Geen echte vertaling

In elke vertaling zitten er accenten waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn vele soorten vertalingen: vertalingen zoekend naar de exacte woorden, naar de juiste structuur, naar de begrijpelijkheid, naar de vereenvoudiging, naar de juiste sfeer en ga zo maar verder…

“Psalm voor mij” zegt het heel duidelijk. Ik zoek bij het maken van “psalm voor mij” in 5 degelijke vertalingen en uitleg naar een verwoording die bij mij past. Die verwoording verraad vooral hoe ik geloof, meer dan wat anders en toch hoop ik dat ik ook dicht bij de psalm mag blijven. Ik heb zeker niet de bedoeling om poëzie te maken maar vooral om mij voeding te geven door na het bestuderen en vergelijken iets neer te schrijven.

Ik leg naast me de statenvertaling met strongcoderingen van ISB, de vertaling door Kees Waaijman, de bijbelstudie van CVB, de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde en De Nieuwe Bijbelvertaling.

Ik zoek naar die woorden die mij het meest treffen en mij – al is het maar even – verder op weg helpen tot ik de psalmen opnieuw zal bestuderen en zal komen tot andere bewoordingen.

 

Zie gerust naar mijn voorlopige “psalm voor mij” en ook naar “naar een vertaling”.

Advertenties

een worm

in psalm 22,7

Ik was eerst geneigd om dit los te vertalen met “pier”. “Zo dood als een pier” was voor mij een mooie beeldspraak. Tot ik las over een worm, de coccus ilicis, die zich vast ankert aan de stam van een boom om haar eitjes achter zich te beschermen. De worm sterft en geeft een rode kleur af. Met dit beeld wordt het een sterven voor wie na komt.

 

psalm voor mij 22B

23 Ik zal zeker vertellen wij Je bent aan mijn broers.

In het bijzijn van de gemeenschap zal ik Je roemen.

24 Jullie met ontzag voor Nabije: roem Hem!

Alle nakomelingen van Jacob:

verheerlijk Hem en heb ontzag voor Hem,

Alle nakomelingen van Israël.

25 Want Hij minacht niet en Hij verfoeit niet de ellende van de nederige

en Hij verborg niet Zijn gezicht voor hem

en zijn roepen om Hem heeft Hij gehoord.

26 Van Jou komt mijn dankzegging in de grote gemeenschap.

Mijn voornemens zal ik volbrengen jegens zij die ontzag hebben voor Hem.

27 De nederigen zullen eten en meer dan genoeg hebben.

Ze zullen de Nabije roemen,

zij die Hem zoeken: Leve jullie hart voor altijd!

28 Zullen gedenken en op hun passen terugkeren tot voor Nabije

alle grenzen van de aarde

en zullen buigen voor Je gezicht alle soorten gemeenschappen.

29 Want aan Nabije hoort het regeren

en Hij richt in de gemeenschappen.

30 Dan hebben gegeten en zullen buigen voor Zijn gezicht

alle dikzakken van de aarde.

Ze buigen tot ze afdalen, ondergedompeld in het stof

en hun innerlijke kunnen ze niet in leven houden!

31 Wie er na komen worden Zijn dienaren

en er zal getuigd worden van de Heer aan de volgende generatie.

32 Zullen komen en getuigen van Zijn gerechtigheid

aan een volk dat nog geboren moet worden

dat Hij zo gehandeld heeft!

psalm voor mij 22A

1 Voor de dirigent. Op “de hinde van de dageraad”, een psalm van David.

2 Mijn Drager, mijn Drager, waarom heb Je me verlaten?

Ver weg van mijn bevrijding,

ver weg van mijn woorden vol gejammer.

3 Mijn Drager, ik roep bij dag en Je beantwoordt niet

en bij nacht komt er geen rust over mij.

4 Maar Jij bent vol heil,

zetelend boven de dankzeggingen van Israël.

5 Op Jou bouwden onze vaderen,

zij vertrouwden en Jij bevrijdde hen uit.

6 Naar Jou riepen ze en ze werden bevrijd uit…

Op Jou bouwden ze en ze stonden niet beschaamd.

7 Maar ik, een worm, geen mens meer,

enkel nog spot voor de mensen en geminacht door de gemeenschap.

8 Ieder die me ziet lacht me uit.

Ze trekken met de onderlip en schudden het hoofd.

9 “Wentel het af op Nabije, laat Hij hem bevrijden.

Laat Hij hem uittrekken  want Hij heeft behagen in hem.”

10 Want Jij hebt me uit de schoot gehaald,

legde me vertrouwvol aan moeders borsten.

11 Op Jou ben ik toegewezen vanaf de moederschoot,

al in de buik van moeder, mijn Drager, Jij!

12 Wees dan niet veraf van mij

want beklemming nadert en er is geen helper.

13 Ze omsingelen me, vele jonge stieren!

Sterke buffels van Basan sluiten me in!

14 Ze openen dreigend hun muil naar mij,

als een leeuw, verscheurend en brullend!

15 Als water ben ik uitgestort en mijn gestel is geheel ontwricht,

mijn hart is als was. Het is gesmolten tot te midden mijn ingewanden.

16 Uitgedroogd als een potscherf is mijn kracht

en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte

en in het stof van de dood plaatste Je me.

17 Want honden van alle kanten zijn rond mij,

een samenzwering van kwaadzoekers omsingelen mij.

Ze doorklieven als door een leeuw mijn handen en voeten.

18 Ik kan mijn ribben tellen.

Ze staren me aan en zien op me neer.

19 Ze verdelen mijn kledij onder elkaar

en om mijn kleed werpen ze het lot.

20 Maar Jij, Nabije, wees niet ver weg.

Mijn sterkte, help me, spoed Je!

21 Red van het zwaard mijn leven,

uit de poot van de hond dat enige, mij dierbaar!

22 Bevrijd me uit de muil van de leeuw en van de horens van de buffels.

Jij gaf me antwoord, verhoorde me!

een potscherf getuigt met psalm 22 voor ogen

 

Ik ben slechts een herinnering aan wie ik ook zijn mocht.

Ik ben goed om weg te werpen en vergeten te worden.

Ik word opgegraven niet meer dan een illustratie van een bepaalde tijd

of niet de moeite om zelfs maar op te graven.

 

Hoe erg is het als een mens zich met mij vergelijken moet!

En wat voor mens?

Laat Hem meer zijn dan een geschiedenisles

of zelfs als een uitleg voor een sociale of gelovige stroming.

Gebroken heeft Hij mijn bestaan gedeeld

en dat ook van jou!

Gebroken lijmt Hij jou bestaan.

Neem Hem in je op en leef er van!

opstandig bidden vanuit psalm 22, 7

Ik hoorde:

“Ik ben het niet meer,

dagen gaan aan mij voorbij.

Ik ben er enkel nog voor jullie.”

En dan lees ik in psalm 22.

Voor het eerst in mijn leven

snap ik ten volle wat het betekent.

En dat maakt me kwaad!

Ik wil in haar plaats leven.

Help haar toch,

ze is mij zo dierbaar.

God, Jij maakte haar tot mooie mens.

Laat niet toe dat ze zich gepasseerd voelt.

Amen.

ingebed met psalm 22, 26

Als we samenkomen, als we samenzijn,

een groepje zoekende mensen,

soms beterweters, soms twijfelaars,

verzameling van zoveel verschillen…

Als we samenkomen dan ben Jij het die ons verbindt.

Jij, die samen zingen doet,

bassen en sopranen,

gebroken stemmen, vals klinkers en mensen in ademnood.

In Jou en met Jou klinken wij even als harmonie.

Jij brengt ons samenklank, verbondenheid in Jou.

Amen.

ingebed met psalm 22, 20

Jij staat niet van aan de kant te kijken,

te supporteren of te zien of ik een fout bega.

Geen sjaal of kleuren om me van ver gade te slaan

en te roepen, te schreeuwen.

Geen afzijds, geen vlag, om me te keuren.

Jij staat in mij op het veld.

Jij geeft me steeds weer passen,

aan ik om ze aan te nemen

en er iets mee te doen.

Geen afzijdige God,

volop mee scheppend,

zo ben Jij.

Amen.

ingebed met psalm 22, 6

God, het volk van eertijds: zij riepen Je aan.

En Jij gaf een antwoord,

ook voor hun kinderen,

en zo ook voor mij.

Jouw antwoord van toen,

kwam nog voor mijn eerste vraag.

Jouw antwoord was er al,

nog voor dat volk van eertijds

een vraag kon stellen.

Jij gaf Jouw eerste woord

dat toen al antwoord was en blijft op onze vragen.

barmhartigheid: naakten kleden

Ik heb geen krachten meer,

Ik sta alleen, zonder bescherming,

broos, met gescheurde kleren.

Ze kijken me aan, ze wijzen me na,

ze lachen als hyena’s en spreken kwaad.

Ik kan mijn ribben tellen,

Mijn jukbeenderen zitten uit.

En zij mij maar aanstaren, en smalen…

Intussen dragen zij mooie kledij

waar ik aan heb gewerkt.

Ze schuimen de winkels af,

ze maken er een spelletje van,

en pronken met hun gevonden schatten.

 

naar psalm 22, 16a.17-20

in de kamer van psalm 22 vers 23-32

Getuig jij van Gods nabijheid?

Ook met woorden?

Heb jij nog een gemeenschap, een groep om samen te leven van Gods nabijheid?

Kun jij spreken over je geloof? En bij wie?

Is geloven meer dan blij leven vanuit? En ook nog vrezen? Hoe dan wel?

Getuigen jouw kinderen nog? en hoe?

Ken jij verachting?

Kun je steeds de mens zien achter de soms gruwelijke feiten?

Kun je steeds de mens zien achter de – volgens jou – soms domme keuzes?

Heb je nog een midden om samen God te loven?

Voel je je thuis in de plaatselijke gemeenschap om mee te vieren? Waar zoek je het dan wel? of helemaal niet?

Welke geloften heb jij na te komen?

Beleef jij vreugde aan je geloof? En hoe uit zich dat?

Roepen wij op tot bekering?

Wat betekent evangelisering vandaag?

Wat biedt jouw geloof als meerwaarde aan?

Hoe verkondigen we in een multiculturele samenleving?

Is God koning in jouw leven? En hoe?

Geloof jij in een leven na de dood? En hoe stel je je dat dan voor?

Wat betekent “aanbidden” voor jou?

Welke kern van geloof willen we doorgeven aan onze kinderen?

En is dit wel de kern van het geloof? Of eerder een bepaalde manier van verwoorden?

Zou Jezus het wel zo bedoeld hebben?

Wat is volbracht? En is dit volbracht?

in de kamer van psalm 22 vers 1-22

Heeft God je al verlaten?

Wat vind jij over de waaromvraag? Is dit nog geloven of is dit net juist geloven?

Zie jij de schreeuw in het gezicht van andere mensen?

Ben jij groot geworden met de verhalen van God?

Kom jij uit een gelovig nest?

Waar en wanneer mocht jij Gods nabijheid ervaren?

Vergeet de mens niet al te vlug dat het volk van God ook doorheen de woestijn moesten al werden ze gered?

Hoe is het met jouw zelfbeeld?

Herken je hoe mensen zich vaak ten laste of overbodig voelen?

Durf jij erkennen dat mensen wel eens gebroken zijn?

Wie in onze maatschappij is veracht? Kun je ook in hen Christus herkennen?

Wat raakt jou het meest spot of met dat ze met het hoofd schudden?

Welke spot raakt jou?

Deed jij eens neerdunkend over iemand?

Ervaar je jouw leven als gekregen?

Haal jij je godsbeeld voor een stuk uit jouw kinderervaringen? Hoe is dit intussen mogen groeien?

Kun je je indenken dat niemand helpt?

Help jij wel?

groepsdruk, heb je die al ervaren?

Ben jij ook wel eens een stier die anderen insluit?

Sper jij je mond wel eens open? Ben jij wel eens zo kwaad dat je een ander pijn kunt doen?

Sta eens stil bij het lijdensverhaal van Jezus

Sta eens stil bij een lijdensverhaal van een mens vandaag

Zie hoe doordacht sommige leeuwen tewerk gaan, sluw, om te grijpen.

Zou jij sluw proberen om je te verbeteren ten koste van een ander?

Ken jij iemand vel over beenderen? Of iemand die veel te lijden heeft?

Koop jij goedkope kledij gemaakt door mensenlijden?

Is promotie, soms ten koste van, ook voor jou een spel?

Durf jij het iemands lot noemen als die lijden moet?

Heel jij je voordeel uit het verdriet van anderen? in je werkomgeving? bij een erfenis?

Is het ook jouw gebed om over moeilijkheden te geraken? En ook voor andere mensen? En niet enkel uit je kleine kring?

herken je de buffels van vandaag? En de leeuwen? En de honden?

schietgedachtjes bij psalm 22 vers 23 – 32

goed nieuws voor mijn familie
vol love spreken
vruchtbare lof, in vele geslachten
Met afschuw kijkend naar de dader, niet naar het afschuwelijk uitziende slachtoffer
Hij slaat acht op wie veracht wordt.
Hij laat zijn Gelaat aanraken door de verlatene
zing samen amen
God zingt in ons zijn lied
in een familie zich kind weten van God
ik doe wat moet omdat ik er voor kies
bij mij geen honger meer
armen omarm ik
keer je naar God!
buig omdat Hij je doet recht staan
als de stammen buigen zingt het bos
God is koning, geen co-ning
geen doden na de dood
nadien zullen anderen dienen
Zijn luister: een postpakket om steeds door te geven
Hij heeft het vol gebracht

schietgedachtjes bij psalm 22 vers 1-22

Ik verlaat me op wie mij verlaat.
doof of vingers in de oren?
vertrouwvol me hopeloos voelen
ik roep bij nacht en kan niet slapen
dag en nacht: wanneer km Jij opdagen?
hoog en droog en ver van mij…
een geslacht: zelfs geslacht, blijvend vol vertrouwen
red me, in Gods naam
vaders gaf je moed, moeders werden gered
telt een worm niet mee?
in de spotlichten bespot
zakt Gods fundering?
in liefde uitgeschoten
nog ongeboren, al lief gehad
aan moeder toevertrouwd
help me, niemand helpt!
die stieren bestieren mijn leven
omsingeld en niet omringd
Zij willen een leeuwenaandeel
gekwetst door tanden en klauwen
leeg, uitgegoten
een hart dat niet enkel van liefde smelt
gebroken scherven…
mijn tong kleeft aan het ge-hemel-te
tussen dood stof
ze blaffen en grommen naar me
mijn beenderen tellen haast niet meer mee
uitgekleed, een spel voor hen
God, sta niet achter de rode lijn! Schrijf mee en maak geen kantlijn
maak mij hardnekkig tegen het zwaard
een hoorn: een korm (dialect), dat is een scheve krom…
weg van die meesmuilende muilen

psalmtekenen 22 d vers 24-32

22d

Het kruis is het anker geworden. De gelovigen leven op het anker en ze loven de gekroonde Christus.

Als een navelstreng loopt het touw verbonden met het hoofd en met de grond.

De boodschap wordt verder gegeven ook aan het volk dat nog geboren moet worden.

God is koning en de manier waarop heeft Hij ten volle getoond in Jezus.

Het anker is ook als een boot waarin vele generaties later nog altijd Hij herdacht wordt.

psalmtekenen 22 b vers 1-23

22b

De lijdende mens is als een potscherf; als een uitgelopen, gedoofde kaars.

Het restje vlam is een vraag, als in rook dieopstijgt: God wees mij nabij!

De teerling lijkt al geworpen, maar de psalm is nog niet ten einde.

Horens en tanden zijn de zwarte punten aan de buitenkant.

Maar de potscherf heeft nog een oor, nog iets om aan vast te grijpen, nog een blijvende hoop om opgepakt, gered te worden.

 

psalmtekenen 22 a vers 1-23

22a

Jezus is een en al een vraag naar zijn Vader. De stieren van Basan, de leeuwen staan om Hem. De teerling is al geworpen. Zijn kleren worden verdeeld.

Ieder mens die lijdt stelt de vraag aan God: red mij.

Ieder mens die lijdt doet de samenleving een vraag stellen: waarom?

Een borgveer heeft vooraan de vorm van een vraag, achteraan is het een staaf stevig metaal. Zo is ieder lijdend mens uiteindelijk geborgen.

herverpsalmen 22c

“Eloi”, de roep van Jezus  klinkt door merg en been,

Geen ongeloof maar diep vertrouwen.

Gemarteld, beschimpt, eenzaam aan het kruis, hangend tussen anderen.

Met open ogen, een schreeuw.

“Jij was toch altijd nabij, kom Mij te hulp!”

Door bloedruikende honden,

lachende hyena’s omsingeld.

Gedobbeld om zijn kleren.

Hij zal verrijzen!

Die naar Hem opzien zullen zich buigen.

Het kwaad wordt overwonnen.

Tot aan het einde van de aarde

zal Zijn Blijde Boodschap weergalmen.

Zingen zal de hele mensheid:

Alle levenden,  alle kinderen van de Vader.

herverpsalmen 22b

Mijn God, ik roep Je aan!

Ik geloof in Je en toch lijk Je zo ver.

Ik heb Je nodig!

Jij, heilige, die onder mensen woont,

Jij, die geschiedenis hebt gemaakt,

Ik heb Je nodig!

Ik ben nog een schaduw van wie ik was,

bespot, neergehaald.

Ze lachen met me

omdat ik nog steeds op Je vertrouw.

Want Jij was het die me levenslicht gaf.

Jij was het die met moeder heeft meegedragen.

Ik word omsingeld.

Hun woorden snijden.

Voor dood achtergelaten,

een levend geraamte.

Ik heb Je nodig! Red me!

Ik zal Jouw redding bezingen, uitbazuinen.

Want Jij zal er zijn!

Verlosser van verdrukten,

nabije voor zachtmoedigen.

Allen zullen van Je getuigen:

in de hemel en op aarde.

Mensen van vandaag en mensen van morgen.

herverpsalmen 22a

De Heer bidt samen met ons:

Mijn God, waarom voel ik me zo verlaten?

Waarom blijf ik in mijn ellende?

Jij bent toch de nabije God?

Ik voel me zo leeg, zo nietig, niet meer dan een worm…

Jij hebt me toch het leven gegeven?

Jij bent toch ook vandaag mijn levensbron?

Ik kan niet meer,

ik ben ingesloten, afgesloten,

de dood lonkt naar me.

Als was is mijn hart,

mijn benen kunnen mij haast niet meer dragen.

Nu ik nog hier ben, bespreken ze al hun erfenis.

Ach, wees toch bij mij.

Red mij uit mijn ellende.

Zelfs nu zing ik Jouw lied:

Aan armen breng Jij de Blijde Boodschap.

Eens mag ik in Jouw eeuwigdurende liefde zijn.

Bij Jou is toekomst.

Ik getuig: Jij zal volbrengen.

Ik weet: Je hebt volbracht!