de medemens,

dan is dit spijtig genoeg vaak waar…

“Ik” staat zo centraal…

 

Maar is dat als een god?

Of had God net een andere bedoeling?

Namelijk ons te maken als

iemand als Hij

die uitziet naar de andere,

die opkomt voor de minste,

die zich opzij zet om een naaste te hebben.

Zo gezien heeft God het goede voor

maar hebben wij nogal wat werk

om zo te worden…

Advertenties

borstkloppend bij psalm 8,3

Jij: bezongen door kinderen,

door kleine mensen,

door mensen getekend door het leven.

Wij, grote mensen,

die denken het leven zelf in handen te hebben,

die te nuchter nadenken,

bezingen te weinig…

 

Tot we weer getekend worden

en weer in het leven staan

en moeten erkennen:

Wij allen zijn kleine mensen

en veel krijgen we zonder te verdienen,

zomaar

omdat Jij lief hebt…

borstkloppend bij psalm 7,7

Ik weet dat je het niet graag ziet:

wat in mij tegenwerkt.

Ik kan zo goed zijn en leven naar Jouw droom

en dan zijn er die momenten

waarin ik tegenwerk,

die momenten waarin ik meer aan mezelf denk

dan aan de ander, dan aan Jou,

op zich niet erg als die momenten

geen schade zouden verrichten

aan die ander, aan Jou en aan mezelf.

Moge Jouw boosheid mijn boosheid worden

om me te verzetten tegen

wat in me tegenwerkt,

verzetten tegen mijn te grote ik,

opdat ik mag open bloeien

tot lof aan Jou.

borstkloppend bij psalm 6,4

Ik ben gebroken,

niet enkel gekwetst

maar ook  tekort geschoten,

onaf en er me van bewust.

Ik weet het en Jij weet het.

Genees me, richt me weer op,

opdat ik in mijn kwetsuren en mijn onaf zijn

weer Jou kan loven

en me weer mens mag voelen,

niet beladen met onmacht en schuld.

Waar wacht Je,

ik heb niet de kracht om zelf op te staan,

enkel Jij kan mijn zitten in klacht

ongedaan maken.

Ik heb Jou arm nodig!

borstkloppend bij psalm 6,2

Bij Jou schiet ik tekort,
ik schiet en zou moeten zalven,
ik doe hen tekort en zou hen nabij moeten zijn,
ik doe mezelf tekort door te gulzig te zijn voor mezelf,
want ik doe Jou tekort
en daarin ben ik niet wie Jij met me voor hebt.

Dat Je kwaad bent: terecht,
maar gooi me toch niet weg,
geef me een nieuwe kans
om voor Jou recht te zetten,
en terecht te zijn.

borstkloppend bij psalm 3,2

Ik ben ook wel eens mijn eigen vijand:

Ik wil mij doen gelden en vergeet daarbij soms echt te leven.

Ik zondig wel eens bij het eten, drinken, bij eigenlijk alles

en mijn lichaam moet het ontgelden.

Ik zoek vrijheid, ik zoek geluk

maar vaak verlies ik daarbij echt geluk.

Ik laat Je wel eens links liggen,

ik ben wel eens tegen Jou, tegen mijn broer, mijn zus, tegen mezelf…

borstkloppend bij psalm 2,3

Ik begrijp het woordje vrijheid zo graag verkeerd:

Alsof ik daarmee anderen mag kwetsen…

Alsof ik mezelf daarmee schade mag toebrengen…

Vrijheid staat soms zo hoog in het vaandel

dat het echt geluk in de weg staat.

Jouw verlangen naar verbondenheid

met de medemens, met Jouw schepping, met Jou

maakt me pas echt vrij.

Jij boeit me.

Vergeef me mijn verkeerd ingevuld woordje “vrijheid”.