naar psalm 1 bij een doopsel

Wat niet gelukkig maakt is

meedoen met mensen zonder God noch gebod,

bij de vernielers horen

en met alles spotten.

 

Geluk vind je als je als gelovige

geregeld nadenkt over liefdevol leven,

als God je metgezel mag zijn.

 

Beloven jullie om je kindje dat geluk te geven,

om het gelovig op te voeden?

 

Dan zal hij/zij staan in het leven,

sterk als een boom,

vele vruchten zal het dragen.

Het water van dit doopsel

zal het blijvend roeren.

Gods Geest zal bij hem/haar zijn.

 

Dan zal het opgroeien in die grote familie

van kinderen van God.

Dan zal zijn/haar weg gezegend zijn.

God zal over dit kind waken,

dat het groeien mag in liefde

en geluk mag kennen.

Advertenties

Doopsel van de Heer c

naar psalm 104, 1-4.24-25.27-30

Jes. 40, 1-5.9-11               Titus 2, 11-14.3, 4-7        Lc. 3, 15-16.21-22

 

Mijn  God, hoe groot is Jouw barmhartigheid!

met troost en heil gaat Hij gekleed.

Je hebt je mantel om ons heen geslagen,

Jezelf aan ons gegeven.

 

Je genade siert ons uitzicht,

redding staat boven woelige storm.

Als we maar kiezen voor recht, voor Jou,

als we maar niet meestormen…

 

Troost, hou moed: vergeving nabij,

de wind draagt belofte met zich mee.

Nieuwe storm die effent de paden gaat Jouw voor,

blij nieuws: Hij zal dopen met Geest!

 

Hoe gaat de hemel voor ons open,

erkennen mogen we Jouw Zoon.

Overal zingt nieuw leven,

lammeren gedragen en schapen geleid.

 

Ieder leeft in verwachting

en draagt hoop op leven.

Jij bent ze nabij,

in Jouw genade staan wij op.

 

Maar laten we Jouw warm hart niet toe,

dan zijn er weer dalen,

dan dreigt weer woestijn.

 

Zend Jouw Geest en herdoop ons in leven,

maak ons barmhartig,

Hij is ons nabij!

bij het doopsel van een kleinkind van Paul

Een psalm bij het doopsel van een kleinkind.
Misschien ook wel een psalm voor Kerstmis.

naar Psalm 8

Heer onze God,
vervuld is heel de hemel
van Uw heerlijke aanwezigheid.
Vol kracht spreekt de aarde
Uw naam uit, wijd en zijd.

Het kleine leven van dit jonge kind,
de schreeuwtjes uit zijn fijne mond
doen heel mijn wezen stiller zwijgen
waar ik voorheen Uw naam niet vond.
Als ik overal uw werken zie,
weidse hemel, sterren, maan,
wat is dan de mens dat Gij hem ziet?
Waarom zijt Gij met hem begaan?
Goddelijke kracht is hem gegeven,
waardig schoon is hij voor ons.
Ooit mag hij met eigen hand boetseren
zijn geliefde leven van Uw rijk.
Wij zullen hem bronnen tonen,
het water en de lucht, een flinke hap erbij.
Wij zullen hem met ons gebed dan tonen:
God, met hem zijt Gij ons steeds nabij.
groeten,
Paul

psalm voor mij 121

1.Lied voor het opgaan.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen.

Vanwaar zal komen mijn hulp?

2.Mijn hulp is van dichtbij Nabije,

schepper van wat te boven gaat en van de aardse.

3.Hij zal je niet overlaten aan het wankelen van je voet.

Hij zal niet dutten, jouw hoedende beschermer.

4.Zie, Hij zal niet afwezig rusten en zeker niet slapen,

de hoedende beschermer van Israel.

5.Nabije is jouw beschermer,

Hoeder is jouw schaduw aan je rechterhand.

6.Bij dag zal de zon je niet steken,

noch de maan bij nacht.

7.Nabije zal je bewaren voor en over alle kwaad.

Hij zal hoeden over Jouw innerlijke.

8.Nabije zal jouw uitkomen en jouw ingaan bewaren

nu al en altijd.

herverpsalmen 1c

Wat is het toch zalig

als je enkel kiest voor de liefde,

als je nee zegt

aan alles wat vervreemd

van God en medemens.

Als je dag in, dag uit

Gods Thora voor ogen hebt

en leest hoe God de mens nabij is.

Wie zo leeft zal er staan als een boom,

niet omver te krijgen door wind.

Hij zal leven, recht omhoog!

Zijn takken zullen liefde dragen

en gerechtigheid.

Zijn wortels zullen zoeken

naar de ene rechte weg,

de weg naar zaligheid,

naar geluk.

psalm voor mij 1

1 Vol zegen de mens die

niet kiest om mee te gaan met het advies van stukmakers,

op de weg niet staat van overtreders,

in het clubhuis van beterweters en spotters zich niet nestelt.

  1. Maar de leer van Nabije zo liefheeft

en Zijn leer steeds voor ogen houdt.

  1. Die mens staat als een boom aan levend water,

daar geplant heeft die zijn stek.

Als de tijd rijp is geeft hij vruchten en zijn gebladerte valt niet af.

Al zijn streven zal doorgaan.

  1. Zo gaat het niet met de stukmakers,

als kaf waaien ze weg.

  1. Zij kunnen niet staande blijven in de gerechtigheid,

noch de overtreder in de gemeenschap van die rechtschapen is.

  1. Want Nabije wil in kennis zijn met

het levenspad van die rechtvaardigheid nastreeft.

De kronkelwegen van stukmakers lopen op niets uit.