psademen met psalm 14

Mag ik zeggen dat in de vele gebrokenheid die ik mag zien ik tegelijk ook veel schoonheid mag ervaren? Soms zie ik uitzichtloze situaties waarin de mensen blijkbaar ook niet in staat zijn om  structuur in hun leven in te bouwen en er zo uit te geraken. Het is vaak onkunde maar dit is geen onwil.

Daarnaast zie ik vele mensen die hun eigen leven opgebouwd hebben afgesloten en veelal gevoelloos voor de miserie elders in de wereld, maar ook in die mensen ervaar ik goeds.

Veel minder goeds is er omwille van onkunde en onmacht, niet zo vaak omwille van onwil. En toch: als je rond je heen kijkt en in het leven staat zie je toch veel kansen die niet benut worden om van dit leven iets meer gelijkend te maken op de hemel. Zo kun je komen tot de gedachte in psalm 14:

Ieder zit op een dwaalspoor…

Geen echte vertaling

In elke vertaling zitten er accenten waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn vele soorten vertalingen: vertalingen zoekend naar de exacte woorden, naar de juiste structuur, naar de begrijpelijkheid, naar de vereenvoudiging, naar de juiste sfeer en ga zo maar verder…

“Psalm voor mij” zegt het heel duidelijk. Ik zoek bij het maken van “psalm voor mij” in 5 degelijke vertalingen en uitleg naar een verwoording die bij mij past. Die verwoording verraad vooral hoe ik geloof, meer dan wat anders en toch hoop ik dat ik ook dicht bij de psalm mag blijven. Ik heb zeker niet de bedoeling om poëzie te maken maar vooral om mij voeding te geven door na het bestuderen en vergelijken iets neer te schrijven.

Ik leg naast me de statenvertaling met strongcoderingen van ISB, de vertaling door Kees Waaijman, de bijbelstudie van CVB, de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde en De Nieuwe Bijbelvertaling.

Ik zoek naar die woorden die mij het meest treffen en mij – al is het maar even – verder op weg helpen tot ik de psalmen opnieuw zal bestuderen en zal komen tot andere bewoordingen.

 

Zie gerust naar mijn voorlopige “psalm voor mij” en ook naar “naar een vertaling”.

Het brood protesteert (psalm 14)

Ik ben om op te eten!

Ik ben gemaakt om te delen en te breken!

De arme lieve mensen, die gesmoorde, uitgebuite arme kinderen van God

– ze zijn om op te eten –

laat hen met rust!

Jij, verwaande verdorven machthebbers, God laat dit niet langer toe!

Zij zorgen voor je brood, ze dienen je op je wenken.

Zij verdienen het geliefd te zijn!

Jullie verdienen me niet!

in de kamer van psalm 14

Het is niet omdat je nog nooit een groene giraf gezien hebt dat die niet kan bestaan

Als je zegt dat God er niet is dan mis je vooral zijn nabijheid, omdat je die niet toelaat

Hopen is moeilijker zonder de Hoop: God die leven is en geeft

Ongelovig zijn is niet erg: onrechtvaardig zijn wel!

Geloven dat God enkel aan onze kant staat nodigt uit om slechte dingen te doen

Wie uitsluit, sluit ook God uit, ook al gelooft die…

Wat is wijsheid: rechtvaardig zijn en liefdevol

Je kan niet rijk zijn als je om de arme geeft

wat doen we tegen uitbuiting ?

Het goede overwint

schietgedachtjes bij psalm 14

Goddelozen zeggen dat er geen god is.

Wie zegt dat er geen goede mensen meer zijn beschuldigd ook zichzelf

geloven in God is niet dom

Iedereen zoekt naar de dwalen om zich schoon voor te doen…

Op zoek naar een wijze en naar iemand met manieren op vele wijzen

God slaat de schrokkers met schrik

Niet enkel vaardig met recht, maar ook rechtvaardig!

Ze stelen het brood van de arme, witte broodcriminaliteit

Na eb komt vloed, ze zullen niet blijven wegtrekken!

uitbuiten is twee maal uitsluiten: uit en buiten

psalmtekenen 14 c

14c

De psalmist zit geknield voor de berg. Er loopt zelfs geen weg meer naar de berg. Alle wegen zijn kronkelwegen geworden. De mensen lopen elk hun eigen weg. Niemand ontmoet nog een ander. Ze hebben zakken mee, de één gevuld met geld, de ander met eten en bezit. Een ander, het is niet duidelijk wie, loopt gebukt onder de lasten, door de ander aangedaan. God ziet alles en kijkt van op zijn heilige berg. Zijn stralen zijn die van warmte, maar kunnen ook stralen worden die de dwalende mens doen schrikken, waaraan ze zich verbranden.

 

psalmtekenen 14 b

14b

De twee lovende, liggende mensen wijzen de weg naar God. Die God is liefde. Ze liggen neer, ze werden beroofd door hun buren. Ze liggen op de weg die ze zelf aanwijzen. God van op zijn heilige berg vangt de lijdende mens op en stuurt zijn bliksem naar de mens die enkel op winstbejag uit is. Die loopt tegelijk tegen de muur aan. Zijn rijk is ten einde.

psalmtekenen 14 a

14a

Op de top van de berg knielt de bidder. God ziet en kijkt naar de wereld. Hij houdt tegelijk zijn hand boven zijn oog en boven de mens die tot hem bidt. Hij ziet de veelvraat met grijpende handen. De weg is schuin geworden. Hij droomt van valse dromen, van wegen met winst. Maar zijn droom is er één met een negatieve grafiek. Hij zal nergens op uitdraaien.

herverpsalmen 14c

Waar is Christus nog zichtbaar aanwezig in mensen?

Waar straalt Gods liefde nog in het dagelijkse leven?

Wie zoekt nog God?

God blijft zoeken.

God ziet hoe alles vergroeid is tot macht, tot egoïsme.

Hij ziet hoe de mens er niet gelukkig is door geworden, hoe hele groepen verknecht worden.

Hoe onrecht wordt gedaan aan Jezus’ boodschap,

onrecht wordt gedaan aan de medemens.

De mensen leven ten koste van anderen,

als ze het zelf maar goed hebben.

Collectief egoïsme!

Gods rijk zal komen.

Hij kiest voor de rechtvaardige,

Hij staat aan de kant van de kleinste.

In die minste mogen we Hem herkennen.

Aan ieder zal waarheid getoond worden.

Hoe hard zal dat zijn voor de meeste mensen:

te weten komen hoeveel pijn ze veroorzaakt hebben.

Gods rijk zal komen.

Christus zal in allen zijn!

herverpsalmen 14b

Dwazen denken: Ik ben mijn eigen baas.

In naam van de vrijheid moet alles maar kunnen.

Ze doen schandelijke dingen.

God ziet dat toch!

In eigen theorieën verstrikt

zitten de mensen op dwaalsporen.

Zien ze dat niet in?

Dat onrecht wordt gepleegd?

dat mensen worden vermoord?

dat mensen in ellende worden gestort?

Er komt een tijd dat ze voor feiten zullen staan,

dat de waarheid hen zal treffen.

Dat armen zullen opstaan.

God is hun toevlucht, hun belofte.

Ik blijf geloven dat God het tij zal keren!