herverpsalmen 32 c

Zolang je alles zelf wilt dragen

ook je zondigheid

zul je veel moeten dragen

en vluchten zal je van verantwoording,

God zal als een te hitte zon

je leed nog verzwaren.

Daarom:

Komt tot het vragen om vergeving

Laat Hem meedragen en kwijtschelden

geluk zul je vinden en

dansen in diezelfde zon.

Laat Je de weg wijzen naar geluk,

of ga verloren in zondigheid en lasten dragen.

Wees niet langer een lastdier alleen nukkig dragend,

wordt weer een dartel veulen,

geluk in God.

Advertenties

kind in mij dat psalmt: psalm 51

God, help me

maak me mooi, veeg weg mijn fouten

Ik weet dat ik misdaan heb

tegen Jou

Zo ben ik al van in het begin.

Jij verlangt dat we goed zijn.

Was me en maak me blij.

Ik zal dan spreken over jou goedheid.

God, doe me van Jou vertellen.

Jij verlangt niets speciaals.

Maar iemand die Je om hulp vraagt help Je.

Dan ben Je blij als Je goedheid bij de mensen ziet.

herverpsalmen 1 d

Gelukkig zou ik pas echt zijn

als ik niets meer zou stuk maken,

niet medeplichtig zou zijn aan overtredingen ,

niet zou spotten en niet langer zou beter weten,

Als ik steeds Gods rechtvaardigheid

en liefde voor ogen zou houden.

Ik zou er staan als een boom,

steeds gevoed door levend water.

Ik zou pas echt groeien in mijn mens zijn

en God zou bij mij zijn.

Als kaf ben ik, verwaaien zal ik tot niets.

Onrecht kan niet staande blijven,

hoe kan ik mij rechtvaardig noemen?

God neem het op voor de rechtvaardige.

Uitvluchten en goed praten heeft geen tel bij God.

herverpsalmen psalm 30 c

Ik  heb tot Je geroepen:

Heb Je iets aan mij door mij verloren te laten gaan?

Jouw antwoord kwam:

Ik werd uit de put gehaald.

Jouw liefde doet me weer leven.

Je bleef niet weg.

Ik dacht dat Je kwaad was.

Maar Jouw liefde is zoveel groter.

Mijn treurstoet verandert is een vreugdedans.

Mijn rouwkleed is feestgewaden.

Mijn gesloten ramen in een open deur.

Ik zal Je blijven zingen, loven

van je getuigen door wie ik ben:

een opgestane mens!

psalm voor mij 51

1 Voor de dirigent, een psalm van David

2 Bij het bij hem binnenkomen van Nathan, de verbondene met God,

toen die Batseba tot zich nam.

3 Wees voor mij vol genade, Drager, naar Jouw liefdevolle nabijheid.

Naar de overvloed van Jouw barmhartigheid, veeg mijn afbreuken uit.

4 Steeds opnieuw, was mij af van mijn ongerechtigheid

en van mijn overtredingen, maak mij schoon.

5 Want mijn afbreuken erken ik

en mijn ongerechtigheid die tegen mij getuigt, steeds opnieuw.

6 Tegen Jou, en Jij alleen heb ik schuld

en wat slecht is in Jouw ogen heb ik gedaan.

Zodat Jij staat in Je recht bij Jouw uitspraak.

Jij staat clean in Je oordeel.

 

7 Zie, in ongerechtigheid ben ik gebaard

en al schuldig kreeg mijn moeder mij.

8 Echtheid, daar hoop Je op tot in het onduidelijke

en in het verborgene breng Je mij tot inzicht.

9 Reinig mijn schuld met hysop zodat ik zuiver word,

Jij wast me zodat ik witter word van verse sneeuw.

10 Laat me horen levensvreugde en blijdschap.

Vreugde verheffen zal mijn gestel, door Jou eens gebroken.

11 Verstop Je gezicht voor mijn overtreding,

mijn ongerechtigheden, veeg die uit.

 

12 Een zuivere inborst maak die in mij, Drager

en een adem vastberaden herschep die in mijn  binnenste.

13 Gooi me niet weg, ver van Je gezicht

en Je adem van helende levenskracht ontneem die me niet.

14 Herstel voor mij de vreugde om Jouw bevrijding

en met een genegen adem wil mij ondersteunen.

15 Ik zal leren aan die afbreuk doen Je wegen

zodat ook overtreders naar Je weer toekeren.

16 Red me uit het bloed, Drager, Jij, Drager van mijn redding.

Zal niet stilstaan en klateren mijn tong over Jouw gerechtigheid.

17 Overste, mijn lippen open ze

zodat mijn mond zal van Je dankzeggend getuigen.

18 Want Jij wordt niet gelukkig van een opdragen van bloed

en mocht ik opdragen wierook,

dan zou Je dat niet genegen aanvaarden.

19 Opdragingen voor de Drager: adem gebroken,

een hart vernederd en kleingemaakt

Drager, Jij zal niet gering achten.

 

20 Doe wel in Je goed bevallen aan Sion.

Hervestig de muren van Jeruzalem.

21 Dan zul Je gelukkig uitzien naar het opdragen voor gerechtigheid,

het opdragen tot opstijging en het opdragen tot volkomenheid.

Dan draagt men terug op op Jouw feesttafel jonge stieren.

herverpsalmen 119a

Jij maakt gelukkig,

de mens die goede wegen gaat.

Kon ik dat maar.

Ik zoek Je met heel mijn wezen.

Jouw wegen maken mij gelukkig.

Open mijn ogen.

Dat ik Je liefde kan zien, ik wil er in leven.

Tranen ken ik, maar ook vreugde, vreugde om Jou.

Jouw wegen blijf ik gaan.

Toon me hoe ik verder moet.

Bescherm me onderweg.

Word in mij, schenk me Jouw woord,

dat Jij getuigen kan.

Kom! Ik bid met uitgestrekte handen.

Mijn handen hunkeren naar Je.

Wees Jouw naam: ”Ik ben er voor je”,

kom op voor de arme en voor recht.

Wat ben ik blij dat ik Je ken.

Overal zie ik getuigenissen van Je liefde.

Laat me van Je proeven,

laat me in Jouw geborgen zijn.

Doorheen het lijden mocht ik Je meer ontdekken.

Jij hebt me gevormd, me meer mens gemaakt.

Jij doet me leven: daarvoor eer ik Jou!

Hoe kan ik zo verlangen

als het leven wat hard voor me wordt?

Laat me opstaan en weer leven.

Spreek Je reddend Woord!

Geen ander woord kan mij redden.

Ik heb Je zo lief,

ik mag iets van  Jouw schoonheid ontdekken,

zo zoet, zo zuiver.

Dat inzicht maakt me zo rijk!

Uw woord is mijn licht.

Geen duister kan mij nog raken.

Ik kan niet half voor Je kiezen,

lauw blijft lauw…

Jij wilt me helemaal.

Steun me dan in mijn zoeken.

Verlos me, verlos Je

van allen die onrecht doen.

Schrap dwaalwegen en leidt ze naar Je toe.

Jouw liefde straalt, Jouw woord is waarheid.

Met tranen in de ogen kom ik naar Je toe.

Vol verdriet dat velen het niet zien,

vol ontroering om Jouw schoonheid.

Jouw liefde is mooier dan gerechtigheid.

Ik wil ze laten stralen in mijn leven.

Pijn en ellende zijn door Jou te dragen.

Heel mijn hart roept Je:

een antwoord op Jouw roepen,

een hunkeren naar geluk, naar Jou.

Red mij, God, schenk me leven.

Jij, mijn begin en einde, leid me naar dat geluk.

Tegenwind kan me niet deren.

Leugen bekoort me niet.

Als ik maar in Jouw zegen mag leven

en rechte wegen kan gaan.

Mijn lippen willen Je loven,

Jij, mijn reddend woord!

En ben ik, één van je kudde, eens verloren

breng me dan in Jouw zaligmakende liefde terug.

herverpsalmen 118a

Zeg,vergeet het toch niet:

Onze God heeft een hemelse liefde,

vergeet toch niet om Hem te danken!

Ik was gevangen en riep

en Zijn liefde gaf me vrijheid om in te juichen.

Waarom zou ik ooit nog vol wanhoop zijn?

Hij is ons nabij!

Nestel je maar in Zijn liefde, zo kun je alles aan.

Hij is ons nabij!

Zijn liefde is de deur om naar binnen te gaan,

naar binnen in de vreugde.

Hij is die zegt: “Ik ben de deur”

Hij is onze herder.

Ik dank Je, Heer.

Hij is, eerst verworpen, de hoeksteen geworden.

De deur om naar binnen te gaan…

Ik dank Je, Heer.

Ga binnen in de stilte van je hart.

Laat Hem bij je komen.

Hosanna, de Heer is bij ons.

Ga binnen in Zijn tempel.

Vier God, vier Hem samen.

Maak een rijdans en dank de Heer.

herverpsalmen 116a

De Heer heb ik lief.

Hij zei tegen mij:

“klop en men zal je opendoen,

vraag en jij zal krijgen!”

In nood,

toen de dood me nader stond dan het leven,

riep ik

en mijn redding was nabij.

Hij is nabij,

en als ik val behoed Hij me voor grote breuken.

En na tranen kan ik weer lachen.

Ik klopte en vroeg en daar was Hij:

Hij gaf me niet alles,

maar genoeg om verder te kunnen.

Van tegenslagen ben ik niet gespaard,

maar Hij gaf me de moed en het geluk

om door te gaan.

Ik dank Je, mijn God.

Ik hef Je, mijn beker, mijn heil.

Ik heb Je niets te geven,

alleen mezelf, mijn tijd, mijn passie.

Ik ben Je dienaar geworden

want ik heb Je lief!

herverpsalmen 103a

Prijs de Heer, prijs de Heer.

Hij brengt vergeving. Hij doet genezen.

Hij laat je groeien in liefde en geluk.

Sla je vleugels maar open!

Prijs de Heer, prijs de Heer.

Aan Mozes zei Hij wie Hij was:

Overmatige liefde, tochtgenoot.

In Jezus klonk zijn Naam:

Hij is die redt!

Vergeving, nieuw leven.

Een vader.

Hij laat je groeien in liefde en geluk.

Sla je vleugels maar open!

Hij kent en bemint ons.

Wij, kleine mensen!

Als bloemen, als gras,

vandaag bloeien en morgen verwaaid.

Ook morgen blijft Zijn liefde!

Overmatige liefde van die tochtgenoot.

In Hem, al lang verwaaid, mogen we nog bloeien.

Tot in eeuwigheid blijft Zijn woord.

Prijs de Heer! Prijs de Heer!

Heel Zijn schepping.

Sla je vleugels maar open

naar omhoog

en prijs de Heer!

herverpsalmen 86a

Zo arm en ellendig, zo ben ik, God!

Ik verlaat me op Je: verlaat me niet!

Verlos me, vergeef me.

Heel mijn hart staat wagenwijd open op Je te wachten.

Wees mijn troost en mijn redding.

Ik kom alleen naar Jou, slechts van Jou komt redding.

Andere machten vergaan in het niet.

Alleen Jou mogen we eren,

dat ieder Jou mag vieren!

Toon me de weg naar het leven tot eer aan Jou.

Nu al dank ik in mijn ellende,

dan zal ik juichen!

Want Jij zal mij nabij zijn!

Nabij, hoezeer ze ook me vervolgen.

In Jou ken ik liefde en trouw,

mijn hulp en mijn troost.

Mogen zij die me opjagen

uiteindelijk ook Jou ontdekken en bidden:

Zo arm en ellendig, zo ben ik, God!

Ik verlaat me op Je: verlaat me niet!

Verlos me, vergeef me.

Heel mijn hart staat wagenwijd open op Je te wachten.

Wees mijn troost en mijn redding.

Ik kom alleen naar Jou, slechts van Jou komt redding.

Andere machten vergaan in het niet.

Alleen Jou mogen we eren,

dat ieder Jou mag vieren!

Toon me de weg naar het leven tot eer aan Jou.

herverpsalmen 85a

Lieve Heer,

door Jouw vergeving kunnen we weer verder.

Kom dichter bij ons,

laat ons dichter bij Jou komen.

Wees voor ons genezende kracht,

Wees voor ons: vorst van vrede.

Wek Jouw liefde in ons op.

Schenk ons Jouw zegen.

Jij roept ons op om te leven,

vandaag al en tot in eeuwigheid,

te leven in die droom die waarheid is.

In en met en door Jou

wordt trouwe liefde ons heil en genezing,

zegen na zegen, vrede in ons hart.

herverpsalmen 81a

Jubel, zing voor God.

Speel op citer en harp.

Haal de ramshoorn boven!

Laat ons vieren als weleer!

Jubel, zing voor God.

Speel op gitaar en piano.

Haal de trompet maar boven!

Laat ons vieren als weleer!

Want het ongelooflijke is gebeurd:

Het juk dat op ons rustte heb Je verbrijzeld!

Jouw woord heb Je ons gegeven.

“Luister naar Mij!

Een vreemde God mag je niet hebben!

En Ik leid je weg uit het dwingeland.”

“Neem Mijn juk op je,

want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”

En Ik zal je leiden naar eeuwig leven.

Maar ze luisteren niet naar Mij.

Zo vol van zichzelf…

Ach, de hemel zou Ik ze geven,

graan honderdvoudig,

honing, godendrank!

herverpsalmen 73a

God houdt van rechtvaardigen.

Hij houdt van mensen

die het rechte pad willen gaan.

Ik had bijna een zijweg genomen,

zo jaloers als ik was van die mensen

die met niets of niemand rekening houden.

Het gaat hen goed, geen tegenslagen.

Ze zoeken enkel hun eigen genot

en leven zonder zorgen.

God interesseert hen niet,

de medemens ook niet.

En ik maar proberen om vol te houden,

om het hart op de juiste plaats te houden…

met tegenslag na tegenslag…

Wat keek ik naar hen op

tot het me duidelijk werd:

Die zijweg loopt uiteindelijk dood.

Echt geluk zullen ze niet vinden.

Nee, jaloers op hen moet ik echt niet zijn!

Laat me maar Jouw weg verder kiezen,

laat me maar mijn hart volgen,

mijn hart gevuld door Jou,

gevuld met liefde en gevoel voor eerlijkheid.

Jij, God bent mijn rijkdom.

Jouw weg volgen is mijn geluk.

herverpsalmen 60a

Mijn Heer, ik ken moeilijke dagen.

Alsof het land verscheurd is,

alsof ik verscheurd ben,

alsof de grondvesten

niet langer nog alles dragen,

niet langer meer grondvesten zijn,

alsof Jij er niet meer bent!

Geef ons toch sterkte om te blijven geloven,

om te zoeken naar wat ons rechthoudt,

naar wie ons rechthoudt,

te zoeken naar Jou.

Want niets wat klein menselijk is

kan ons dragen en beschermen,

alleen Jij, alleen Jij!

herverpsalmen 53a

Wat zijn we dwaas

als we van onszelf denken

dat wij heer en meester zijn!

We gebruiken de natuur

ten koste van vele mensen…

We doen maar

en denken niet meer aan wie honger lijdt.

De natuur antwoordt al!

Rampen gebeuren.

God heeft het toch anders gedroomd?

Hij is die ons oproept

om er te zijn voor elkaar,

om te delen,

om dankbaar te zijn,

eerbied te tonen

voor Hem, de natuur en de medemens.

Vertrouw op Hem en hoor Zijn oproep:

Hem te herkennen,

onze Heer en Meester!

herverpsalmen 51a

Wees er, Bron van mijn bestaan!

Schenk mij Je Naam: Liefde, Barmhartigheid,

ik heb nood aan Jouw vergeving.

Tegen Jou heb ik misdaan.

Ik sta bij Je in het krijt,

van voor mijn geboorte al!

Besprenkel me met Je genade.

Wis mijn zonden uit,

doop me in Jouw blijdschap.

Herschep mijn hart,

Laat Jouw Geest in mij wonen

en mij aansporen.

Maak mijn tong los

opdat ik vervuld van Jouw Geest kan getuigen.

Neem mij op in Jouw nabijheid,

in Jouw gemeenschap.

Wie zich klein voor Je maakt

ontvang Je toch met open armen?

Wees Jouw gemeenschap nabij,

breng ons samen om Jouw te delen.

herverpsalmen 40a

Hij trok mij omhoog,

uit het slijk dat steeds meer aanzuigt

en waar je zo moeilijk los van komt.

Hij gaf me weer vaste grond,

Hij werd mijn fundament.

Love God!

Wonder in mijn leven.

Jij vraagt geen offers

om in de gunst te staan, of om te krijgen.

Jouw wil te doen is mijn verlangen.

Gebroken brood en gedeelde wijn.

Zo groot als Jouw liefde is,

ik wil erin schuilen,

ik wil ook zo worden.

Mijn lippen willen verkondigen,

mijn handen willen getuigen,

mijn voeten willen dragen.

Help mij als het moeilijk wordt,

als ik weer eens vast zit.

Verkondig en getuig in mij,

maak mij tot een gedragen drager.

herverpsalmen 38a

Ik voel me toch zo klein, niets waard,

spijt drukt op mij.

Zo schuldig,

ik durf mij niet meer te tonen.

Ik ben er ziek van,

ik ben zo dwaas geweest!

Ik ben gebroken, ik kan niet meer.

Heer, U kent mijn zuchten,

U weet dat ik er zo onder lijd.

Vrienden zijn me ontvallen,

buren bekijken me scheef.

Ze overblazen nog eens alles,

zo erg deed ik toch niet?

Ik doe alsof ik het niet hoor,

alsof het me niet raakt…

Op U, God, blijf ik hopen.

Ik weet dat ik verkeerde stappen heb gezet,

maar al kreeg ik maar een nieuwe kans…

Van U ben ik zeker, mijn God,

maar maak de harten voor mij mild.

Wees mijn redding.

herverpsalmen 37a

Onrecht zal niet staande blijven!

Hou je daar niet aan vast,

kijk daar niet naar op!

Leef nu al in het land van vrede en goedheid.

Leef in Gods handen.

Laat de woede in je varen,

weg van de stroom van verbittering!

Een nieuwe wereld komt er aan.

De arme krijgt grond om op te staan,

onrecht wordt verbannen.

Hoe zeer onliefde ook wringt in en rond ons,

het zijn stuiptrekkingen, gedaan ermee!

Die klein voor God staan,

eenvoudig, ja, soms zelfs gebroken,

die krijgt Zijn zegen, die mag leven !

Wring je dus los van al het boze,

rechtvaardigen zullen het land bezitten,

gerechtvaardigden wonen voortaan in Gods liefde.

Vertrouw op de Heer.

Zelfs tirannen als machtige bomen

met macht overal in vertakt,

zij zullen er niet meer zijn!

De zonde wordt uitgeroeid,

God zal redden en bevrijden,

door Hem is verlossing.

herverpsalmen 32a

Wat een geluk om Jezus te kennen!

Hij brengt ons vergeving en vrede!

Ik kon maar niet zeggen: “het spijt me”

en dat woog op me.

Geen rust kon ik nog vinden.

Ik was als een bloem in een te hete zon.

Toen eindelijk:”het spijt me”

En de zon deed me groeien en bloeien.

Daarom erken mens, dat je klein bent

en je zult bloeien en Levend Water krijgen,

overvloedig maar niet als een stormvloed.

Wees blij en leef oprecht,

want bij Hem is genade!

herverpsalmen 30a

Ik ben vol lof over Jou!

Je hebt me uit de put geholpen.

Ik leef weer als een opgestane mens!

Hoe hard het leven ook kan zijn,

mijn verdriet duurt als één avond van een heel jaar.

De volgende morgen zie ik weer Jouw liefde.

Wat dacht ik: zonder Jou te kunnen?

Niets van!

Niet langer met het hoofd tussen de knieën!

Jou te kennen doet mij dansen.

Ook al zijn er nog momenten van pijn,

dansen met opgeheven hoofd:

De Heer is mijn Redder, mijn vreugde!

herverpsalmen 25c

God, mijn verlangen naar Je is zo groot.

Ik kan niet zonder Jouw vergeving leven.

Ik weet dat Jij

een God bent die luistert

naar wie roept,

en niet beschaamd laat staan.

Ik roep Je:

Toon me Jouw weg, Jouw lichtend pad.

Breng mij in Jouw stroming van liefde en waarheid.

Luister naar me,

ik ben gegrepen door mijn eigen fouten,

ik zit gevangen, gekneld tussen vijandigheid.

Ik roep Je:

Toon me Jouw weg,

wees mijn leidsman en redder.

Ik leg mijn leven in Jouw handen.

Ik zal mijn verdere leven op Jou bouwen.

O God, redt de wereld,

laat ze in Jouw liefde

ondergedompeld zijn.

herverpsalmen 4c

Jaag toch geen leugen na.

Je verknecht alleen jezelf

en andere mensen hou je gevangen.

Belaag toch geen mensen.

Doe niet aan een ander

wat je zelf niet wil.

God roept ons

om in zijn vreugde te leven,

in zijn thuis.

Hij schenkt waar geluk, vrede.

Hij maakt je los

van de boeien van de zonde.

Hij luistert,

Zalig de zachtmoedigen,

zij zullen bij Hem wonen.

Zalig de vredestichters,

zij wonen in het huis van de Vader.

Zalig die vervolgd wordt:

zijn veilige thuis is bij de Heer.

hervertalen 3c

Solidair met vervolgde mensen:

Heer, had ik Jou niet:

Ik zou niet eens meer kunnen slapen.

Had ik Jou niet:

dan had wakker worden niet veel zin.

Ik word opgejaagd, vervolgd.

Het klinkt:

“Geen God kan jou nog redden!”

Mijn God, ik vraag Je:

Laat het toch eens ophouden!

Verhef stemmen

die voor me opkomen!

Verhef Jouw stem!

Geef ons Je zegen.

herverpsalmen 2c

Moest ik Hem zijn:

Ik zou breken en slaan!

Volkeren luisteren niet eens

naar Zijn Boodschap van liefde.

Maar zo is God niet!

Hij blijft ons uitnodigen.

Moest ik Hem zijn:

Ik zou ze doen schudden en beven!

Ze heten God niet eens welkom

in hun midden, geen plaats voor Hem.

Maar zo is God niet!

Hij kiest de kant van de thuisloze.

Moest ik Hem zijn:

Ik zou ze wegwerpen, gedaan ermee!

Ze spreken over geloof als over een gevangenis,

een excuus om verder onrecht te doen.

Maar zo is God niet!

Hij vergeeft ons keer op keer.

Kom toch tot inzicht en kniel voor de Heer.

God wil je gelukkig zien,

dicht bij Hem.

herverpsalmen 2b

Hoe komt dat toch

dat het zo moeilijk is om te geloven?

Om eigen zucht naar meer te stoppen

en ten dienste te staan.

God dient.

Om toe te geven dat je schuldig bent

en om vergeving te vragen.

God vernieuwd.

Om geloven niet langer als moeten te zien,

maar blij zijn het te mogen.

God mag ons.

God blijft ons zoeken,

Hij is het die het eerst naar ons roept.

Geef Hem toch antwoord.

Kniel voor Hem neer.

Verheug je in het voorrecht

om Hem te kennen.

herverpsalmen 2a

Waarom zoveel onrust?

Waarom zoveel

tegen spartelen?

Geloof dan toch en leef ernaar.

Onze God moet huilen vol meelij

“De gezalfde heeft Hij ons toch gegeven!”

Zijn Woord heeft Hij ons gegeven.

Kom dan toch tot liefde.

Kus de voeten van de arme,

dan kus je ook de Zijne.

Gelukkig wie Hem hierin herkennen mag!

psalm voor mij 1

1 Vol zegen de mens die

niet kiest om mee te gaan met het advies van stukmakers,

op de weg niet staat van overtreders,

in het clubhuis van beterweters en spotters zich niet nestelt.

  1. Maar de leer van Nabije zo liefheeft

en Zijn leer steeds voor ogen houdt.

  1. Die mens staat als een boom aan levend water,

daar geplant heeft die zijn stek.

Als de tijd rijp is geeft hij vruchten en zijn gebladerte valt niet af.

Al zijn streven zal doorgaan.

  1. Zo gaat het niet met de stukmakers,

als kaf waaien ze weg.

  1. Zij kunnen niet staande blijven in de gerechtigheid,

noch de overtreder in de gemeenschap van die rechtschapen is.

  1. Want Nabije wil in kennis zijn met

het levenspad van die rechtvaardigheid nastreeft.

De kronkelwegen van stukmakers lopen op niets uit.