Geen echte vertaling

In elke vertaling zitten er accenten waarover gediscussieerd kan worden. Er zijn vele soorten vertalingen: vertalingen zoekend naar de exacte woorden, naar de juiste structuur, naar de begrijpelijkheid, naar de vereenvoudiging, naar de juiste sfeer en ga zo maar verder…

“Psalm voor mij” zegt het heel duidelijk. Ik zoek bij het maken van “psalm voor mij” in 5 degelijke vertalingen en uitleg naar een verwoording die bij mij past. Die verwoording verraad vooral hoe ik geloof, meer dan wat anders en toch hoop ik dat ik ook dicht bij de psalm mag blijven. Ik heb zeker niet de bedoeling om poëzie te maken maar vooral om mij voeding te geven door na het bestuderen en vergelijken iets neer te schrijven.

Ik leg naast me de statenvertaling met strongcoderingen van ISB, de vertaling door Kees Waaijman, de bijbelstudie van CVB, de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde en De Nieuwe Bijbelvertaling.

Ik zoek naar die woorden die mij het meest treffen en mij – al is het maar even – verder op weg helpen tot ik de psalmen opnieuw zal bestuderen en zal komen tot andere bewoordingen.

 

Zie gerust naar mijn voorlopige “psalm voor mij” en ook naar “naar een vertaling”.

4/6 dag voor kinderen die slachtoffer zijn van agressie

naar psalm 56,4-9

 

Jij die mij nabij blijft – zo is het toch? –

Jij, ja Jij, op Jou durf ik mijn vertrouwen te stellen.

Bij wie kan ik nog terecht?

Wat ze me ook aandoen: Jij zal het niet langer dulden!

 

Hun dreigingen kwetsen me hele dagen,

Hun geweld drijven me in de hoek.

Hun duisternis overvalt me.

Pikdonker met slechts één lichtje, Jij!

Ze vallen me aan, ze nemen mijn kindertijd af.

Ik krijg van alles over mijn hoofd.

 

Mijn leven dreigt stuk te gaan.

Hoe kan ik er aan ontsnappen?

Nabije God, Jij bent toch ook boos op hen?

Jij zal toch hen van mij afslaan?

Jij die me kent, mijn angsten en mijn ellende,

vang mijn verdoken verdriet op,

vang die bittere tranen op in Jouw kruik.

Schrijf alles op zodat Jij hen aanklagen kan!

14/1 werelddag van de migrant en vluchteling a

 

naar psalm 56,2-10

 

Denk eens aan mij, God,

ik ben als opgejaagd wild.

Grote gevaren moet ik trotseren,

om te leven, te overleven.

Ik kan nooit gerust gaan slapen,

en toch het moet:

maanden ben ik onderweg,

door regen, door wind,

door woestijnen en zeeën.

 

Erbarmer, in die vele bange dagen

hang ik me vast in Jou.

Jij, mijn hoop, mijn vertrouwen,

Jij, belofte, Jij met mij: ik voel me goed.

 

Niemand kan me tegenhouden,

ik moet en zal

Zeker met Jou.

 

Ik hoor de bommen nog in mijn nachten,

de gruwel is me nog steeds voor ogen.

En intussen ploeter ik voort.

Naast mij nog velen.

De ene valt, ik moet door.

 

Golven van reacties, van vooroordelen,

muren en prikkeldraad,

beschuldigen en papierenwerk.

Lange rijen en scheef bekeken.

Ik ben en blijf toch mens?

 

God, Jij die me kent en zeker ook mijn verdriet,

mijn angst, mijn reddeloosheid,

laat niet verloren gaan mijn klacht in de menigte.

Laat horen de stem van rechtvaardigheid!

 

Eens zal geen mens meer moeten vluchten,

een thuis zal er zijn voor iedereen.

Die hoop, dat vertrouwen in Jou,

Jij bent mijn thuis!

 

herverpsalmen 56a

Ik wil solidair zijn met die bidt:

Ontferm U, over mij, mijn God!

Ze jagen op me.

Ik moet me verstoppen omwille van mijn geloof,

mijn overtuiging, mijn uitzicht,

mijn eigen manier van zijn.

Mijn God, ik heb alleen nog Jou.

Ik mag toch vertrouwen?

Jij weet hoe ik eronder lijdt,

Jij ziet mijn tranen.

Vang ze op in Jouw kruik,

in Jouw zakdoek van troost.

Ik weet: Jij bent er,

Jouw naam is: Ik zal er zijn!

Op Jou vertrouw ik,

Uiteindelijk kunnen ze mijn eigenheid niet afnemen, mijn gedachten niet,

niet wie ik ben!

Jij houdt mij staande,

door Jou blijf ik rechtop!

In Je licht ben ik nog steeds de mens

naar Jou geschapen, geliefd.