psalm mij in 3,9

Als een deken voor de nacht,

als een trui bij winterweer,

als kledij tegen mijn schaamte,

zo ben Jij er voor mij, voor hen,

vooral voor de mens in nood.

Zo spreidt Jij Jouw zegen.

Advertenties

psalm mij in 3,7

Jij staat tussen mij en hen in

als ik de arme word,

als ik roep om hulp,

als ik in woord en daad

Jou tonen mag.

Jij omgeeft me, Jij geeft om me.

Ik ben niet omsingeld,

Jij bent bij mij.

Psalm 3 voor mij

1 Een psalm van David.

Tijdens zijn vluchten voor het gezicht van Absalon, zijn zoon.

2 Nabije, hoe talrijk zijn mijn klemzetters,

velen die zich verheffen tegen mij.

3 Velen zeggen tot mijn innerlijke:

“Er is geen bevrijding voor hem bij Drager.

/speel/

4 Maar Jij, Nabije, schild voor mij,

mijn waardigheid en oprichting van mijn hoofd.

5 Mijn stem aanroept Nabije

en Hij beantwoordt mij van de berg van Zijn afzonderende toewijding.

/speel/

6 Ik, ik lag neer en ik sliep,

ik werd wakker want Nabije, Hij ondersteunde me.

7 Ik zal niet bang zijn voor tienduizenden,

voor een volk dat zich opstelt rond en tegen mij.

8 Sta op! Nabije! Bevrijd me, mijn Drager.

Ja, Jij gaf al mijn tegenstrevers een kaakslag.

De tanden van de stukmakers brak Je stuk!

/speel/

Geen echte vertaling

In elke vertaling zitten er accenten waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn vele soorten vertalingen: vertalingen zoekend naar de exacte woorden, naar de juiste structuur, naar de begrijpelijkheid, naar de vereenvoudiging, naar de juiste sfeer en ga zo maar verder…

“Psalm voor mij” zegt het heel duidelijk. Ik zoek bij het maken van “psalm voor mij” in 5 degelijke vertalingen en uitleg naar een verwoording die bij mij past. Die verwoording verraad vooral hoe ik geloof, meer dan wat anders en toch hoop ik dat ik ook dicht bij de psalm mag blijven. Ik heb zeker niet de bedoeling om poëzie te maken maar vooral om mij voeding te geven door na het bestuderen en vergelijken iets neer te schrijven.

Ik leg naast me de statenvertaling met strongcoderingen van ISB, de vertaling door Kees Waaijman, de bijbelstudie van CVB, de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde en De Nieuwe Bijbelvertaling.

Ik zoek naar die woorden die mij het meest treffen en mij – al is het maar even – verder op weg helpen tot ik de psalmen opnieuw zal bestuderen en zal komen tot andere bewoordingen.

 

Zie gerust naar mijn voorlopige “psalm voor mij” en ook naar “naar een vertaling”.

psalmsprokkelinkskes 3,5

vers 5

Gezien de tempel afgebroken is kan het woord van God niet langer klinken vanuit de tempel.

Vandaar het klinken vanuit de heilige berg. Is dit geen gedacht ook voor ons? Tempel en kerk zijn tijdelijke plaatsen waar mensen samen komen om te bidden. Bergen zijn oriëntatieplaatsen voor mensen onderweg. Als vaste plaatsen en gewoontes wegvallen worden we terug erop gewezen om God te horen in alles wat we onderweg ontmoeten en zien.

psalmsprokkelinkskes 3,1.3

vers 1 en 3

Met deze psalm wordt verbonden de geschiedenis van David in 2Sam.15.

Hoe kan er in de ogen van mensen een God zijn die David nog kansen geeft als hij Uria laat omkomen om zijn vrouw te kunnen toe-eigenen (2Sam.11)? Maar zoals je in vers 9 zal opmerken hebben we met een vergevende God te maken, ten minste als er berouw is en dat merken we in 2Sam.12.

psalmsprokkelinkskes 3,1-2

vers 1-2

Met deze psalm wordt verbonden de geschiedenis van David in 2 Sam. 15.

Als we het tweede vers zo lezen dan is het normaal dat hij vele tegenstanders heeft want hoe kun je tegelijk een grote koning zijn, leven in een paleis en de armen nabij zijn? Wie eerlijk is kan niet in een paleis wonen, of stelt die plaats ten dienste van vele mensen.

tastend spreken met psalm 3,8

Waarom schrijft die psalmist “op de kaak”?

Er is toch niets vernederender dan “en plein publique” iemand een kaakslag te geven?

Waarom niet treffen in het geweten?

En waarom zijn tanden eruit slaan? Had hij me gebeten?

Of zit ik niet in zo een situatie zodat ik me niet kan inleven?

Niet dat ik het ooit zo moet aanvoelen, liefst niet,

maar geef me toch soms wat meer medeleven

of erken zoals ik dat zoiets echt niet hoeft.

tastend spreken met psalm 3,2

Hoe komt dat toch dat zoveel het verkeerde spoor opgaan?

Zij kunnen Je bedoelingen toch ook voelen in hun geweten?

En waarom zijn wij, mensen, zo vlug in aanval en verdediging?

Vrije keuze aan ons gegeven maakt de mooist mogelijke werkelijkheid:

in vrijheid voor elkaar kiezen.

En niet die vrijheid kan juist zoveel vernietigen…

Hoe groot moet Je vertrouwen niet zijn?

En hoe groot Je geloof in de mensheid dat we uiteindelijk wel de goede weg zouden kiezen?

Hoe groots Je liefde, zoveel zou ik niet aankunnen.

Ik zou… en dat zou niet mooi zijn…

ontwakend waken door psalm 3,6

Jij, mijn kussen voor de nacht,

niet enkel om op te rusten,

maar om geliefd te zijn.

Jouw kussen wiegt mij in vertrouwen.

Mag ik ook Jou kussen?

 

Jij, mijn pantoffels om op te staan,

Jij staat altijd klaar,

heel de nacht wacht Je,

zonder dat ik het merk,

maar het wel weet.

Jij houdt de wacht aan mijn bed

en nodigt me elke morgen weer

om op te staan.

Jij geeft vastheid aan mijn voeten.

 

Jij, mijn steun als ik slaap of ontwaak…

Jij, mijn bedding en mijn pad…

ontwakend waken door psalm 3,4

Met opgeheven hoofd kijk ik naar Je schepping.

Alle tegenstand blijft onder als slechts een achtergrond, een decor.

Daarboven mag ik uitzien

naar Je liefde, Je nabijheid.

Mag ik uitzien naar Jou.

Stilte in hels lawaai, harmonie in wanorde.

Een vogelzang in de kilte, een lach boven gehuil.

 

Jij richt mijn hoofd op

opdat ik zou zien,

zou opmerken

dat leven meer is dan

veel meer,

dat leven gezaaid is

in en door Jouw liefde.

 

schouderklopje door psalm 3,4

Was het niet van Jou

dan had ik het al lang opgegeven.

Want Jij heft op!

Was het niet door Jou

dan had ik die tegenstand normaal gevonden,

ik had de schuld bij mij gelegd.

Was het niet met Jou

dan zou ik niet langer vertrouwen.

Maar Jij bent er altijd

ook in tijden dat Je afwezig lijkt.

En zeker in die tijden, want Jij lijdt met me mee,

en zal me leiden naar betere tijden.

borstkloppend bij psalm 3,2

Ik ben ook wel eens mijn eigen vijand:

Ik wil mij doen gelden en vergeet daarbij soms echt te leven.

Ik zondig wel eens bij het eten, drinken, bij eigenlijk alles

en mijn lichaam moet het ontgelden.

Ik zoek vrijheid, ik zoek geluk

maar vaak verlies ik daarbij echt geluk.

Ik laat Je wel eens links liggen,

ik ben wel eens tegen Jou, tegen mijn broer, mijn zus, tegen mezelf…

natuur spreekt bij psalm 3

De berg: (v. 5)

Hier ben ik weer.

Omdat ik zo moeilijk begaanbaar ben

word ik gebruikt in beeldspraak.

“God op Zijn heilige berg”.

Ik ben vaak te onherbergzaam voor mensen

dus plaats voor Hem die ook ongrijpbaar is.

Ze kijken tegen me op…

En water uit de hemel daalt over me heen

tot dicht bij hen.

Ik verwijs naar heilzaam, naar heil,

naar woning van Hem.

 

Maar mijn broer Vulkaan en zus Diepe Zee

mogen gerust ook verwijzen.

Vulkaan is even onherbergzaam en geeft voeding in zijn buurt.

En uit Diepe Zee is het leven op aarde gekomen.

Zelfs zus Woestijn en broer IJsvlakte

verwijzen voor mij.

Uiteindelijk verwijst alles

want alles komt uit Zijn handen

en over alles kan ik me verwonderen.

In alles is leven en als je maar geboeid blijft kijken

schuilt ook in alles mysterie.

bedding vanuit psalm 3,3

Heer,

help mij op dat ik niemand veroordeel,

over niemand zware oordelen

uitspreek of denk.

Geef me wel inzicht om in te schatten

maar behoed me om in vakjes te stoppen.

Zelfs al lijkt het aanlokkelijk

om zogezegd mensen beter te kennen,

laat mijn hart groter zijn

dan te veralgemenen

en er een wij en zij en hen van te maken.

Amen.

ingebed met psalm 3,4

Jij, mijn anker, mijn kompas,

nog voor ik kon varen,

nog voor ik één stap zetten kon.

Jij, die mij oproept en mij tegenhoudt,

Jij, nog voor ik zelf denken kon.

Jij, die me steeds doet opkijken,

opkijken bij tegenslag,

opkijken bij bewondering,

opkijken bij Jouw zoeken,

Jij naar mij, en ik soms naar Jou.

Jij doet me steeds opstaan,

gewekt door Jou,

opgewekt,

gedragen door Jou,

opgedragen.

Ik draag mij aan Je op

want Jij tilt me steeds opnieuw

niet enkel uit bescherming,

maar omdat Je

– en voor mij is dat een mysterie –

van me houdt.

opstandig bidden vanuit psalm 3,2

God, zo rap zijn we

om Jou in vraag te stellen bij tegenkanting,

alsof Jij voor ongemak zorgt;

alsof Jij ons testen wilt;

alsof Jij ons leven niet aantrekt.

Ben Jij niet net waar mensen in nood zijn?

Ben Jij nu niet net diegene die ons geluk wenst?

Wat is die tegenkanting?

Mensen, met de keuze om te kiezen voor het goede en andere keuzes maken.

Natuur, die net de mogelijkheid heeft gegeven dat wij kunnen bestaan.

Ons samenleven dat een pogen is om in vrede te leven.

Onze beperktheid.

Onze eigen fouten die op ons wegen.

Ja, Jij zit er tussen, maar niet in een tegen, maar met.

Amen.