Doopsel van de Heer c

naar psalm 104, 1-4.24-25.27-30

Jes. 40, 1-5.9-11               Titus 2, 11-14.3, 4-7        Lc. 3, 15-16.21-22

 

Mijn  God, hoe groot is Jouw barmhartigheid!

met troost en heil gaat Hij gekleed.

Je hebt je mantel om ons heen geslagen,

Jezelf aan ons gegeven.

 

Je genade siert ons uitzicht,

redding staat boven woelige storm.

Als we maar kiezen voor recht, voor Jou,

als we maar niet meestormen…

 

Troost, hou moed: vergeving nabij,

de wind draagt belofte met zich mee.

Nieuwe storm die effent de paden gaat Jouw voor,

blij nieuws: Hij zal dopen met Geest!

 

Hoe gaat de hemel voor ons open,

erkennen mogen we Jouw Zoon.

Overal zingt nieuw leven,

lammeren gedragen en schapen geleid.

 

Ieder leeft in verwachting

en draagt hoop op leven.

Jij bent ze nabij,

in Jouw genade staan wij op.

 

Maar laten we Jouw warm hart niet toe,

dan zijn er weer dalen,

dan dreigt weer woestijn.

 

Zend Jouw Geest en herdoop ons in leven,

maak ons barmhartig,

Hij is ons nabij!

06/1 Driekoningen

naar psalm 2,1-3.7-12

 

Waarom zijn vorsten zo bang voor een nieuwe koning?

Wat zet hen er toe aan om moorden te begaan?

Waarom vraagt Herodes de wijzen uit

om soldaten uit te zenden?

Wat maken ze plannen tegen God in?

Om eigen macht te houden…

Ze zoeken om zelf gezalfde en God te zijn,

om banden van mededogen te verbreken.

 

Ik ben blij je te melden:

Een kind is geboren, een zoon.

Vanaf nu is Gods liefde tussen mensen geboren.

Meldt het aan de uithoeken van de wereld,

aan herders en wijzen, van hier en overal!

Verpletterend is dit nieuws voor ieder onmens,

niet meer dan aarden potten zijn ze,

ze leven en lieven niet.

 

Koningen, kom tot inkeer,

trek op tocht naar een eenvoudig gezin.

Ga de tocht, en volg de ster,

niet langer je eigen wegen.

Kniel voor Hem die vrede is,

ontzag voor Hem bant elk onrecht.

Laat Zijn vlam in jou oplichten,

wees gezegend in Hem.

06/1 Driekoningen

naar psalm 86, 6-13

 

Luister, God, naar mijn zoeken,

mijn zoeken naar wijsheid, naar Jou.

Ik roep in mijn nacht,

ik weet: Jij zal mij tonen.

Andere goden zijn verzinsels, hersenspinsels,

geen doorziet Jouw vernuftig plan.

 

Eens komt ieder voor Je buigen,

en tot kennis: Redder ben Jij!

Hoe groots ben Jij

in het kleine en eenvoudige!

Een wonder ons gegeven,

Een kind geboren in ons.

 

Laat me volgen je ster,

en ik kom van ver!

Richt mijn voeten en vooral mijn hart,

dat ik weet: Redder ben Jij!

Dan zal ik danken,

met goud, koning ben Jij!

Dan zal ik prijzen,

met wierook, mijn God, Jij!

Dan zal ik gedenken,

met mirre, mensenkind: Jij!

 

Groots is Jouw liefde,

trouw in het kleine,

leven geef Je,

liefde aan mij!

 

09/1 of woensdag na openbaring van de Heer

naar psalm 72, 2.10.12-13

1 Joh. 4, 11-18                   Mc.6,46-52

 

Lieve God, geef aan de gezalfden Jouw wijsheid in liefde,

aan de leerlingen van Jouw zoon Jouw gerechtigheid.

Met liefde en nabijheid moge Hij onze boot redden,

Hij mag onze vrees weg nemen.

 

Wijzen komen met geschenken,

opvarenden zeggen je dank.

Liefde wordt beantwoordt met liefde,

nabijheid van Je Geest met geloof.

 

Voor de roeper in de zee stilt Hij de storm,

– vrees niet, Ik ben het –

die wonen in zijn liefde overstelpt Hij met zegen.

Hij zal in onze boot stappen doorheen het leven,

aan die angst kennen schenkt Hij zichzelf.

Openbaring van de Heer

naar psalm 72, 1.7-8.10-13

Jes. 60,1-6          Ef. 3,2-3a.5-6     Mt. 2, 1-12

 

Mijn God, moge Uw Licht regeren op aarde,

schenk aan de zoon Jouw inzichten van gerechtigheid.

Zijn glorie zal over ons uitstralen,

alle kinderen van de mensen zullen delen in Zijn belofte,

dit in alle komende tijden.

 

Hij zal er zijn voor iedereen,

alle schatten van de zee komen in zijn handen,

zeeën kamelen komen naar hem toe.

Wijzen helemaal uit het oosten zoeken naar zijn ster.

 

Zij brengen geschenken mee,

goud en wierook, en mirre.

Bij het zien van moeder en kind

vallen zij neer op hun knieën.

 

Bij het zien

komen zonen van ver, en dochters op de arm,

met blijdschap vervuld en met bonzende harten.

Ze komen om hem te dienen.

 

Mensen in duisternis brengt Hij naar het licht,

een arme die steun vraagt is Hij nabij.

Hij is redding voor alle kinderen,

vooral voor de kleinste door niemand geholpen.

 

Voor ieder die leven moet in duister is Hij licht

Hij is genade en nieuw leven.

 

31/12 kersttijd

naar psalm 96, 1-2.11-13

1 Joh. 2, 18-21                   Joh. 1, 1-18

 

Zing voor het Woord, laat klinken Zijn nieuw lied.

Zing voor het Licht, dat het stralen mag over alle landen.

Zing voor de Heilige en kom tot getuigenis en geloof.

 

Dan weten we dat de tijd aangebroken is:

een tijd van geluk en volheid.

Als één zee zullen golven van geluk komen,

gewassen zullen tot wasdom komen,

één lied, één dans,

zelfs de pilaren waar vrede en zaligheid op rust zullen eerbiedig buigen.

Ze zullen zelf gedragen worden…

 

Allen juichen want de Heer komt,

Hij komt om wat tegen het leven is weg te vegen,

Hij komt om vrede en heil te laten rusten over heel de schepping.

Alles zal in zijn recht staan,

Het Woord zal klinken, het Licht zal stralen,

geen duisternis krijgt er vat op.

 

 

30/12 kersttijd

 

naar psalm 96, 7-10

1 Joh. 2, 12-17                   Lc. 2, 36-40

 

Breng dank en eer aan God, jonge mannen en vaders.

Zoek Hem met dank, jonge vrouwen en moeders.

Bemin Hem omwille van Zijn scheppen van af het begin.

Laat klinken Zijn naam in je hart.

 

Vervul niet enkel de voorschriften, maar kom in Zijn nabijheid,

Zijn tempel of je hart, laat Gods genade op je rusten.

Heb Hem lief, benader Hem met zuivere gedachten.

Beheer geen vluchtige zaken van voorbijgaande aard,

maar geloof in Hem, jong en oud.

 

Getuig aan elkaar:

De Heer brengt bevrijding.

De Vader heeft alles mogelijk gemaakt.

Voor alle volkeren is er toekomst als zij echt bevrijding zoeken.

 

28/12 onschuldige kinderen

naar psalm 124,2-5.7-8

1 Joh. 1,5 – 2,2                   Mt. 2,13-18

 

Hadden we niet het woord van de Heer gekregen,

toen macht ons wilde vernietigen,

dan zouden we er niet meer zijn,

overgegeven aan zijn gretigheid.

 

Dan was er geen droom meer geweest, geen toekomst,

in wreedheid zouden we meegesleurd zijn.

Dan zouden we in blinde woede mee gestorven zijn,

in onzinnige barbaarsheid.

 

Maar we zijn ontsnapt,

door Gods tussenkomst ontkomen.

We werden gered opdat er toekomst zou zijn,

opdat Zijn naam zou verder klinken,

Van Hem die onze schepper is.

 

Heilige familie C

naar psalm 84,2-3.5-6.9-10

1 Sam. 1, 20-22.24-28     1 Joh. 3, 1-2.21-24           Lc. 2, 41-52

 

Hoe graag ben ik in het huis van mijn Vader.

Ik verlang zo zeer dat God in mij is en ik in Hem.

 

Alles wat ik ben, waar mijn moeder voor gebeden heeft,

gaat Jouw richting uit, met vreugde.

 

Gelukkig die in Hem mogen wonen,

die bij Jou mogen verblijven.

 

Gelukkig die op Jou bouwen

en naar Je toe komen, wel varen, biddend op weg naar Jou.

die jaarlijks een bedevaart houden.

 

God, luister naar me,

God van Eli, Vader van Jezus

 

God, daal neer

en zie naar Je uitverkorene.

 

25/12 kerstmis dagmis

naar psalm 98, 1-6

Jes. 52, 7-10       Hebr. 1, 1-6        Joh. 1, 1-18

 

Zing voor de Heer die vrede meldt, goed nieuws verkondigd.

omdat puinhopen van redding mogen zingen.

 

Zijn machtige hand was er voor ons,

Hij heeft die uit de mouwen gehaald omwille van ons.

 

Licht deed Hij ons kennen,

alle volkeren mogen het ervaren.

 

Na alle profeten sprak opnieuw Zijn stem in Zijn Zoon:

God redt is zijn naam.

De berg Sion mag weer jubelen.

 

Heel de wereld mocht Hem kennen,

mocht ervaren hoe Zijn Lichtend tot ons gekomen is,

hoe wij mochten zien: Zijn Woord wonend onder ons

hoe wij kinderen genoemd werden van de Vader.

 

Aanvaard de Heer, alle landen

verheug je en zing!

 

Zing, bazuin het rond en neurie het in je hart:

luid en ingetogen.

Dans en wieg. uitbundig en vertederd…

25/12 dageraadsmis

naar psalm 97, 1.6.10-11

Jes. 62, 11-12     Tit. 3, 4-7             Lc. 2, 15-20

 

De Heer is koning, Gods goedheid is op aarde gekomen.

Over heel de aarde klinkt: Uw Redder is gekomen,

ieder mag daarom juichen.

De herders blijven verhalen, blij zijn allen die het mogen horen.

 

De hemel heeft het ons gemeld: Heilig omwille van Hem.

En ieder die klein wordt als een herder mag aanschouwen.

 

De Heer redt, niet omdat wij iets goeds gedaan hebben,

maar omdat Hij ons liefheeft.

Zijn getrouwen worden voortaan beminden genoemd.

Steeds is zijn redding nabij

 

Steeds mogen we ervaren wat ons toegezegd is,

geluk is ons voor ons omdat Hij in zijn genade gerechtvaardigd heeft.

 

25/12 nachtmis

naar psalm 96, 1-3.11-13

Jes. 9, 1-3.5-6    Tit. 2, 11-14        Lc. 2, 1-14

 

God doet ons een nieuw lied zingen:

Een kind is ons geboren

Zing alle landen:

Eer aan God, vrede voor ieder die Hij liefheeft!

Zing tot onze Heer, zijn naam is:

wonderbare Raadsman, vredevorst.

Verkondig dat de Vader er voor ieder is.

 

Laat engelen zingen voor de herders

en vertel jij het ook door:

Hij is bron van alle heil!

Dan straalt de hemel vol engelen,

Dan zingt de zee een kerstlied.

De gewassen dansen op het veld,

de bomen ruisen mee.

 

Ieder juicht: Hij is geboren,

een kind liggend in de kribbe, de koning van de vrede,

Recht zal Hij brengen

aan de volkeren wordt toekomst gegeven.

25/12

naar psalm 113

Kerstmis

 

Gloria, in excelsis Deo,

 

Samen mogen wij zingen,

engelen, herders, schapen, os en ezel,

alle mensen samen.

Geloofd zij Kerst!

Moge Hij voor altijd bij ons zijn.

Engelen, sterren wijs ons de weg.

 

God schenkt Zijn liefde

als onder Zijn vleugels mogen wij leven!

Zo is er maar één!

enige God, één kerstekind!

 

Hij komt tot ons tussen de armen,

Hij verheft de lastdieren os en ezel tot de eerste getuigen.

Zijn vreugde wordt het meest gevoeld bij wie te lijden heeft.

Hij schenkt levensmoed en toont Zijn barmhartigheid.

Wie denkt niets te kunnen worden verheven tot broer en zus,

onvruchtbaarheid wordt weelde.

Maria, omwille van Hem wordt Jij gezegend.

 

Gloria, in excelsis Deo,

 

24/12

naar psalm 85

kerstavond

 

Op deze avond gedenken wij hoe

Jouw vrede neerdaalde in het land van Jacob.

Jouw liefde werd mens,

een kind geboren bij eenvoudige mensen.

 

God, wij danken Je voor dit feest.

Zo lief heb Jij de wereld lief dat Je onder ons wou leven.

Jij toont ons Je liefde in deze donkere nacht.

 

Wij mogen zingen van vrede.

Hij is er voor ieder van goede wil.

Zijn heil is ons nabij die knielen bij de kribbe.

Zijn heerlijkheid leeft onder ons.

 

trouwe liefde, heilzame vrede:

Zo is onze God.

Wij mogen ons gezegend weten

bij dit kerstekind.

Wij mogen vruchten dragen en Zijn liefde delen

want Hij is onze leidsman,

waar wij ook mogen zijn.

24/12 kerstavond

naar psalm 89,4-5.16-17.27.29

Jes. 62,1-5          Hand. 13, 16-17.22-25    Mt. 1, 1-25

 

Ik heb met Davids Zoon een verbond gesloten.

Mijn uitverkoren dienaar, Jouw heb ik beloofd:

“Ieder die ik Jou gegeven heb zal niet verloren gaan.

In alle tijden zal men Jou gedenken,

Jij, koning van de vrede, In Jou verheug Ik me.”

 

Gelukkig is het volk dat een Blijde Boodschap mag ontvangen,

Dat mag weten dat God met ons is.

Gelukkig dat het mag leven in een blijde verwachting,

in het licht van Jou komst.

 

Vol vertrouwen mag het leven, zonder angst,

bij de geboorte van een kind dat Gods Naam dragen mag.

Hij zal gerechtigheid brengen, vrede op aarde.

 

“Hij zal Mij Vader noemen, heel Zijn leven

zal Hij de mensen dichter bij Mij brengen.

In Hem zal woestijn oase worden,

Verlatene: welbeminde”

 

“Hij zal gezegend zijn voor altijd,

Zo ook wie Hem dragen wil.

Voor altijd zal Hij naar Mij verwijzen en Ik in Hem.”

bij het doopsel van een kleinkind van Paul

Een psalm bij het doopsel van een kleinkind.
Misschien ook wel een psalm voor Kerstmis.

naar Psalm 8

Heer onze God,
vervuld is heel de hemel
van Uw heerlijke aanwezigheid.
Vol kracht spreekt de aarde
Uw naam uit, wijd en zijd.

Het kleine leven van dit jonge kind,
de schreeuwtjes uit zijn fijne mond
doen heel mijn wezen stiller zwijgen
waar ik voorheen Uw naam niet vond.
Als ik overal uw werken zie,
weidse hemel, sterren, maan,
wat is dan de mens dat Gij hem ziet?
Waarom zijt Gij met hem begaan?
Goddelijke kracht is hem gegeven,
waardig schoon is hij voor ons.
Ooit mag hij met eigen hand boetseren
zijn geliefde leven van Uw rijk.
Wij zullen hem bronnen tonen,
het water en de lucht, een flinke hap erbij.
Wij zullen hem met ons gebed dan tonen:
God, met hem zijt Gij ons steeds nabij.
groeten,
Paul

herverpsalmen 113a

Halleluja

Als je gelooft: Loof Hem dan!

Want niemand is als onze Heer!

Hij geeft Zijn leven voor ons!

Hij wordt geboren als vreemdeling,

als arme zonder wieg.

Hij is de Heer die de voeten wast.

Hij deelt onze pijn,

Hij sterft de dood van een misdadiger.

Hij leeft opdat wij zouden leven!

Zo is onze Heer!

Als je gelooft: Loof Hem dan!

Want niemand is als onze God!

Hij tilt de arme op

en geeft hem een thuis om te wonen.

Hij roept een eenvoudige vrouw

om Goddelijke Moeder te worden.

Zo is onze God, voor Hem is niets onmogelijk!

herverpsalmen 76a

God maakt zich bekend in ons midden.

Hij mag bij ons wonen.

Hij breekt haat, verjaagt angst.

Mijn God, hoe goed is het Jou te kennen!

Ook als we slapen ben Jij ons tot zegen.

Jij, het licht, verdrijft alle duisternis!

Niemand kan tegenhouden:

Jouw Rijk komt.

Jouw wil is nu al

en zal overal zijn.

Breng Jouw Rijk in ons midden.

Tot lof en eer aan Jou.

herverpsalmen 72a

God, moge Jezus’ naam

overal genoemd en geëerd worden.

Hij is de vredevorst,

Hij brengt gerechtigheid!

Hij is arme met de armen.

Hij moge overal genoemd worden,

over alle zeeën heen.

Zijn koningschap is die van een dienaar.

Hij is de misdeelde nabij.

Hij richt de arme weer op.

De zieke geneest Hij naar lichaam en ziel.

Hij is ieders zegen!

Hij is Jouw Woord in woord en daad.

Wij mogen ons klein maken voor Hem.

Steeds richt Hij ons weer op.

Gezegend is Hij tot in de eeuwigheid!

herverpsalmen 24c

God was niet enkel toen,

maar ook vandaag.

Hij alleen doet ons leven.

Wie mag zich kind noemen?

Die zuivere intenties heeft.

Die God kennen wil.

Hij en Zij zijn gezegend:

want ze kennen God;

Hij en Zij mogen gezegend zijn:

want ze blijven God zoeken.

Heet “Die met ons is” welkom!

Open je thuis en je hart.

Laat God bij je wonen.

Want “Die gekende Ongekende” is zegen

en schept voor ons de dag.

herverpsalmen 9c

Dankend wil ik verhalen

mijn leven lang.

Jij, Blijde Boodschap die aan ons gebeurt,

Weerloos Kind, Thuisloze,

Tochtgenoot, Gekruisigde.

Jij verstond elk ander verhaal

dat niet van liefde getuigt.

Jij, Blijde Boodschap,

Licht voor de blinde, Trooster in nood,

Verrezene, Vredestichter, Gerechtigheid.

Jij doet ons opstaan,

bij Jou zijn we nooit vergeten.

Laat ons worden: dienend eenvoudig

om het grootse van Jou te kunnen zien.