psalmtekenen 114 c

114c

Mozes verheft de staf. Bergen en stormen wijken. Een nieuwe rivier ontspringt uit een rots, een belofte dat God voor zijn volk zal zorgen.

psalmtekenen 114 a

114b

Onderaan zie je een piramide. De stam, zeg maar: de hele boom, gaat weg uit Egypte. De boom is gekroond met de Davidsster. Links vluchten de bergen als kudden, rechts de golven. Donder en bliksem drijft ze uiteen zodat Israël door die zee van vluchtenden kan trekken.

Geen echte vertaling

In elke vertaling zitten er accenten waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn vele soorten vertalingen: vertalingen zoekend naar de exacte woorden, naar de juiste structuur, naar de begrijpelijkheid, naar de vereenvoudiging, naar de juiste sfeer en ga zo maar verder…

“Psalm voor mij” zegt het heel duidelijk. Ik zoek bij het maken van “psalm voor mij” in 5 degelijke vertalingen en uitleg naar een verwoording die bij mij past. Die verwoording verraad vooral hoe ik geloof, meer dan wat anders en toch hoop ik dat ik ook dicht bij de psalm mag blijven. Ik heb zeker niet de bedoeling om poëzie te maken maar vooral om mij voeding te geven door na het bestuderen en vergelijken iets neer te schrijven.

Ik leg naast me de statenvertaling met strongcoderingen van ISB, de vertaling door Kees Waaijman, de bijbelstudie van CVB, de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde en De Nieuwe Bijbelvertaling.

Ik zoek naar die woorden die mij het meest treffen en mij – al is het maar even – verder op weg helpen tot ik de psalmen opnieuw zal bestuderen en zal komen tot andere bewoordingen.

 

Zie gerust naar mijn voorlopige “psalm voor mij” en ook naar “naar een vertaling”.

11/12

Dag van de bergen

naar psalm 114

 

Toen er bevrijding was uit slavernij

kreeg God erkenning.

Zo kreeg Hij een volk en het werd Zijn volk.

Hij nam het op voor de berooide.

 

De zee zag dit en voelde zich klein.

De rivieren kwamen tot besef.

Zij bevloeiden niet de akkers, maar God doorheen hen.

 

En ook de bergen, machtig en groot,

enorme kolossen van steen,

hadden Gods nabijheid in het kleine gezien.

Ook al torenden zij over alles heen,

ze beseften ineens dat ook zij maar delen waren van de schepping.

Als dieren van een kudde, voelden ze zich.

Kijkend naar één herder!

De bergen waren enthousiast en sprongen op:

God ziet niet enkel naar de machtige,

Hij mint het kwetsbare en komt op voor wie in nood is.

 

Wat is er zee? Dat je je plots zo klein voelt?

Wat is er rivieren? Dat je ineens tot besef komt?

 

En jullie, bergen? Wat maakt jullie weer jong?

Wat doet jullie weer opspringen?

Als eertijds,

als toen jullie gevormd werden

uit twee stuwende platen?

 

Het besef dat alles deel uitmaakt van de schepping,

Waar kleinen groot mogen worden…

 

Zoals bergen gegroeid zijn

soms zelfs vanuit de zee opgestuwd werden.

Zo klein werd machtig groot!

 

Zo slecht God bergen tot diepe zee,

en diepte tot hoogte.

Zo brengt Hij leven waar geen mogelijk was.